“Baby’s tegen wie geschreeuwd wordt hebben later een hogere bloeddruk”

“Baby’s van moeders die met een boos gezicht tegen ze schreeuwen als ze huilen, hebben op vijf- of zesjarige leeftijd een hogere bloeddruk dan baby’s van moeders die dat niet gedaan hebben”, aldus NRC Handelsblad vorige week. Aanleiding voor het nieuwsbericht is de promotie van een psychiater die onderzoek heeft verricht naar stress bij baby’s.

Review door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier, hier en hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Tegelijkertijd met het nieuwsbericht in NRC Handelsblad verscheen ook een interview met psychiater Laetitia Smarius die bij dit onderzoek betrokken is. “Boos schreeuwen tegen je baby van drie maanden kán erg zijn”, meldt zij in het interview. “Het ene kind is er gevoeliger voor dan het andere.”
Volgens een persbericht van de Vrije Universiteit blijkt uit het onderzoek dat “.. de bloeddruk (bovendruk) bij deze kinderen 1 mm kwik hoger is dan bij kinderen zonder verbale agressie in de vroege babytijd”.
Laat dit onderzoek daadwerkelijk zien dat het schreeuwen tegen een baby voor een hogere bloeddruk zorgt? En waarom is dit wel of niet relevant?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Bloeddruk is de druk in de bloedvaten. Bij volwassenen is er sprake van ‘hoge bloeddruk’ (hypertensie) als deze boven een vaste waarde komt. Bij kinderen is deze waarde verschillend voor leeftijd, geslacht en lengte (‘hoe jonger, hoe lager je bloeddruk’). Het langere tijd hebben van een te hoge bloeddruk kan ook op de kinderleeftijd al schade geven aan onder meer hart en nieren.

Onderzoekers vermoeden dat stress tijdens de eerste levensjaren lichamelijke gevolgen kan hebben op latere leeftijd, zoals bijvoorbeeld een hoge bloeddruk. Onlangs promoveerde psychiater Laetitia Smarius aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zij deed onderzoek naar de langetermijnrelatie tussen ‘stress in de moeder-baby relatie’ en bloeddruk op de kinderleeftijd, waarvan een onderzoek gepubliceerd in juni van dit jaar het meest recent is. In dit onderzoek heeft zij moeders waarvan het kind 13 weken oud was een anonieme vragenlijst laten invullen. Hierbij werden vragen gesteld over hoe vaak zij boos spraken tegen hun kind, zoals: “Heb je ooit boos tegen je baby gepraat om hem of haar minder te laten huilen?” Als moeders twee of meer keren een dergelijke vraag positief beantwoordden, werd hun gedrag als ‘verbaal agressief’ geduid. De bloeddruk werd bij de leeftijd van 5-6 jaar twee keer gemeten, waarvan een gemiddelde werd genomen.

Van de 2553 onderzochte moeders en kinderen waren volgens de vragenlijst 246 kinderen (10% procent) blootgesteld aan ‘verbaal agressief gedrag’ door hun moeder. Voor deze ‘wel-agressie groep’ was de bloeddruk bij de leeftijd van 5-6 jaar gemiddeld 1 mm Hg (spreek uit als millimeter kwik) hoger dan de groep die niet aan dit verbaal agressieve gedrag werd blootgesteld. Dit verschil van 1 mm Hg (gemiddeld 99 ten opzichte van 100 mm Hg) bleef bestaan als rekening werd gehouden met verschillende factoren die een verband tussen verbale agressie en bloeddruk zouden kunnen beïnvloeden. Op basis van deze bevindingen concludeert de onderzoekster dat blootstelling aan verbaal agressief gedrag op jonge leeftijd nadelige gevolgen zou kunnen hebben voor hart- en bloedvaten op latere leeftijd.

Er zijn bij het onderzoek verschillende kanttekeningen te maken, waaronder:

  • Bloeddruk kan sterk variëren en dient daarom op verschillende momenten gedurende een langere periode gevolgd te worden. Alleen bij een zeer verhoogde bloeddruk kan de diagnose hoge bloeddruk direct gesteld worden. Bij dit onderzoek zijn er slechts twee metingen gedaan en lijken deze – dat wordt uit de tekst van het wetenschappelijke artikel niet geheel duidelijk – op slechts één bepaald moment gemeten.
  • Het bloeddrukverschil van 1 mm Hg is erg klein. Het verschil is weliswaar significant (‘meetbaar en waarschijnlijk niet op toeval berust’), maar het is maar de vraag of dit getalsmatig meetbare verschil ook in de praktijk een merkbaar verschil is: het is niet zo dat de kinderen in de niet-agressie groep nog een normale bloeddruk hadden, en de kinderen in de wel-agressie groep een ‘hoge bloeddruk’. Ook zijn geen langetermijngegevens bekend, waardoor niet zeker is dat de hogere bloeddruk bij de kinderen ook op volwassen leeftijd nog bestaat. In geneeskundige termen is het daarom maar de vraag of het verschil wel klinisch relevant is (in dit oudere review vind je hier een voorbeeld van).
  • Zoals de onderzoekers zelf opmerken is het meten van verbaal agressief gedrag door middel van een zelf ingevulde vragenlijst moeilijk en is de gestelde definitie van ‘meer dan een keer boos praten tegen je kind’ willekeurig. In ieder geval kan hiermee “schreeuwen met een boos gezicht’ waar het NRC over schrijft niet worden vastgesteld.

Is dit echt iets nieuws?

De onderzoekers geven aan dat uit verschillende eerdere onderzoeken is gebleken dat agressief gedrag van ouders naar jonge kinderen verband lijkt te houden met hoge(re) bloeddruk op volwassen leeftijd. Het huidige onderzoek voegt daar nu aan toe dat ook verbaal agressief gedrag daarbij mogelijk een risicofactor is. Uit alle onderzoeken is echter niet op te maken of het agressieve gedrag van de ouders ook de directe oorzaak is van de hoge(re) bloeddruk bij hun kind.

Het huidige onderzoek heeft gegevens gebruikt uit een groter onderzoek: de ABCD-studie. Dit is een grootschalig onderzoek waarbij gekeken wordt naar welke factoren op de kinderleeftijd een mogelijke verklaring vormen voor gezondheidsproblemen op latere leeftijd. De gegevens die met deze studie worden verzameld kunnen voor verschillende deelonderzoeken worden gebruikt. In 2012 meldde NU.nl bijvoorbeeld dat “armere kinderen vaker een hoge bloeddruk hebben”, ook dit bericht was gebaseerd op onderzoek uit deze studie en laat geen oorzaak-gevolgrelatie zien.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

NRC meldt dat “baby’s tegen wie geschreeuwd wordt” op latere leeftijd een hogere bloeddruk hebben. Het bijbehorende onderzoek laat een niet-oorzakelijk verband zien: de onderzochte baby’s die ‘meer dan één keer boos waren toegesproken’ hadden 5-6 jaar later een iets hogere, maar geen te hoge bloeddruk. Gegevens op langere termijn zijn niet bekend, waarmee er over de gevolgen op de volwassen leeftijd geen uitspraken gedaan kunnen worden. Hiermee lijkt de klinische relevantie van dit onderzoek met betrekking tot het wel of niet krijgen van een (te) hoge bloeddruk beperkt.
Belangrijker lijkt – zoals de onderzoekster zelf ook opmerkt – dat er meer steun geboden moet worden aan moeders die een hoge belasting ervaren bij de verzorging van hun baby.