“Neurologen: De blindedarm is mogelijk de bron van Parkinson”

Eind vorige week meldden Trouw, de Volkskrant en RTL Nieuws dat “een bron voor de ziekte van Parkinson in het wormvormig aanhangsel van de blindedarm ligt”. Het nieuwsbericht is gebaseerd op onderzoek door Amerikaanse en Zweedse neurologen.

Review door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Waar Trouw nog meldt dat “de blindedarm mogelijk de bron is van Parkinson“, kopt de Volkskrant: “Onderzoek bevestigt vermoeden dat ziekte in de darmen begint.” RTL Nieuws schrijft dat “mensen die geen blindedarm meer hebben, minder vaak de ziekte van Parkinson krijgen“.
Kloppen al deze citaten? En betekent dit dat voortaan gezonde mensen een blindedarm moeten laten verwijderen? Hoe zou het eigenlijk kunnen dat een stuk van de darm van invloed is op een hersenziekte?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

De ziekte van Parkinson(kort: Parkinson) is een ziekte waarbij bepaalde zenuwcellen langzaam afsterven wat leidt tot onder andere veranderingen in beweging, uiterlijk en gedrag. De oorzaak van het afstreven van deze zenuwcellen is niet bekend. Er wordt daarom veel onderzoekverricht naar het achterhalen van deze oorzaak.

Om de (mogelijke) relatie tussen Parkinson en de darmen beter te begrijpen is het nodig om te weten dat veel mensen met Parkinson last hebben van verstopping. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt doordat ook de aansturing van de darmen is aangetast (die gebeurt immers (onbewust) ook via zenuwcellen). Ook werden er al eerder bepaalde eiwitten in de darm gevonden bij mensen met Parkinson. Deze eiwitten – “alfa-synucleïne” – kunnen zich ophopen in zenuwcellen en mogelijk leiden tot ziekten, waaronder de ziekte van Parkinson. Deze eerder beschreven verbanden beantwoorden overigens nog niet de vraag of darmklachten nou een gevolg zijn van Parkinson, of dat Parkinson een gevolg is van een probleem in de darm.

Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat ook de blindedarm (medisch: appendix) veel alfa-synucleïne bevat. Onderzoekers wilden daarom nagaan of het verwijderen van de blindedarm (‘appendectomie‘) verband heeft met het risico op het krijgen van Parkinson. Hiertoe konden zij een database gebruiken met gegevens van bijna 1,7 miljoen inwoners van Zweden die sinds 1964 waren verzameld. Deze gegevens koppelden zij aan een andere database met informatie over diagnoses. Hierdoor bleek dat van de 1,7 miljoen personen er ruim 550.000 een appendectomie hadden ondergaan. Voor elke persoon die een appendectomie had gehad, werden op basis van geboortejaar, geslacht en woonplaats er in de database twee personen gezocht die vergelijkbaar waren, maar géén appendectomie hadden gehad (zij hadden dus nog wel hun blindedarm). Er waren 2252 personen bij wie Parkinson was gediagnosticeerd.

De onderzoekers vonden verschillende resultaten, waaronder:

  • Mensen die een appendectomie hadden ondergaan hadden ongeveer 19% minder kans om Parkinson te krijgen vergeleken met de groep met blindedarm.
  • Bij 1,17 op de 1000 personen die een appendectomie hadden ondergaan werd uiteindelijk de diagnose Parkinson gesteld. In de algemene Zweedse bevolking is dit bij 1,4 op de 1000 (een verschil van 17%)
  • De gemiddelde leeftijd waarop de diagnose Parkinson werd gesteld was voor de groep zonder blindedarm 1,6 jaar later dan voor de groep met blindedarm.

Vervolgens verrichtten de onderzoekers nog een tweede onderzoek. Hierbij onderzochten zij de blindedarm van gezonde personen op aanwezigheid van het eiwit alfa-synucleïne. Bij alle personen werd dit eiwit gevonden, ook vormen van dit eiwit waarvan men vermoedt dat deze invloed heeft op het krijgen van ziekten (niet per se Parkinson, maar bijvoorbeeld ook ontstekingen).

Op basis van deze twee onderzoeken concluderen de onderzoekers dat de blindedarm mogelijk een rol speelt bij (de ontwikkeling van) de ziekte van Parkinson. De onderzoekers vermoeden dat het eiwit alfa-synucleïne hierbij van belang is.

Is dit echt iets nieuws?

Het onderzoek lijkt vooral eerdere vermoedens te bevestigen dat de blindedarm mogelijk een rol speelt bij het ontstaan van Parkinson. Dat het onderzoek – zoals sommige media melden – daadwerkelijk laat zien dat de blindedarm (of darmen in het algemeen) dé oorzaak van de ziekte is, wordt echter zeker niet aangetoond. Ook toont het onderzoek alleen een verband tussen de blindedarm en Parkinson, en geen kwestie van oorzaak-gevolg. Het onderzoeksartikel wekt helaas wel die suggestie, door bijvoorbeeld te stellen dat “het verwijderen van de blindedarm het risico op Parkinson verlaagt”. Dit doet vermoeden dat mensen het risico op het krijgen van Parkinson zouden kunnen verlagen door hun blindedarm te laten verwijderen, maar dat is met dit onderzoek niet aangetoond. En zelfs als dit toch het geval zou zijn is het interessant de genoemde getallen in perspectief te plaatsen – “een 19% lagere kans” klinkt namelijk als heel wat, maar de absolute kans om Parkinson te krijgen is (gelukkig) maar heel klein. In de wetenschap dat in de algemene bevolking 1,4 op 1.000 mensen Parkinson krijgen en het verwijderen van de blindedarm zou dit risico met 19% verlagen, betekent dit concreet dat 3759 (!) mensen hun blindedarm moeten laten verwijderen om één geval van Parkinson te voorkómen.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Een aantal media melden dat de (blinde)darm mogelijk de oorzaak is van het krijgen van de ziekte van Parkinson. Onderzoekers hebben inderdaad op grote schaal een verband tussen het verwijderen van de blindedarm en het later in het leven krijgen van Parkinson in kaart gebracht. Uit het onderzoek bleek dat mensen bij wie de blindedarm verwijderd was uiteindelijk minder vaak Parkinson kregen. Ook zagen zij dat in de blindedarm eiwitten aanwezig waren waarvan men vermoedt dat deze een rol spelen bij het krijgen van de ziekte. Hiermee lijkt het onderzoek vooral eerdere vermoedens over deze verbanden te bevestigen. De daadwerkelijke oorzaak van het ontstaan van de ziekte is hiermee echter nog niet ontrafeld. Het preventief verwijderen van de blindedarm bij gezonde mensen is ook zeker niet aan de orde.