In het kort

“Aflikken speentje beschermt mogelijk tegen allergieën bij baby’s”

“Wie z’n kinderen wil beschermen tegen allergieën, doet er mogelijk goed aan hun speentjes niet onder de kraan of in kokend water schoon te maken, maar met de eigen mond.” Dit schrijft de Volkskrant naar aanleiding van recent gepresenteerde resultaten uit Amerikaans onderzoek. De onderzoekers ondervroegen 128 moeders over de manier waarop ze een gevallen fopspeen reinigden. Zo werden er 3 methoden vergeleken: steriliseren in kokend water of in de vaatwasmachine, wassen met water en zeep of ‘reinigen’ met het eigen speeksel. 30 moeders steriliseerden de fopspeen, 53 moeders reinigden met water en zeep en 9 moeders gebruikten hun eigen speeksel. Bij de baby’s werd op 3 momenten naar waarden van de immuunstof IgE gekeken: bij de geboorte, op de leeftijd van 6 maanden en op 18 maanden. Er werden lagere IgE-waarden gevonden bij de baby’s die hun fopspeen terugkregen nadat de moeder die met de mond had gereinigd.
De vraag is wat deze lagere waarden van de IgE-antistoffen in de praktijk betekenen. Deze waarden zijn namelijk niet rechtstreeks te vertalen naar het wel of niet hebben van allergie. Ontwikkelen deze kinderen later bijvoorbeeld minder hooikoorts of astma? Dat werd niet nagegaan. De onderzoekers benadrukken daarbij dat zij ook geen oorzaak-gevolgrelatie aantonen, wat met dit type onderzoek niet mogelijk is. Verder is de grootte van de onderzochte groep veel te klein om algemene conclusies te trekken en zijn vragenlijsten die peilen naar gedrag in het verleden niet altijd betrouwbaar.
De resultaten zijn wel in lijn met eerder Zweeds onderzoek en ondersteunen de ‘hygiënehypothese’ van allergie: door meer contact met bacteriën op zeer jonge leeftijd zou de kans op allergieën in het latere leven afnemen. Maar of het reinigen van een fopspeen met speeksel van de moeder daar inderdaad ook aan bijdraagt is met dit huidige onderzoek dus niet te zeggen.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

In samenwerking met Gezondheid en Wetenschap

“Arts helpt patiënt met lyme niet”

In NRC schrijft de voorzitter van de Nederlandse lymevereniging dat “de alarmerende situatie rond lyme Nederlandse artsen lijkt te ontgaan”. Hij stelt dat “duizenden chronische lymepatiënten doodziek zijn .. artsen de diagnose missen .. en geen effectieve behandeling hebben”. Nederlandse artsen en onderzoekers zouden daarom “net zoals de internationale wetenschappers moeten erkennen dat we veel te weinig weten over chronische lyme en dat veel meer moet worden geïnvesteerd in zorg voor lymepatiënten en onderzoek naar betere tests en behandelingen”. Een week eerder verscheen in dezelfde krant een bericht over patiënten met ‘chronische lyme’ die in het buitenland op zoek gaan naar alternatieve tests en behandelingen.
In beide berichten komt nadrukkelijk naar voren dat het stellen van de diagnose (chronische) ziekte van Lyme erg moeilijk is doordat er geen goede tests voor zijn. Dokter Media beschreef eerder al dat het juist daarom ook erg moeilijk is om vast te stellen of bepaalde chronische klachten van patiënten ook daadwerkelijk met de ziekte te maken hebben.
Een roep om betere tests en behandeling is daarom begrijpelijk, maar het lijkt niet terecht in het algemeen te stellen dat Nederlandse artsen “de diagnose missen” en “patiënten met lyme niet helpen”. Het probleem krijgt bovendien wel degelijk aandacht: er lopen verschillende onderzoeken naar tests en behandelingen voor de ziekte en de overheid heeft voor de periode 2017-2020 € 2,5 miljoen beschikbaar gesteld voor een Lymeziekte-expertisecentrum. Het is niet bekend wanneer resultaten van deze onderzoeken worden verwacht. Ondertussen blijft het vooral belangrijk besmetting met de ziekte te voorkómen door goed te letten op (het voorkómen van) tekenbeten.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Kankerpatiënten ten einde raad: nivolumab niet vergoed”

