“Bij klachten na Lyme helpt geen pil”

Vorige week schreef NRC Handelsblad over de behandeling van “late klachten van de ziekte van Lyme”. Het bericht volgt op de publicatie van resultaten van onderzoek door de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Review door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

In de titel is te lezen dat behandeling met pillen niet werkt bij klachten na de ziekte van Lyme. Horen die klachten dan nog wel bij de ziekte? En is er een andere behandeling die wel helpt?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Voor een goed begrip van de onderzoeksresultaten is het belangrijk iets meer over de ziekte van Lyme te weten.

De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door een bacterie, die op de mens kan worden overgebracht door een tekenbeet. De ziekte kan veel verschijnselen geven zoals huidafwijkingen, koorts, spierpijn en vermoeidheid. Als patiënten klachten hebben die vrijwel zeker worden veroorzaakt door de bacterie – vaak een typische huidafwijking op de plaats van de tekenbeet – worden zij behandeld met antibiotica.
Soms merken patiënten de eerste klachten van de infectie niet op en komt de ziekte van Lyme pas later aan het licht. Maar het komt ook voor dat patiënten die de ziekte van Lyme doormaken, later opnieuw klachten krijgen. Dit kan zowel gebeuren bij patiënten die zijn behandeld met antibiotica als bij patiënten die geen behandeling hebben gehad.
Het is bij deze ‘late klachten’ vaak moeilijk om vast te stellen of de klachten ook echt door de bacterie worden veroorzaakt. Bloedonderzoek kan dit niet goed duidelijk maken. Bij de late klachten wordt daarom slechts vermoed dat ze met de ziekte van Lyme te maken hebben. Artsen kunnen deze patiënten op basis van dit vermoeden (opnieuw) behandelen met antibiotica, maar het is niet bekend hoe lang die behandeling dan moet duren en of die ook daadwerkelijk werkt.

Voor het Nijmeegse onderzoek werden 280 patiënten geselecteerd met late klachten die werden toegeschreven aan de ziekte van Lyme. Al deze 280 patiënten kregen eerst 2 weken lang antibiotica. Vervolgens werden zij verdeeld over drie groepen: twee groepen kregen nog eens 12 weken lang antibiotica (antibioticagroepen), de derde groep kreeg 12 weken lang een placebo (placebogroep). Oftewel, de antibioticagroepen kregen in totaal 14 weken antibiotica en de placebogroep alleen in de eerste 2 weken.
Uiteindelijk bleek dat alle patiënten na deze 14 weken minder klachten hadden. Maar het maakte niet uit of ze 2 weken (placebogroep) of 14 weken (antibioticagroepen) antibiotica hadden gekregen. De onderzoekers concluderen daarom dat langdurige antibioticabehandeling niet zinvol is bij late klachten die worden toegeschreven aan de ziekte van Lyme.
Het is van belang je te realiseren dat de onderzoekers niet hebben bekeken of de verbetering van de klachten ook echt komt door de antibiotica, omdat ál hun patiënten in ieder geval 2 weken antibiotica hebben gekregen. Ze hebben geen vergelijkbare groep patiënten gevolgd die helemáál geen antibiotica kregen. De onderzoekers benoemen dit zelf ook in hun artikel als een beperking van hun onderzoek.

Is dit echt iets nieuws?

Berichten over de ziekte van Lyme verschijnen regelmatig in de media, waarin de moeizame diagnostiek en behandeling vaak worden besproken. Ook vanuit de overheid is er aandacht voor de ziekte. Maar met name de klachten die patiënten na een doorgemaakte ziekte van Lyme krijgen, waarvan niet duidelijk wordt of ze daadwerkelijk met de ziekte te maken hebben, leiden tot discussie.
De klachten, soms geduid als ‘chronische Lyme’ of Post Lyme Syndroom, zouden een gevolg kunnen zijn van infectie met de bacterie. In dat geval zou behandeling met antibiotica kunnen helpen. Het kan ook zijn dat de klachten wel een gevolg zijn van de infectie, maar dat de bacterie al uit de patiënt is verdwenen. In dat geval zijn antibiotica waarschijnlijk niet effectief. Nog een mogelijkheid is dat de klachten helemaal niet met de ziekte van Lyme te maken hebben, waardoor ze dus ook op een andere manier benaderd moeten worden.
De benaming “late klachten van de ziekte van Lyme” kan dus verwarrend zijn, omdat dit suggereert dat de klachten ook daadwerkelijk in verband staan met de ziekte. Maar dat wordt niet altijd duidelijk, zoals de onderzoekers ook benadrukken in het nieuwsbericht: “De klachten kunnen ook niks met hun doorgemaakte Lymeziekte te maken hebben”.

In het huidige onderzoek is dus gekeken naar het verschil tussen kortdurende en langdurige behandeling met antibiotica. Maar dat langdurige behandeling van late klachten na de ziekte van Lyme niet zinvol is, is niet nieuw. Sterker nog: een jaar terug schreef NRC Handelsblad al een vergelijkbaar nieuwsbericht over ditzelfde Nijmeegse onderzoek, waarvan de resultaten destijds waren gepresenteerd op een congres. Later in 2015 adviseerde Zorginstituut Nederland om langdurige behandeling met antibiotica niet meer te vergoeden, omdat dit “niet effectief” is gebleken.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Onderzoekers uit Nijmegen hebben opnieuw laten zien dat er bij zogeheten ‘late klachten van de ziekte van Lyme’ geen verschil in afname van klachten is tussen patiënten die kortdurend en patiënten die langdurig behandeld zijn met antibiotica. Het onderzoek laat echter niet zien of deze klachten misschien ook afnemen als patiënten helemaal geen antibiotica gebruiken.
Omdat (bloed)onderzoek naar de ziekte van Lyme niet gemakkelijk uitsluitsel kan geven of late klachten bij een patiënt überhaupt door de ziekte van Lyme worden veroorzaakt, blijft het zoeken naar een juiste behandeling voor de klachten niet gemakkelijk.
Om dit in de toekomst beter te kunnen bepalen is er inmiddels een ander onderzoek gestart waarbij specifiek gekeken gaat worden of de late klachten daadwerkelijk toegeschreven kunnen worden aan de ziekte van Lyme. Vooralsnog blijft het daarom bij late klachten die mogelijk kunnen worden toegeschreven aan de ziekte van Lyme een afweging om wel of geen behandeling met antibiotica te starten, maar lijkt een langdurige behandeling daarbij in ieder geval niet op zijn plaats.