In het kort

“Prijs kankermedicijnen kan drastisch naar beneden met nieuw berekenmodel”

De Volkskrant schrijft dat de prijs van kankermedicijnen “drastisch naar beneden” zou kunnen als gebruik wordt gemaakt van “een nieuw berekenmodel”. In het nieuwsbericht wordt een hoogleraar ‘evaluatie van de gezondheidszorg’ geïnterviewd. Zij bedacht een prijsmodel waarin naast de ontwikkelingskosten van kankermedicijnen – waar farmaceutische bedrijven (te) weinig openheid over geven – ook rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld het aantal patiënten dat het medicijn gaat gebruiken en de concrete meerwaarde van het medicijn. De hoogleraar berekende met het model voor twee nieuwe, dure middelen die nu op de markt zijn “een drie tot twaalf keer lagere prijs”.
Dat de prijs van kankermedicijnen door het berekenmodel “drastisch naar beneden kan” lijkt echter weinig concreet nieuws: zolang farmaceutische bedrijven hun eigen medicijnprijzen mogen opvoeren is welk nieuw berekenmodel dan ook van geen enkele invloed. De hoogleraar vertelt daarom te werken aan een petitie en een ‘lobby in Brussel’, maar hoopt ook de farmaceutische bedrijven zelf te overtuigen. Haar prijzenswaardige initiatief heeft daarmee hoogstwaarschijnlijk nog een lange weg te gaan.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Mogelijk nieuw middel ontdekt tegen kaalheid”

NOS.nl en RTL Nieuws schrijven dat Britse onderzoekers “mogelijk een middel hebben gevonden tegen kaalheid”. Het middel zou zijn gebaseerd op ciclosporine, een bekend zwaar medicijn met veel mogelijke bijwerkingen waaronder toename van haargroei. Voor het onderzoek werden haarzakjes gebruikt van mannen die een haartransplantatie ondergingen. Deze haarzakjes werden vervolgens in een laboratorium blootgesteld aan een middel dat lijkt op ciclosporine. Dit middel – dat eerder mogelijk werkzaam bleek bij botontkalking – zorgde op celniveau voor meer activiteit in de haarzakjes. De onderzoekers concluderen op basis hiervan dat het middel mogelijk een nieuw medicijn tegen kaalheid op kan leveren.
Zoals NOS.nl echter al terecht schrijft, is er eerst “klinisch onderzoek bij mensen nodig om te kijken of het middel veilig is en ook echt aanslaat”. Dit betekent dat er voorlopig nog geen nieuw medicijn tegen kaalheid beschikbaar is.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Superbacterie straks dodelijker dan kanker”

Onder meer Metronieuws en Trouw schrijven deze week over ‘superbacteriën’ – bacteriën die resistent zijn geworden voor de meeste gebruikelijke antibiotica. De langer bestaande vrees voor superbacteriën zou nu worden aangewakkerd door slechte milieuomstandigheden in India: medicijnfabrieken zouden “zo veel antibiotica in het milieu dumpen, dat er resistente bacteriën ontstaan”. Een Britse econoom stelt in een reactie “Als er niks wordt gedaan, kunnen superbacteriën tegen 2050 dodelijker zijn dan kanker.”

De nieuwsberichten refereren aan een rapport over antibioticaresistentie uit 2016. De milieuvervuiling in de genoemde Indiase steden werd al beschreven in een onderzoek uit 2017. De uitspraak dat ‘superbacteriën straks dodelijker zijn dan kanker’ dateert zelfs uit 2014.

Het wordt niet duidelijk waarom al bovenstaande juist nu weer in het nieuws komt. Dat neemt overigens niet weg dat superbacteriën nog steeds een (potentieel) actueel probleem vormen. Het onderwerp staat daarom hoog op de agenda van de Wereld Gezondheidsorganisatie en wordt zeker in Nederland goed onderkend.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Q-koorts: klachten worden alleen maar erger”

Niet alleen het Algemeen Dagblad schrijft dat “Q-koortspatiënten ondanks intensieve behandeling jaren na de besmetting klachten houden die bovendien zelfs kunnen verergeren”, ook het NOS Journaal opende: “Q-koortspatiënten komen niet van problemen af”. De berichten suggereren dat Q-koorts in veel gevallen “een progressieve ziekte” is.
De nieuwsberichten zijn gebaseerd op een nog niet gepubliceerd en nog niet voltooid onderzoek van het Radboudumc naar de kwaliteit van leven van Q-koortspatiënten. Tot nu toe zijn 2600 patiënten gevolgd, die zijn onder te verdelen in drie categorieën:

