“Prik met pijnstiller in bilspier ook effectief bij heupartrose”

Vorige week schreef NU.nl over pijnstillende injecties bij de behandeling van heupartrose. Het bericht volgt op onderzoek door het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum.

Review door: Annemiek Silven, coassistent
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

De titel van het nieuwsbericht stelt dat een pijnstiller die in de bilspier gegeven kan worden, “ook effectief is bij heupartrose. In de inleiding wordt uitgelegd dat zo’n injectie normaal gesproken ín het heupgewricht wordt gegeven. Zijn deze injecties in het heupgewricht dan nog wel nodig?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Het nieuwsbericht is gebaseerd op een persbericht van het Erasmus Medisch Centrum, naar aanleiding van de promotie van Desiree Dorleijn. Zij deed onderzoek naar artrose van het heupgewricht.

Artrose, in de volksmond ook wel ‘gewrichtsslijtage’ genoemd, is een veelvoorkomende aandoening waarbij het kraakbeen dat in gewrichten zit dunner en zachter wordt. Dit kan leiden tot pijn en stijfheid in gewrichten. De behandeling van heupartrose bestaat uit voldoende beweging, indien nodig afvallen, en pijnstilling.
Als gewone pijnstillers geen verlichting meer geven, wordt soms een injectie met corticosteroïden in het heupgewricht gegeven. Corticosteroïden zijn ontstekingsremmers die soms ook pijnstillend kunnen werken. De injecties in het heupgewricht moeten echter met behulp van echografie of röntgenfoto’s worden geplaatst en gebeuren dus meestal in een ziekenhuis. Een vergelijkbare injectie in de bilspier door de huisarts zou mogelijk een veiliger en goedkoper alternatief kunnen zijn.

Voor het onderzoek van Dorleijn werden ruim honderd patiënten met heupartrose verdeeld in twee groepen: de ene groep kreeg een injectie met corticosteroïden, de andere groep een injectie met een placebo (een niet-werkzame stof). De injecties werden gegeven in de bilspier. De gemiddelde pijnscore van alle patiënten vóór de injectie was 4,3 (op een schaal van 1-10). Twee weken na de injectie was de gemiddelde pijnscore in rust bij de groep die de corticosteroïden-injectie had gekregen 2,6, tegenover 3,9 in de groep die de placebo-injectie kreeg. Twaalf weken na de injectie hadden de patiënten die de corticosteroïden hadden gekregen nog steeds minder pijn, zowel in rust als bij bewegen.
De onderzoekers concluderen hieruit dat een injectie met corticosteroïden in de bilspier in ieder geval twaalf weken pijnverlichting kan geven bij patiënten met heupartrose.

Het is belangrijk te beseffen dat de injectie in de bilspier dus niet is vergeleken met een injectie in het heupgewricht. Of de injectie in de bilspier de injectie in de heup kan gaan vervangen is nog niet bekend. Dorleijn noemt de injectie in de bilspier daarom “een goede tussenstap” totdat verder onderzoek de beide injecties met elkaar heeft vergeleken.

Overigens zijn de onderzoeksresultaten van deze studie (vooralsnog) alleen samengevat gepubliceerd. Dit maakt het op dit moment nog lastig om de resultaten geheel op waarde te schatten. Mogelijke bijwerkingen of effecten op lange termijn worden bijvoorbeeld niet beschreven.

Is dit echt iets nieuws?

Allereerst is het nieuwsbericht niet helemaal nieuw: het onderzoek werd al in 2016 gepubliceerd waarna onder andere het Reumafonds hier over berichtte. De aanleiding voor het nieuwsbericht van vorige week is nu alleen het promoveren van de onderzoekster.

Injecties met corticosteroïden in de bilspier worden al voor enkele andere aandoeningen gegeven, maar nog niet bij patiënten met heupartrose. Mogelijk komt het pijnstillende effect doordat de corticosteroïden bij het inspuiten in een spier door het gehele lichaam worden verspreid. In de huidige behandelrichtlijn voor heupartrose wordt deze methode nog niet genoemd. De behandeling zou daarom, zoals ook het nieuwsbericht beschrijft, “een waardevolle aanvulling” kunnen zijn. Of de injectie in de bilspier de duurdere en complexe injectie ín het heupgewricht kan vervangen, is dus nog niet onderzocht.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Uit onderzoek van het Erasmus Medisch Centrum blijkt dat een injectie met corticosteroïden in de bilspier zeker twaalf weken een pijnstillend effect heeft bij patiënten met heupartrose. De injectie zou daarmee een praktische aanvulling kunnen zijn op de bestaande behandelopties bij heupartrose.
Mogelijke bijwerkingen en langetermijneffecten van de injectie in de bilspier worden nog niet genoemd. Ook is nog niet onderzocht of het effect van de injectie in de bilspier vergelijkbaar is met een injectie ín het heupgewricht. Verder onderzoek zal daarom moeten uitwijzen of een injectie in de bilspier de duurdere en complexe injectie ín het heupgewricht zou kunnen vervangen.