“Zere benen te snel gedotterd”

Op de voorpagina van Trouw stond deze week een nieuwsbericht over de behandeling van etalagebenen. Het bericht baseert zich op het promotieonderzoek van arts-onderzoeker Lindy Gommans.

Review door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

De titel zegt dat zere benen te snel gedotterd worden. Uit de ondertitel van het nieuwsbericht blijkt het hierbij te gaan om ‘etalagebenen’. Waarom worden deze benen te snel gedotterd? En wat betekent dit voor patiënten met etalagebenen die al gedotterd zijn?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Het nieuwsbericht komt voort uit de conclusies van promotieonderzoek van Lindy Gommans. Uit haar onderzoek over de behandeling van etalagebenen blijkt dat behandeling door “intensieve looptherapie” minstens zo effectief is als dotterbehandeling in het ziekenhuis. Belangrijk daarbij is dat deze looptherapie vele malen goedkoper dan het dotteren.
Het nieuwsbericht beschrijft dat de looptherapie erg intensief is, en vaak niet door de verzekeraar wordt vergoed. Mogelijk wordt daarom – door patiënt of behandelend arts – sneller gekozen voor een dotterbehandeling. Bij deze kleine operatie wordt een vernauwd bloedvat in het been verwijd en weer doorgankelijk gemaakt. De ingreep duurt kort en is weinig belastend voor de patiënt. Maar, de ingreep is ook duur (maar wordt wel vergoed door de verzekeraar). Wel bestaat de kans dat de patiënt na de dotterbehandeling op andere plekken in het been nieuwe vernauwingen krijgt. De looptherapie zou dit kunnen voorkomen, zowel bij patiënten die voor het eerst behandeld worden als bij patiënten die al gedotterd zijn.

Is dit echt iets nieuws?

Het is niet nieuw dat looptherapie een goede en goedkope behandeling is voor etalagebenen. Zo adviseert de huisartsenrichtlijn om patiënten met etalagebenen eerst te verwijzen voor looptherapie bij de fysiotherapeut. Pas als blijkt dat deze behandeling onvoldoende werkt, kan de patiënt worden doorverwezen voor bijvoorbeeld een dotterbehandeling.
Het probleem hierbij is echter, zo meldt ook het nieuwsbericht, dat looptherapie veel motivatie van de patiënt vraagt en de patiënt deze ook vaak zelf moet betalen, waardoor deze stap soms wordt overgeslagen. Het onderzoek geeft nadruk aan het belang en de voordelen van intensieve looptherapie bij de behandeling van etalagebenen. Als zorgverzekeraars door deze aandacht besluiten de looptherapie toch te vergoeden, aldus het nieuwsbericht, geeft dat patiënten meer toegang tot deze zorg en zou het de totale zorgkosten kunnen besparen.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Het nieuwsbericht beschrijft dat voor patiënten met etalagebenen intensieve looptherapie minstens zo effectief en vele malen goedkoper is dan dotterbehandeling in het ziekenhuis. Dit is niet nieuw, maar de aandacht voor deze looptherapie zou er toe kunnen leiden dat arts en patiënt vaker voor deze therapie kiezen en dit daarmee zorgkosten bespaart. Het lijkt daarbij aannemelijk dat de looptherapie verder aan populariteit zal winnen, mocht de zorgverzekeraar de vergoeding opnemen in het basispakket.