“Geen pil slikken bij ernstige stollingsstoornis”

Vorige week schreef de Volkskrant dat “vrouwen met ernstige stollingsafwijkingen beter niet de anticonceptiepil kunnen slikken vanwege het gevaar voor trombose”. Het nieuwsbericht is gebaseerd op onderzoeksresultaten van promovenda Liesbeth van Vlijmen van het Universitair Medisch Centrum Groningen.

Review door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Vrouwen met een ernstige stollingsafwijking kunnen de pil beter niet gebruiken vanwege het risico op trombose, zo vermeldt het nieuwsbericht. Geldt dit voor elke anticonceptiepil? En welke stollingsstoornissen of -afwijkingen zijn er precies ernstig?
De inleiding van het nieuwsbericht vertelt dat vrouwen ook een verhoogd risico lopen als er trombose in de familie voorkomt.

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Uit onderzoek van promovenda Liesbeth van Vlijmen blijkt dat het risico op trombose bij vrouwen die de anticonceptiepil* gebruiken toeneemt als zij een erfelijke stollingsstoornis hebben of als hun moeder of zus trombose heeft gehad. Bij ernstige stollingsstoornissen, zoals sommige aangeboren tekorten aan bepaalde eiwitten, bleek het risico op trombose bij pilgebruik zodanig verhoogd dat Van Vlijmen afraadt om de anticonceptiepil als anticonceptiemethode te gebruiken.
Bij minder ernstige stollingsstoornissen (andere aangeboren stollingsafwijkingen) maar ook bij het vóórkomen van trombose in de familie, bleek het risico op trombose in mindere mate verhoogd. Van Vlijmen vindt dat deze vrouwen alle anticonceptiemethoden kunnen overwegen. De anticonceptiepil hoeft hen dus niet per se te worden afgeraden. Een belangrijke overweging daarbij is dat een zwangerschap op zichzelf het risico op trombose ook verhoogt, zelfs veel meer dan deze minder ernstige stollingsstoornissen. Van Vlijmen benadrukt daarbij dat vrouwen wel goed geïnformeerd moeten worden over de voor- en nadelen van de verschillende anticonceptiemethoden, waaronder dus ook het risico op trombose.

*’De anticonceptiepil’ is een pil met een combinatie van twee hormonen: oestrogeen en progesteron. Deze pillen zijn er in vele verschillende uitvoeringen en doseringen. Er bestaan echter ook anticonceptiepillen met alleen progesteron. Deze laatste pillen geven een niet of nauwelijks verhoogd risico op trombose.

Is dit echt iets nieuws?

Dat de anticonceptiepil een verhoogd risico geeft op trombose is niet nieuw. Ook de extra verhoogde kans op trombose bij gebruik van deze pil door vrouwen met een stollingsstoornis was al bekend. Zo beschrijft de huisartsenrichtlijn Anticonceptie vele risicofactoren, waaronder verschillende ernstige en minder ernstige stollingsstoornissen. De richtlijn sluit bovendien aan bij de adviezen die Van Vlijmen geeft. Wat de promovenda daarbij benadrukt, is het belang van uitleg van de verschijnselen van trombose. Als vrouwen zich meer bewust zijn van het risico op trombose en de huisarts daarbij uitlegt wat hier de verschijnselen van zijn, kan dit wellicht een hoop winst opleveren: “hoe eerder een trombose gediagnosticeerd kan worden, des te sneller is adequate behandeling te beginnen”. In de huisartsenrichtlijn wordt over deze uitleg niet gesproken.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Wanneer je het gebruik van de anticonceptiepil overweegt, dien je dit met je huisarts te bespreken. Deze adviseert op basis van persoonlijke behoeften en kenmerken (waaronder het wel of niet hebben van een stollingsstoornis of een familielid met trombose) welke anticonceptiemethode het meest geschikt is. Bij vrouwen met een ernstige stollingsstoornis zal de huisarts gebruik van de anticonceptiepil doorgaans afraden, maar in andere gevallen kan de anticonceptiepil, naast de verschillende andere anticonceptiemethoden, worden overwogen. Promovenda Liesbeth van Vlijmen benadrukt dat daarbij niet alleen het risico op trombose maar ook de mogelijke symptomen hiervan moeten worden besproken, zodat vrouwen dit tijdig kunnen herkennen.
Zoals de promovenda opmerkt is het belangrijk om te weten dat het “heel lastig blijft om vooraf te voorspellen wie trombose tijdens pilgebruik zal ontwikkelen”. Mensen met een ernstige stollingsstoornis weten dit meestal van zichzelf, maar een minder ernstige stollingsstoornis kan onopgemerkt blijven. Het is daarom zowel voor artsen als vrouwen die de pil gebruiken belangrijk alert te blijven op de mogelijkheid van het optreden van trombose tijdens pilgebruik.