“Mechanisch steunhart werkt net zo goed als donorhart”

Vorige week schreef NOS.nl dat er “goed nieuws is voor hartpatiënten die wachten op een harttransplantatie”. Het nieuwsbericht volgt na een onderzoek van het UMC Utrecht waarvan de resultaten deze week op een Amerikaans congres gepresenteerd werden.

Review door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Uit onderzoek van het Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht zou blijken dat “de levenskansen van patiënten met een mechanisch steunhart net zo goed zijn als van patiënten met een donorhart”. Hiermee zou “bewezen zijn dat een steunhart een goed alternatief is voor een nieuw hart”. Een betrokken hartlongchirurg spreekt van “wereldnieuws”.
Wat is eigenlijk een steunhart? En welke hartpatiënten komen hier voor in aanmerking?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Een ‘steunhart’ is een mechanische pomp die de pompfunctie van het hart kan ondersteunen of overnemen. Het verschil tussen een steunhart en een harttransplantatie is dat een steunhart naast het eigen hart functioneert, terwijl bij een transplantatie het eigen hart wordt vervangen door een hart van een donor (‘donorhart’).
Een steunhart biedt met name uitkomst bij patiënten met ernstig hartfalen. Bij deze patiënten is de pompfunctie van het hart soms zo slecht dat zij een harttransplantatie nodig hebben. Patiënten die op de wachtlijst staan voor een donorhart, kunnen in de tussentijd overleven met hulp van een steunhart. Maar steeds vaker wordt een steunhart ook ingezet als langdurige behandeling, dus als alternatief voor een harttransplantatie.

In de periode 2006-2015 hebben 189 patiënten in het UMC Utrecht een steunhart gekregen. Uit een analyse van het UMC Utrecht zelf zou blijken dat vijf jaar na de plaatsing van het steunhart nog 68 procent van de patiënten in leven was. Dit zou overeenkomen met de overleving van patiënten die nu een harttransplantatie krijgen. Op basis hiervan concluderen de onderzoekers dat langdurige behandeling met een steunhart een “veelbelovende therapie” is, en dat het steunhart na “verdere optimalisatie en het managen van complicaties op de lange termijn, voor een selecte groep patiënten een goed alternatief kan vormen voor harttransplantatie”. Die conclusie is dus een stuk genuanceerder dan de titel van het NOS bericht.

De resultaten van het onderzoek zijn vooralsnog slechts in samenvatting gepubliceerd, waardoor de conclusies van de onderzoekers (nog) niet zijn te beoordelen door buitenstaanders. Zo is niet bekend of de patiënten die een steunhart kregen vergelijkbaar zijn met patiënten die een donorhart krijgen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat het UMC Utrecht vooral een steunhart plaatst bij patiënten die een betere conditie hebben dan patiënten die een donorhart krijgen. Ook is niet duidelijk hoe de overleving na vijf jaar is te meten bij patiënten die zijn behandeld in 2015.

Is dit echt iets nieuws?

In 2011 meldde de NOS ook dat “een steunhart een alternatief is voor transplantatie”. In hetzelfde artikel is te lezen dat de techniek zelfs al sinds 1993 bestaat. Destijds werd het steunhart alleen gebruikt bij patiënten in afwachting van een harttransplantatie.
In 2015 maakte Zorginstituut Nederland bekend dat een steunhart zinvol kan zijn voor patiënten met ‘eindstadium hartfalen’ die niet meer in aanmerking komen voor een harttransplantatie.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Uit analyse van gegevens van 189 patiënten die in het UMC Utrecht een steunhart hebben gekregen zou blijken dat hun overleving vergelijkbaar is met die van patiënten die een harttransplantatie ondergaan. Dit zou volgens de onderzoekers kunnen betekenen dat een steunhart in de toekomst, voor een selecte groep patiënten, een goed alternatief kan vormen voor een harttransplantatie. De onderzoeksresultaten zijn echter nog niet openbaar en daardoor nog onvoldoende te beoordelen door buitenstaanders.