  1. Q-koortsvermoeidheidssyndroom (10% van alle Q-koortspatiënten).
    Deze patiënten hebben veel beperkingen sinds hun Q-koortsinfectie, hun klachten lijken over de tijd niet toe of af te nemen.
  2. Chronische Q-koorts (5% van alle Q-koortspatiënten).
    Deze patiënten ervaarden minder beperkingen dan de eerste groep, maar kregen wel meer klachten gedurende de jaren dat zij gevolgd werden. Dit is dus de groep patiënten waar de termen “progressieve ziekte” en “klachten worden alleen maar erger” aan refereren.
  3. Overige Q-koortspatiënten (85% van alle Q-koortspatiënten).
    Dit is veruit de grootste groep. Deze patiënten hebben ooit een Q-koortsinfectie gehad, maar kregen geen verschijnselen van chronische Q-koorts of Q-koortsvermoeidheidssyndroom. Deze patiënten “rapporteren een steeds beter functioneren over de tijd”.

Q-koorts lijkt dus voor een minderheid een chronisch (15%) en progressief (5%) probleem, maar met de meeste Q-koortspatiënten (85%) lijkt het steeds beter te gaan. Tot het onderzoek volledig voltooid en gepubliceerd is, zijn verdere conclusies niet mogelijk.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Beginnende arts heeft weinig medicijnkennis”

Verschillende media waaronder NU.nl, AD en De Telegraaf schrijven dat beginnende artsen “niet goed in staan zijn om effectief en veilig medicatie voor te schrijven”. Het nieuws is gebaseerd op promotieonderzoek van een klinisch farmacoloog van het VUmc. Het promotieonderzoek bestaat uit verschillende onderzoeken (zoals hier en hier) naar verschillende manieren waarop Europese geneeskundestudenten het voorschrijven van medicatie krijgen onderwezen. Hieruit blijkt onder meer dat “45 procent van de ondervraagden nog nooit een medicijn had voorgeschreven vlak voor het afstuderen”. Dit is enerzijds natuurlijk niet vreemd, omdat geneeskundestudenten ook nog niet bevoegd zijn om medicatie voor te schrijven. Anderzijds zouden zij het voorschrijven misschien vaker moeten oefenen, voor zij dit als arts in de praktijk gaan doen.
In landen waar meer praktijkonderwijs wordt gegeven – zoals ook in Nederland – werd er beter gescoord. Zo moeten in Nederland geneeskundestudenten in hun laatste jaar in de rol van ‘semiarts’ wel al medicatie voorschrijven, maar wordt dit altijd vooraf gecontroleerd door een superviserend arts. Ook hebben ziekenhuizen in Nederland verschillende maatregelen om voorgeschreven medicatie te controleren, zoals medicatiebeoordelingen door apothekers en medicatieteams.
Van het voorschrijven van medicatie is al langer bekend dat dit een fout-gevoelig proces is, wat het huidige onderzoek opnieuw benadrukt. De promovendus pleit voor meer praktijkonderwijs en een verplicht Europees ‘voorschrijf-examen’.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Verslaafd aan een pilletje voor het slapen”

NRC handelsblad schrijft over Nederlands onderzoek naar mensen die langdurig slaappillen gebruiken. Verslavingsarts Erik Paling vertelt in een interview met de krant over onderzoek naar mensen die ‘afhankelijk’ zijn van slaappillen. Uit de eerste resultaten van het onderzoek zou blijken dat langdurig gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen – ook wel bekend als ‘benzodiazepinen’ of ‘benzo’s’ – leidt tot “afname van intelligentie”, “vertraging in het denken” en “moeite met onthouden”. Bij het onderzoek wordt ook gekeken naar nieuwe manieren om mensen van de slaappillen af te brengen. Het onderzoek loopt nog tot eind 2018.
Dat benzodiazepinen verslavend zijn is al lang bekend. De Nederlandse Huisartsenrichtlijn beveelt daarom aan om deze middelen alleen in uitzonderingsgevallen en dan voor korte duur voor te schrijven. Desondanks zijn er nog altijd veel mensen afhankelijk van de middelen. Mogelijk kan het beschreven onderzoek meer inzicht geven in zowel de risico’s van het gebruik als manieren om met de middelen te stoppen.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Vrouwen met reuma doen er langer over om zwanger te worden”