Naar aanleiding van berichtgeving van De Telegraaf schrijven vrijwel alle media over het medicijn nivolumab. Volgens de berichten hebben “zorgverzekeraars besloten het middel niet te vergoeden”, nadat de commissie Beoordeling Oncologische Middelen (BOM) dit zou hebben geadviseerd. Met veel krachttermen wordt beschreven dat het medicijn plotseling niet meer beschikbaar zou zijn voor patiënten met kanker, die daar voor hun behandeling van afhankelijk zouden zijn.
Het is belangrijk allereerst te benadrukken dat het advies om nivolumab niet te vergoeden alleen geldt voor één specifieke patiëntengroep, namelijk die met een zogeheten vroeg-stadium melanoom. Dit omdat de commissie vindt dat er bij deze patiënten nog te weinig ervaring is met behandeling met (het zeer dure) nivolumab en daarmee nog niet duidelijk is of de behandeling effectief en veilig genoeg is. Voor alle andere patiënten die al worden behandeld met nivolumab, zoals patiënten met een laat-stadium melanoom of patiënten met longkanker, blijft het medicijn gewoon vergoed.
Het zou echter goed kunnen dat ook patiënten met een vroeg-stadium melanoom op termijn gebaat blijken bij het medicijn en dat hen dus nu een hoog nodige behandeling wordt onthouden. Het advies heeft daarom veel vragen opgeroepen, zowel in de politiek als bij sommige oncologen. Het lijkt daarmee waarschijnlijk dat er binnenkort een vervolg zal komen op de huidige berichtgeving, met mogelijk meer duidelijkheid voor patiënten met deze specifieke vorm van kanker.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: wij hebben de originele bron van dit nieuwsbericht niet kunnen vinden

Addendum: inmiddels heeft de commissie BOM de betreffende behandeling met nivolumab toch als positief beoordeeld. Het middel wordt daarom waarschijnlijk per 1 januari 2019 ook voor deze indicatie vergoed.

“Screening op longkanker redt duizenden levens”

Volgens Trouw zou screening op longkanker duizenden levens redden. RTL Nieuws meldt dat artsen daarom pleiten voor screening op longkanker bij (ex-)rokers. De berichten volgen op een persbericht van het Erasmus MC, waarin Nederlands onderzoek naar longkankerscreening wordt aangekondigd als “een resultaat van wereldklasse”. Uit dit onderzoek, uitgevoerd tussen 2003 en 2006, zou blijken dat bij mensen met ‘een verhoogd risico op longkanker’ regelmatige controle met een CT-scan zou leiden tot 26% minder sterfte aan longkanker. Een longarts stelt daarom: “De sterftereductie bij screening is aangetoond, invoering is dus nodig.”
Er is echter ook kritiek op het onderzoek. Andere artsen wijzen er op dat er door screening misschien minder mensen overlijden aan longkanker, maar dat diezelfde mensen uiteindelijk nauwelijks langer overleven omdat ze – vermoedelijk door datzelfde roken – eerder overlijden aan bijvoorbeeld hart- en vaatziekten. Het staat dus zeker niet onomstotelijk vast dat “screening op longkanker duizenden levens redt”. Bovendien kunnen CT-scans ‘uit voorzorg’ ook juist tot onrust en zelfs onnodige operaties zorgen als ze ten onrechte aangeven dat er longkanker zou zijn. Ook in medische vakliteratuur was uitgebreid aandacht voor deze en andere kanttekeningen bij het onderzoek.
Zoals ook in een ander bericht in Trouw wordt aangegeven zal de Nederlandse Gezondheidsraad uiteindelijk advies moeten uitbrengen of longkankerscreening moet worden ingevoerd. Het lijkt waarschijnlijk dat daar gezien de vele kanten aan het onderwerp nog meer tijd en onderzoek voor nodig is.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Beter antibiotica dan het mes bij acute blindedarm”

“Een ontstoken blindedarm hoeft niet meteen te worden geopereerd”, aldus NRC deze week op basis van recent Fins onderzoek. In dit onderzoek werden ruim 500 patiënten met een eerste blindedarmontsteking (appendicitis) vervolgd. De helft onderging direct een operatie waarbij de blindedarm verwijderd werd. De overige patiënten werden alleen met antibiotica behandeld. De behandeling met antibiotica bleek in veel gevallen voldoende effectief: ruim de helft van de patiënten kon zo een operatie worden bespaard. In de eerste vijf jaar na deze eerste blindedarmontsteking hadden 100 van de 250 patiënten die met antibiotica waren behandeld alsnog een operatie aan de blindedarm nodig. De onderzoekers concluderen dat de behandeling van een blindedarmontsteking met antibiotica een geschikt alternatief is voor een operatie. Eerder concludeerden Engelse onderzoekers hetzelfde voor kinderen met een blindedarmontsteking.
Overigens dient wel opgemerkt te worden dat het hier een zogeheten ongecompliceerde blindedarmontsteking betreft. Bij een blindedarmontsteking kunnen namelijk vaak complicaties ontstaan, zoals een gesprongen blindedarm, waarbij een operatie noodzakelijk blijft.
Op dit moment staan antibiotica (nog) niet als behandeling voor een blindedarmontsteking in de – overigens verouderde – Nederlandse richtlijnen. Patiënten die bij een blindedarmontsteking behandeling met antibiotica zouden willen overwegen, kunnen dit bespreken met hun behandelend arts.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Geen pil, maar een paprika helpt tegen diabetes”

