“Superneus slaat alarm bij poepluier”

Algemeen Dagblad meldt dat onderzoekers “door te kunnen ruiken aan babypoep bloedvergiftiging bij couveusebaby’s kunnen opsporen”. Dit nieuwsbericht is gebaseerd op onderzoek door het Amsterdam UMC.

Review door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

De “superneus” blijkt een “elektronische neus, die wel 1.000 tot 10.000 keer krachtiger is dan die van een mens en vergelijkbaar is met het reukorgaan van een hond”, waardoor bloedvergiftiging bij baby’s “zelfs enkele dagen vóórdat het kind ziek wordt” ontdekt zou kunnen worden.
Is deze elektronische neus al in gebruik? En betekent dit dat bloedvergiftiging bij baby’s nu altijd tijdig ontdekt kan worden?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Pasgeborenen (‘neonaten’) kunnen tijdens de eerste periode van hun leven een ernstige bloedvergiftiging krijgen, deze wordt ook wel neonatale sepsis genoemd. Als deze sepsis gedurende de eerste 72 uur na de geboorte ontstaat noemt men dit ‘early-onset’. Later dan 72 uur wordt dit ‘late-onset’ genoemd. Een op de drie pasgeborenen die bij een zwangerschapsduur van maximaal 30 weken geboren zijn, krijgt zo’n late-onset sepsis (LOS), waarvan ongeveer een op de tien overlijdt.

Het is voor artsen lastig te bepalen of een pasgeborene een LOS aan het ontwikkelen is. Onderzoekers van het Amsterdam UMC wilden kijken of zij ontlasting van pasgeborenen konden gebruiken om dit (eerder) te voorspellen. De onderzoekers gebruikten voor het bestuderen van de ontlasting de eNose. Met dit apparaat kunnen bepaalde luchtdeeltjes worden gemeten die afkomstig zijn van processen in het lichaam. Het lijkt overigens niet op een neus en je kunt er ook niet letterlijk mee ruiken.

In de periode 2014-2017 hebben onderzoekers bij 843 pasgeborenen gedurende 28 dagen dagelijks ontlasting verzameld. Al deze pasgeborenen waren geboren bij een zwangerschapsduur van maximaal 30 weken (dit waren dus allemaal ernstig te vroeg geboren baby’s: een normale zwangerschapsduur is ongeveer 37 tot 42 weken). 191 van deze pasgeborenen ontwikkelden tijdens deze 28 dagen een LOS, maar van slechts 127 van hen was voldoende ontlasting om te kunnen analyseren. Vervolgens bestudeerden de onderzoekers met behulp van de eNose de ontlasting van de baby’s in de dagen voorafgaand aan de dag dat de LOS daadwerkelijk ontstond. Zij deden hetzelfde bij 127 andere pasgeborenen die niet ziek waren geworden tijdens deze periode. De onderzoekers zag dat drie dagen voorafgaand aan het ontstaan van de LOS de samenstelling van de luchtdeeltjes duidelijk anders was bij de pasgeborenen die een LOS kregen.

Op basis van dit onderzoek concluderen de onderzoekers dat de eNose het ontstaan van een LOS mogelijk eerder kan voorspellen dan artsen dat nu kunnen. Zij hopen dat artsen in de toekomst met hulp van de eNose eerder kunnen ontdekken dat een pasgeborene een LOS aan het ontwikkelen is en daardoor eerder kunnen starten met behandeling, wat zou kunnen leiden tot minder overlijden.

Het is belangrijk te benadrukken dat met de huidige onderzoeksopzet alleen is gekeken of de eNose mogelijk bruikbaar kan zijn bij het voorspellen van LOS. De onderzoekers hebben namelijk ‘terugkijkend’ hun analyse gedaan: pas toen bekend was welke patiëntjes wel en niet ziek waren geworden, konden ze bepalen of de eNose dit verschil had kunnen opmerken. Om te bepalen of de eNose daadwerkelijk de ontwikkeling van LOS kan voorspellen, en of de behandeling inderdaad eerder en beter wordt als de eNose hiervoor wordt gebruikt, moet nog worden onderzocht.

Is dit echt iets nieuws?

De techniek van de eNose is relatief nieuw, waardoor er nog veel mogelijke toepassingen zijn waar de laatste jaren vaker over is geschreven. Aangezien bij pasgeborenen het ontstaan van sepsis vaak voorkomt en een grote kans op overlijden geeft, is het mogelijk eerder kunnen opsporen ervan best groot nieuws. Het is echter wel zo – zoals de onderzoekers zelf ook opmerken – dat er in ieder geval eerst nog een vervolgonderzoek nodig is om te bepalen of de eNose artsen ook echt kan gaan helpen beslissen welke pasgeborene ze wel of niet (al tijdig) moeten behandelen. Het zal naar verwachting nog best een aantal jaar kunnen duren voor resultaten van zulk onderzoek beschikbaar komen.

Het Amsterdam UMC schrijft zelf in haar persbericht: “De eNose moet nog verder ontwikkeld worden om als detectieapparaat in de praktijk dagelijks te worden gebruikt in ziekenhuizen.”

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Onderzoekers van het Amsterdam UMC hebben bij ernstig te vroeg geboren baby’s luchtdeeltjes van ontlasting geanalyseerd. De luchtdeeltjes bij pasgeborenen die 72 uur of later na hun geboorte een bloedvergiftiging kregen, verschilden van die van pasgeborenen die niet ziek werden. Mogelijk kan deze techniek daarom in de toekomst helpen pasgeborenen te ontdekken die een bloedvergiftiging aan het ontwikkelen zijn, zodat eerder met behandeling gestart kan worden en hopelijk sterfte kan worden verminderd. Of dit daadwerkelijk mogelijk en technisch haalbaar is, moet vervolgonderzoek laten zien. Op dit moment wordt de techniek dus nog niet in de praktijk gebruikt.