NU.nl schrijft dat het bij vrouwen met reuma langer duurt voordat zij zwanger raken dan bij vrouwen zonder reuma. Bij vrouwen met reuma zou dit gemiddeld zes maanden duren, tegenover gemiddeld drie maanden bij gezonde vrouwen. In een persbericht van het Erasmus MC is te lezen dat de activiteit van de ziekte – die gepaard kan gaan met zogenaamde ‘opvlammingen’ – en de soort medicijnen die die vrouwen gebruiken, hier invloed op hebben. Het gebruik van ontstekingsremmers (‘NSAID’s’) en hoge doses prednison zou beter vermeden kunnen worden. Volgens het persbericht zou uit eerder onderzoek al gebleken zijn dat er steeds meer andere medicijnen tegen reuma zijn die veilig tijdens de zwangerschap kunnen worden gebruikt.
De betrokken promovendus stelt dat “vrouwen met reuma er verstandig aan doen tijdig over gezinsplanning na te denken”. Zij benadrukt daarbij dat “goede communicatie en samenwerking tussen gynaecoloog en reumatoloog heel belangrijk zijn, liefst al voordat de vrouw zwanger raakt”.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Alcoholisten glippen massaal langs de huisarts”

“Huisartsen hebben zelden door wie van hun patiënten een alcoholprobleem heeft”, aldus dagblad Trouw. Een Maastrichtse onderzoekster vroeg ongeveer 2350 patiënten naar hun alcoholgebruik, en vergeleek dit met de registratie van alcoholgebruik in het huisartsendossier. Hieruit bleek dat liefst 11,1% van de patiënten zelf rapporteerde ‘problematisch alcoholgebruik’ te hebben, terwijl bij maar één patiënt de diagnose ‘problemen met alcoholgebruik’ in het dossier was vastgelegd.
Er blijkt dus een flink verschil tussen het aantal patiënten dat alcohol gebruikt en het aantal bijbehorende diagnoses in het huisartsendossier. Dit zou inderdaad kunnen betekenen dat huisartsen onvoldoende vragen naar het alcoholgebruik van hun patiënten. Maar het niet altijd vastleggen van een diagnose is iets heel anders dan iets ‘zelden doorhebben’. Voor het onderzoek is de huisartsen bijvoorbeeld niet zelf gevraagd naar hun idee over het alcoholgebruik van hun patiënten. Het kan best zijn dat de huisartsen dit heel goed doorhebben, alleen niet het bijbehorende ‘vinkje’ hebben gezet in het dossier. Het nieuwsbericht in Trouw gaat geheel voorbij aan dit belangrijke verschil.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Ook één sigaret per dag is dodelijk”

Verschillende kranten schrijven over Brits onderzoek waaruit zou blijken dat ook mensen die maar één of enkele sigaretten per dag roken, een verhoogd risico op hart- en vaatziekten hebben. De onderzoekers combineerden de gegevens uit een groot aantal andere onderzoeken naar het verband tussen roken en hart- en vaatziekten. Zij berekenden daarbij dat mensen die 20 sigaretten per dag roken grofweg 2 a 3 keer zoveel kans hebben op hart- en vaatziekten, maar mensen die slechts één sigaret per dag roken ook nog altijd zo’n 1,3 keer zo grote kans. De onderzoekers concluderen dat er “geen veilige ondergrens” bestaat voor het roken van sigaretten.
Ook in De Telegraaf wordt gesteld dat “minderen geen optie” is. Dat blijkt niet per se uit het onderzoek, wat toont dat minderen wel degelijk effect kan hebben. Maar helemaal stoppen is natuurlijk beter.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

In samenwerking met Gezondheid en Wetenschap

“Te vaak amputaties bij diabetespatiënten”

Volgens Algemeen Dagblad worden “onnodig vaak tenen, voeten en onderbenen afgezet” bij diabetespatiënten. Als deze patiënten naast een wondje ook een bloedvatafsluiting in het been hebben, kan dit leiden tot een amputatie. In het nieuwsbericht komen drie artsen aan het woord die vooral lijken te pleiten voor een meer centrale en gespecialiseerde aanpak van het behandelen van zulke bloedvatafsluitingen. Waar het nieuws precies vandaan komt, en waar bijvoorbeeld uit zou blijken dat het aantal amputaties “de helft minder .. door razendsnel ingrijpen van de huisarts” zou worden, wordt niet duidelijk.
In de huidige huisartsenrichtlijn staat duidelijk vermeld dat een huisarts een diabetespatiënt met een wondje aan de voet en tekenen van een bloedvatafsluiting met spoed moet verwijzen naar een gespecialiseerd team in het ziekenhuis. Mogelijk zien de genoemde artsen liever dat álle diabetespatiënten met een wond aan een voet direct worden ingestuurd naar het ziekenhuis. Of dit inderdaad leidt tot minder amputaties – en daarbij niet zal leiden tot een enorme stijging van de ziektekosten – zal dan nog moeten blijken.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: wij kunnen hier geen originele bron bij vinden