Verschillende media schrijven deze week over leefstijladviezen voor patiënten met diabetes type 2, na het recente uitbrengen van een handleiding door de Vereniging Arts en Leefstijl “die huisartsen uitlegt hoe zij diabetespatiënten van de medicatie af kunnen krijgen”. “Een huisarts die geen pillen voorschrijft, maar de patiënt eropuit stuurt om groente en fruit te kopen. Dat gaat diabetespatiënten vaker overkomen.” aldus Trouw. RTL Nieuws schrijft “De standaard ‘oplossing’ voor mensen die diagnose diabetes type 2 kregen was tot voor kort: pillen slikken. Een nieuwe handleiding voor huisartsen brengt daar nu verandering in.” In een interview met NRC vertelt één van de initiatiefnemers van de handleiding dat ze denkt dat “50 tot 70 procent kan stoppen met pillen slikken”.
Er zijn inderdaad aanwijzingen dat een gezonde leefstijl bij patiënten met diabetes type 2 kan leiden tot het kunnen minderen of zelfs stoppen van medicatie. Maar of dat echt bij “meer dan de helft van de patiënten” het geval is, staat zeker niet vast. RTL Nieuws schrijft bijvoorbeeld zelf al over een praktijkvoorbeeld met veel aandacht voor leefstijl waarna uiteindelijk “bijna één op de vier patiënten zonder medicatie door het leven kon”. Dit is heel iets anders dan de “50 tot 70 procent” die de huisarts in NRC aanhaalt vanuit een schatting uit haar eigen praktijk. Die optimistische getallen berusten dus niet op wetenschappelijk onderzoek.
De media brengen het nieuws alsof het nut van een gezonde leefstijl een heel nieuw inzicht is. In de huisartsenrichtlijn diabetes type 2 staat dit echter al duidelijk beschreven: “Het nastreven van een betere leefstijl vormt de basis van de behandeling en blijft belangrijk gedurende het hele ziektebeloop”. De besproken handleiding zal dit nu weer extra benadrukken en kan huisartsen en praktijkondersteuners er zo nodig bij helpen.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Een wc-bril vies? In een vliegtuig kun je pas echt ziek worden”

Algemeen Dagblad schrijft over verschillende onderzoeken naar het vóórkomen van bacteriën en virussen in vliegtuigen en vliegvelden: “Mensen met smetvrees weten het al lang: je moet uitkijken voor dingen die anderen aangeraakt hebben”.
Directe aanleiding voor het bericht is een onderzoek naar de verspreiding van griep- en verkoudheidsvirussen op een Fins vliegveld. De krant schrijft hier echter maar kort over en herhaalt daarna vooral uitkomsten uit een ouder, niet-wetenschappelijk onderzoek – dit onderzoek werd in 2015 uitgevoerd door een online reisbureau en werd onder meer in de Britse Daily Mail beschreven. Algemeen Dagblad beschrijft nu opnieuw alle plekjes die destijds werden onderzocht en noemt of er veel of weinig bacteriën werden gevonden.
Uiteindelijk komt er in het nieuwsbericht toch nog enige nuance: ook op andere oppervlakken – zoals toetsenborden, mobiele telefoontjes of je eigen huid – komen veel bacteriën voor. Daar word je echter niet zomaar ziek van, zeker niet als je op hygiëne let en bijvoorbeeld je handen wast. Bovendien zijn de meeste bacteriën onschuldig.
Belangrijk is verder dat de verschillende onderzoekers alleen maar naar de aanwezigheid van bacteriën en virussen hebben gekeken, ze hebben helemaal niet onderzocht of mensen er ook echt ziek van werden. Dat je “in een vliegtuig pas echt ziek kunt worden” zoals de krant kopt, is dus een veel te overdreven stelling die bovendien niet wordt bevestigd door de beschreven onderzoeken.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Alzheimer veel sneller opgespoord met nieuwe bloedtest”

