“Meer goede cholesterol is niet altijd beter”

In verschillende media was vorige week te lezen over de ontdekking van “de achilleshiel van kanker”. Het nieuws is naar aanleiding van een publicatie in het vooraanstaande blad Science en gaat over een methode waardoor het menselijk immuunsysteem kankercellen zou kunnen herkennen.

Review door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Een hoge waarde van goede cholesterol zou soms een verhoogd risico geven op hart- en vaatziekten. Is er goed en slecht cholesterol? En hoe kan het dat goed cholesterol toch slecht is?
Onderzoekers uit Cambridge hebben ontdekt dat sommige mensen een wijziging in hun genen hebben, waardoor hun waarden van ‘goed’ cholesterol hoog zijn, maar tegelijkertijd ook het risico op hart- en vaatziekten hoog is. Het nieuwsbericht vermeldt ook dat de onderzoekers “het wijdverspreide idee dat hoge HDL-waarden per definitie gunstig zijn” tegenspreken en dat “aan deze hypothese in de medische wereld al langere tijd wordt getwijfeld”

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Onderzoekers uit Cambridge hebben onderzoek gedaan naar DNA, cholesterol en het risico op hart- en vaatziekten.

Om het onderzoek beter te begrijpen is het belangrijk te weten dat cholesterol een vetachtige stof in het menselijk bloed is. Het wordt voornamelijk door de lever aangemaakt, maar wordt ook direct opgenomen uit voedsel. In het menselijk lichaam komen er meerdere soorten cholesterol voor. Voor nu zijn twee vormen van cholesterol belangrijk:

  1. LDL-cholesterol (Low Density Lipoprotein)
    Dit wordt ook wel ‘slecht cholesterol’ genoemd, omdat mensen met meer LDL-cholesterol in hun bloed een grotere kans hebben op het verstopt raken van bloedvaten en het krijgen van hart- en vaatziekten.
  2. HDL-cholesterol (High Density Lipoprotein)
    Dit wordt ook wel ‘goed cholesterol’ genoemd. Een van de functies van HDL-cholesterol is het ‘opruimen’ van LDL-cholesterol. Een hoog HDL-cholesterolgehalte in het bloed wordt daarom in het algemeen beschouwd als beschermend tegen hart- en vaatziekten.

De onderzoekers uit Cambridge voerden hun onderzoek uit in twee stappen. In de eerste stap stelden zij twee groepen samen. De eerste groep bestond uit 852 personen met extreem hoge waarden HDL-cholesterol in hun bloed (‘hoog HDL-groep’). Hun waarden behoorden tot de hoogste 5 procent van de bevolking. De tweede groep bestond uit 1156 personen met lage waarden HDL-cholesterol (‘laag HDL-groep’). Vervolgens hebben de onderzoekers gekeken naar het DNA van deze personen om te kijken of ze een bepaalde wijziging in hun genen (‘mutatie’) hadden. Deze mutatie heeft tot gevolg dat het HDL-cholesterol zijn taak niet kan uitoefenen, waardoor het niet verbruikt wordt (en dus in extra grote hoeveelheden in het bloed voorkomt). In de hoog HDL-groep hadden 16 personen deze mutatie, terwijl in de laag HDL-groep slechts 3 personen de mutatie hadden. Geen van deze personen hadden een hart- of vaatziekte.

De tweede stap werd gebruikt om te kijken of er een verband is tussen deze mutatie en het krijgen van hart- en vaatziekten. Hiertoe onderzochten zij – uit andere gegevens dan in de eerste stap – het DNA van bijna 140.000 personen, waarvan er ongeveer 50.000 een hart- of vaatziekte hadden. De personen met de mutatie in hun DNA bleken een bijna tweemaal (1,79 om precies te zijn) zo grote kans te hebben om tijdens hun leven hart- en vaatziekten te krijgen.

Om tot hun conclusie te komen combineerden de onderzoekers de resultaten van de twee stappen. Zij concludeerden dat personen met deze specifieke mutatie hogere waarden van HDL-cholesterol hebben en ook een grotere kans hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten.

Is dit echt iets nieuws?

Ondanks dat over het algemeen LDL-cholesterol als ‘slecht’ en HDL-cholesterol als ‘goed’ wordt aangeduid, is alleen de slechte werking van LDL-cholesterol echt bewezen. Behandeling van ‘te hoog cholesterol‘ richt zich daarom in het algemeen op het verlagen van dit LDL-cholesterol. De onderzoekers hebben daar nu aan toegevoegd dat er mensen zijn die zeer hoge waarden van HDL-cholesterol hebben en tegelijkertijd ook een hoger risico hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten. Zij hebben niet aangetoond dat dit hogere risico op hart- en vaatziekten ook daadwerkelijk veroorzaakt wordt door het HDL-cholesterol.

Ook is belangrijk te bedenken dat de onderzoekers naar een selecte groep mensen hebben gekeken: hun HDL-waarden behoorden tot de hoogste 5 procent van de bevolking. Van deze 5 procent hadden slechts 16 van de 852 personen (1,9%) de mutatie. Ruwweg betekent dit dat deze situatie – een hoog ‘goed’ HDL-cholesterol maar toch een mogelijk verhoogd risico op hart- en vaatziekten – voor 0,09% van de bevolking zou gelden; dit is ongeveer 1 op de 1065 personen.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Onderzoekers hebben ontdekt dat mensen met een bepaalde genetische mutatie extreem hoge waarden van HDL-cholesterol kunnen hebben, maar tegelijkertijd mogelijk ook een hoger risico op hart- en vaatziekten. Deze ontdekking laat zien dat er zeldzame gevallen zijn waarbij het algemene onderscheid tussen HDL-cholesterol als ‘goed’ en LDL-cholesterol als ‘slecht’ niet per se opgaat, maar verandert hier in algemene zin niets aan.