“Kinderen die nagelbijten en duimzuigen hebben later minder kans op allergieën”

Begin vorige week schreef NU.nl over een onderzoek naar een mogelijk beschermend effect van nagelbijten en duimzuigen: “Kinderen die op jonge leeftijd op hun nagels bijten of op hun duim zuigen zouden minder kans hebben op het ontwikkelen van allergieën op latere leeftijd”.

Review door: de redactie i.s.m. Gezondheid en Wetenschap
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Volgens de titel van het nieuwsbericht hebben kinderen die nagelbijten en duimzuigen later minder kans op allergieën. Moeten ouders deze gewoontes voortaan gaan stimuleren? Om wat voor allergieën gaat het eigenlijk? En hoeveel minder kans hebben deze kinderen hierop?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Het nieuwsbericht volgt op uitkomsten van een onderzoek uit Nieuw-Zeeland. Onderzoekers van de Universiteit van Otago wilden controleren of “blootstelling aan micro-organismen op jonge leeftijd, het risico op het ontwikkelen van allergie vermindert”. Zij verzamelden gegevens van bijna 1100 kinderen geboren in 1972 en 1973 in de Nieuw-Zeelandse stad Dunedin. Ze vroegen de ouders in hoeverre hun kind op de leeftijd van 5, 7, 9 en 11 jaar “frequente duimzuiger of nagelbijter” was geweest. De ouders konden hierop antwoorden: ‘helemaal niet’, ‘af en toe’, of ‘absoluut’. Alle kinderen werden op hun 13e jaar en later op hun 32e jaar getest met een reeks huidpriktesten waarbij overgevoeligheid voor een groot aantal mogelijke allergenen (waaronder huisstofmijt, pollen, huisdieren, etc.) werd onderzocht. Ook werd gevraagd of de kinderen astma of hooikoorts hadden.
Vervolgens bekeken de onderzoekers hoeveel kinderen die duimzuiger of nagelbijter waren geweest op latere leeftijd een overgevoeligheidsreactie hadden bij de huidpriktest, in vergelijking met kinderen die deze gewoontes niet hadden gehad. Van alle 1.073 kinderen waren er 317 op enige leeftijd ‘absoluut’ frequent duimzuiger en/of nagelbijter geweest en daarvan reageerde 38% op latere leeftijd overgevoelig op één of meer allergenen. Voor de deelnemers die deze gewoontes niet hadden gehad was dit 49%. Wat betreft het vóórkomen van astma en hooikoorts vonden de onderzoekers geen verschil tussen beide groepen.
De onderzoekers concluderen dat kinderen die duimzuigen of nagelbijten een lager risico hebben op het ontwikkelen van ‘atopische gevoeligheid’ (atopie is een soort aanleg voor allergie, die zich kan uiten in astma, eczeem en voedingsallergie).

Is dit echt iets nieuws?

Als met dit onderzoek inderdaad is vastgesteld dat kinderen minder kans hebben op het krijgen van allergieën door duimzuigen of nagelbijten, dan is dat zeker nieuws. Er zijn echter verschillende redenen waarom die conclusie niet getrokken kan worden.
De belangrijkste kanttekening bij het onderzoek is dat een overgevoeligheidsreactie bij een huidpriktest niet meteen betekent dat je allergisch bent. Een huidpriktest geeft aanwijzingen voor een allergische aanleg, maar bevestigt niet dat je daadwerkelijk een allergische reactie zult krijgen. De onderzoekers hebben ook niet gekeken of gevraagd of de kinderen in hun dagelijks leven inderdaad allergische reacties hadden.
Bovendien was het gevonden verschil tussen de groepen maar klein, en vonden de onderzoekers voor astma en hooikoorts zelfs helemaal geen verschil. Naar een andere aandoening die met ‘atopische gevoeligheid’ verband kan houden, namelijk eczeem, is helemaal niet gekeken. Ook gaat het onderzoek bijna 40 jaar terug, is het invullen van slechts 3 antwoordmogelijkheden niet heel precies, en kwamen alle deelnemers uit één plaats. Dit maakt de resultaten niet zomaar te vertalen naar een willekeurig kind.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Onderzoek uit Nieuw-Zeeland laat zien dat kinderen die nagelbijten of duimzuigen op latere leeftijd mogelijk minder vaak overgevoelig reageren op een huidpriktest dan kinderen die deze gewoontes niet hebben. Dit betekent echter niet dat nagelbijtende of duimzuigende kinderen ook daadwerkelijk minder allergie ontwikkelen. Voor het vóórkomen van astma en hooikoorts werd bovendien helemaal geen verschil gevonden. Het onderzoek geeft daarom geen reden voor ouders om deze gewoontes bij hun kind te stimuleren.