De NOS schrijft vanmorgen: “binnen een jaar is er een bloedtest waarmee de ziekte van Alzheimer eerder en gemakkelijker op te sporen valt dan nu”. Deze uitspraak zou zijn gedaan door een hoogleraar van het Amsterdam UMC. Volgens een persbericht van het Amsterdam UMC denkt de hoogleraar “binnen een jaar deze test, die de ziekte van Alzheimer aantoont, op de markt te hebben”. Het persbericht stelt zelfs dat de genezing van Alzheimer een “stap dichterbij” is. Uit de berichten is niet op te maken op welke onderzoeken de uitspraken zijn gebaseerd.
Het is belangrijk te benadrukken dat de ziekte van Alzheimer momenteel niet goed te behandelen en zeker niet te genezen is. Het ‘eerder opsporen van de ziekte’ zou daarom vooral betekenen dat te betreffende persoon eerder weet dat hij of zij de ziekte heeft. De hoogleraar hoopt dat een eerdere diagnose in de toekomst ook kan leiden tot betere behandeling, maar durft daar tegenover de NOS geen uitspraak over te doen.
De NOS tempert zelf de hoge verwachtingen: “In het onderzoek naar de ziekte van Alzheimer zijn al vaak hoopgevende ontwikkelingen gepresenteerd. Maar ondanks uitgebreid onderzoek en hoge investeringen hebben die patiënten uiteindelijk nog maar heel weinig gebracht.”
Het zal het komende jaar afwachten zijn of de genoemde test inderdaad beschikbaar komt, in hoeverre deze blijkt te werken en vooral of het inzetten van de test ook tot voordeel leidt voor de patiënt. Tot die tijd lijkt de hoopgevende berichtgeving erg voorbarig.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Jaarlijks honderd doden door negeren oproep uitstrijkje”

Vrijwel alle media schrijven begin augustus over de mogelijke risico’s van het negeren van bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Uit cijfers van het RIVM zou blijken dat jaarlijks ongeveer 120 tot 150 vrouwen die niet meededen aan het bevolkingsonderzoek, overlijden aan baarmoederhalskanker: “Een grove schatting is dat 70% van hen sterft als gevolg van het niet of te laat screenen”.
Het RIVM heeft op haar website een keuzehulp voor vrouwen die twijfelen of ze wel of niet mee moeten doen aan het bevolkingsonderzoek. Volgens verschillende artsen zou die uitleg echter te neutraal zijn en zou het RIVM meer op de risico’s moeten wijzen.
Eerder uitte het RIVM wel zorgen over de gebrekkige HPV-vaccinatie bij meisjes. Deze vaccinatie beschermt tegen het virus dat uiteindelijk baarmoederhalskanker kan veroorzaken.
Of de beide berichten aanleiding gaan geven tot meer uitleg over de risico’s van baarmoederhalskanker is nog niet duidelijk.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Elf baby’s overleden bij onderzoek Amsterdam UMC”

Vrijwel alle media schrijven eind juli over onderzoek van het Amsterdam UMC. Het onderzoek is stopgezet nadat meerdere baby’s tijdens het onderzoek waren overleden. Het is nog niet duidelijk of de overlijdens direct te maken hadden met het onderzoek of het onderzochte medicijn. Het is bovendien belangrijk om te benadrukken dat het onderzoek werd uitgevoerd bij baby’s met een ernstige groeivertraging al vroeg tijdens de zwangerschap, waarvoor op dit moment nog geen behandeling beschikbaar is. Deze baby’s hebben een slechte kans om gezond geboren te worden. Onderzoekers zijn daarom op zoek naar een mogelijke behandeling.
Voor het onderzoek werden de zwangere vrouwen behandeld met sildenafil, een middel waarvan uit ander onderzoek was gebleken dat het de ongeboren baby’s met groeivertraging mogelijk zou kunnen helpen. Gedurende het onderzoek bleek echter dat het middel ná de geboorte nadelige effecten lijkt te hebben, met een verhoogd risico op overlijden. Het onderzoek is daarom direct stopgezet. Uit nadere analyse moet nog blijken of het medicijn inderdaad de directe oorzaak van de overlijdens is geweest.
Het Amsterdam UMC geeft in een nieuwsbericht meer informatie, en heeft het onderzoek gemeld bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Eén van de betrokken gynaecologen gaf in het programma Nieuwsuur nadere uitleg. Hij benadrukt daarin dat (onverwachte) negatieve onderzoeksresultaten helaas ook kunnen voorkomen, en dat het belangrijk is dat artsen daarvan leren om patiënten toekomstig beter te kunnen helpen.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier