“Paracetamol tijdens zwangerschap veroorzaakt mogelijk hyperactiviteit kind”

Vorige week verscheen in NRC Handelsblad een nieuwsbericht over mogelijke gevolgen van paracetamolgebruik tijdens zwangerschap. Het bericht is gebaseerd op uitkomsten van een Spaans onderzoek.

Review door: Marieke van der Vegt, arts-assistent kindergeneeskunde, Deventer Ziekenhuis
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

De titel, online overigens anders dan die in de papieren versie van de krant (“Vaker hyperactief kind bij slikken paracetamol”), suggereert dat paracetamolgebruik tijdens zwangerschap mogelijk hyperactiviteit bij kinderen veroorzaakt. Het is niet gelijk duidelijk wanneer en welke kinderen meer kans hebben op hyperactiviteit; tijdens de zwangerschap zelf of pas na de geboorte? En geldt dit voor elke dosering van paracetamol?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Het nieuwsbericht is gebaseerd op resultaten van Spaans onderzoek welke eind juni werden gepubliceerd in een internationaal wetenschappelijk tijdschrift. Dit onderzoek is onderdeel van het Spaanse zogeheten INMA project dat onderzoek doet naar de invloed van milieuvervuiling op zwangerschap en pasgeboren kinderen.
Verspreid over vier verschillende Spaanse regio’s zijn gedurende de periode 2004-2008 diverse gegevens van bijna 2700 vrouwen en hun kinderen verzameld. Hierbij werd ook gekeken naar het paracetamolgebruik van moeders gedurende de eerste 32 weken van de zwangerschap. Bij de kinderen werd na 1 en na 5 jaar gekeken hoe zij zich ontwikkelden en of ze bij het vijfde levensjaar tekenen van ADHD vertoonden.
Uit het onderzoek bleek dat meer dan 40 procent van de kinderen blootgesteld was aan paracetamol tijdens zwangerschap. Vervolgens hebben de onderzoekers de kinderen die wel (de ‘paracetamolgroep’) en de kinderen die niet (de ‘geen paracetamolgroep’) aan paracetamol waren blootgesteld tijdens de zwangerschap met elkaar vergeleken. In de paracetamolgroep kwamen na vijf jaar 40 procent meer klachten van hyperactiviteit voor. Ook bleken jongens in de paracetamolgroep meer verschijnselen van autisme te vertonen. Bij meisjes werd dit niet gezien. Er werd hierbij rekening gehouden met een aantal factoren die de uitkomst van het onderzoek kunnen beïnvloeden, zoals gegevens over afkomst van en ziekte bij de moeder. De onderzoekers concluderen uiteindelijk dat paracetamolgebruik tijdens de zwangerschap mogelijk een hoger risico geeft op het ontwikkelen van ADHD, en voor jongens ook op een zogeheten autismespectrumstoornis.

Belangrijk is te beseffen dat een aantal beïnvloedende factoren achterwege zijn gelaten in het onderzoek, zoals bijvoorbeeld erfelijke aanleg. Ook is door het gebruik van vragenlijsten alleen globaal gemeten of, en hoeveel, paracetamol door de moeders is gebruikt. Dit herinneren van de reden en de dosering van het paracetamolgebruik is gevoeliger voor fouten. Bovendien maakt de onderzoeksopzet het lastig om te bepalen of paracetamolgebruik direct leidt tot de hogere kans op de beschreven aandoeningen. Het zou ook kunnen dat er een andere oorzaak is, die bovendien leidt tot meer paracetamolgebruik. Kortom, het onderzoek toont een verband aan, maar nog geen oorzaak-gevolg.

Is dit echt iets nieuws?

In 2015 werden resultaten van een vergelijkbaar groter Deens onderzoek met ruim 64.000 moeders gepubliceerd. Ook deze onderzoekers concludeerden dat paracetamolgebruik tijdens zwangerschap kan leiden tot meer hyperactiviteit bij kinderen. Toename van verschijnselen van autisme werd in dit onderzoek niet gezien.
Het nieuwsbericht suggereert nu dat paracetamol “mogelijk” de oorzaak is van latere hyperactiviteit bij het kind. Zowel het Spaanse als het Deense onderzoek benoemen ook slechts dit vermoeden, en schrijven dat er meer onderzoek nodig is voor er daadwerkelijk van een oorzakelijk verband kan worden gesproken.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Uit Spaans onderzoek blijkt dat kinderen van moeders die paracetamol hebben gebruikt tijdens hun zwangerschap, vaker verschijnselen van hyperactiviteit en autisme vertonen dan kinderen van moeders die geen paracetamol hebben gebruikt. Tot nu toe is een oorzakelijk verband tussen paracetamol en de verschijnselen echter nog niet aangetoond. Meer onderzoek is nodig om dit vermoeden te bewijzen en potentiële schadelijke effecten verder te onderzoeken. Tot die tijd zal paracetamol niet als schadelijk worden aangemerkt voor gebruik tijdens de zwangerschap.