“Hormoonvervangingstherapie zou kans op hartaanval verkleinen”

Kort geleden schreef NU.nl een nieuwsbericht over ‘hormoonvervangingstherapie’. Uit Amerikaans onderzoek zou blijken dat “vrouwen die hormoonvervangingstherapie krijgen om de symptomen van de overgang te onderdrukken … dankzij de therapie ook een verkleinde kans hebben op een hartaanval of beroerte”.

Review door: Marti Borkent, coassistent en promovendus, Erasmus Universiteit Rotterdam
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Volgens de titel van het nieuwsbericht zou ‘hormoonvervangingstherapie’ de kans op een hartaanval verkleinen. Wat is hormoonvervangingstherapie eigenlijk? En hoe is dit precies onderzocht?
De inleiding van het nieuwsbericht stelt dat vrouwen die deze behandeling krijgen in verband met overgangsklachten, “ook een verkleinde kans hebben op een hartaanval of beroerte”. Betekent dit dat voortaan alle vrouwen in de overgang deze behandeling zouden moeten krijgen?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Om het nieuwsbericht goed te kunnen begrijpen is het belangrijk kort iets over de overgang uit te leggen. De overgang is een levensfase waarin vrouwen verschillende lichamelijke veranderingen doormaken, onder meer door een daling van aanwezige hormonen zoals oestrogeen. De overgang kan verschillende klachten geven, zoals een onregelmatige menstruatie of opvliegers. Om klachten van de overgang te behandelen, worden soms hormonen voorgeschreven: dit is wat in het nieuwsbericht wordt bedoeld met ‘hormoonvervangingstherapie’.

Het nieuwsbericht op NU.nl verwijst naar een nieuwsbericht van een Canadese nieuwszender, dat gebaseerd lijkt op een persbericht van het Amerikaanse Cedars-Sinai Medisch Centrum. Volgens dit persbericht zou onderzoek uitgevoerd door het Cedars-Sinai “suggereren dat vrouwen die hormoonvervangingstherapie krijgen tegen klachten van de overgang, een lager risico op overlijden hebben én minder aderverkalking hebben, dan vrouwen die deze therapie niet krijgen”. Onderzoekers keken hiervoor naar de gegevens van ruim 4200 vrouwen die een CT-scan van het hart kregen. Met behulp van deze scan kon de hoeveelheid verkalking in bloedvaten rond het hart worden gemeten: “hoe meer van deze verkalking, hoe hoger het risico op een hartaanval of beroerte”. De onderzoekers volgden de vrouwen gemiddeld 8 jaar na de scan, en hielden bij hoeveel vrouwen in die periode overleden.
Ongeveer 40% van de onderzochte vrouwen gebruikte hormoonvervangingstherapie ten tijde van hun CT-scan, zij werden vergeleken met de vrouwen die geen hormonen gebruikten.
Volgens het persbericht kwamen er drie belangrijke conclusies uit die vergelijking:
Vrouwen die hormoonvervangingstherapie gebruikten hadden:

  • Een kleinere kans op overlijden (30% minder kans)
  • Een grotere kans op helemaal géén aderverkalking op de CT-scan (20% meer kans)
  • Een kleinere kans op heel veel aderverkalking op de CT-scan (36% minder kans)

Echter, de onderzoekers verklaren in ditzelfde persbericht dat hun onderzoeksopzet niet geschikt is om nu te stellen dat hormoonvervangingstherapie de kans op overlijden (aan bijvoorbeeld een hartaanval) verkleint: “We denken dat het een gunstig effect heeft, maar er is ander onderzoek nodig om onze resultaten te bevestigen en te bepalen welke vrouwen misschien juist géén gunstige effecten, of zelfs schadelijke effecten kunnen krijgen”.

Het is bovendien belangrijk te vermelden dat het persbericht is verschenen in aanloop naar een Amerikaans congres: de resultaten van het onderzoek zijn daar dit weekend gepresenteerd, maar zijn nog niet gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. Dat maakt een volledige beoordeling van de resultaten door onafhankelijke onderzoekers vooralsnog onmogelijk.

Is dit echt iets nieuws?

Het zou groot nieuws zijn als is vastgesteld dat hormoonvervangingstherapie bij vrouwen in de overgang leidt tot een kleinere kans op overlijden, door bijvoorbeeld een hartaanval of beroerte. Over het algemeen wordt namelijk juist aangenomen dat het tegenovergestelde het geval is: zo adviseert de Nederlandse richtlijn voor huisartsen terughoudend te zijn met hormoonvervangingstherapie in verband met het (geringe) verhoogde risico op een hartaanval of beroerte. Daarnaast geeft de therapie ook een verhoogd risico op borstkanker.

Er zijn echter nog veel onduidelijkheden bij het huidige onderzoek en de hieruit volgende nieuwsberichten. Enkele hiervan zijn:

  • Het onderzoek is uitgevoerd onder een selecte groep vrouwen, namelijk vrouwen die een CT-scan van het hart kregen. Dat maakt dat de resultaten van het onderzoek niet zomaar zijn te vertalen naar willekeurige vrouwen.
  • Het is niet bekend welke hormonen, in welke dosering, en voor welke periode, de vrouwen als hormoonvervangingstherapie gebruikten.
  • Aderverkalking op een CT-scan is niet één op één te vergelijken met ‘kans op een hartaanval’.
  • De opzet van het onderzoek is niet geschikt om de resultaten direct toe te schrijven aan de hormoonvervangingstherapie.
  • Het onderzoek is nog niet gepubliceerd, waardoor de resultaten nog niet beoordeeld kunnen worden door onafhankelijke onderzoekers.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Uit Amerikaans onderzoek zou blijken dat vrouwen die hormonen gebruiken tegen klachten van de overgang, door die behandeling ook een kleinere kans hebben op overlijden aan bijvoorbeeld een hartaanval of beroerte. Dit is opmerkelijk nieuws, omdat over het algemeen juist tegenovergestelde effecten van deze behandeling bekend zijn. Het nieuws blijkt echter om verschillende redenen voorbarig.
Hormoonvervangingstherapie wordt in Nederland alleen geadviseerd aan vrouwen bij wie overgangsklachten hun dagelijks leven ernstig beperken. Het huidige onderzoek zal waarschijnlijk niets veranderen aan dit advies.