“Nieuwe prostaattest ‘ruikt’ kanker in urine”

Afgelopen vrijdag meldde het Algemeen Dagblad dat Britse onderzoekers een nieuwe test hebben ontwikkeld die prostaatkanker kan detecteren door aan urine te ruiken. Deze test zou volgens een betrokken professor “een revolutie in de diagnose teweegbrengen”.

Review door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Prostaatkanker zou met een nieuwe test te ‘ruiken’ zijn in urine. Wat is dit precies voor test? En is deze test al beschikbaar?
Volgens de inleiding van het nieuwsbericht is de test “geïnspireerd op de geurzin van honden, die kanker kunnen ruiken”. De ‘urinegeurtest’ zou in staat zijn te bepalen of “de chemische samenstelling van de urine is aangetast door kankerachtige cellen”.

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Britse onderzoekers hebben een nieuwe test ontwikkeld om prostaatkanker en andere urologische vormen van kanker (zoals blaaskanker) te diagnosticeren. Hiervoor gebruikten zij een zogeheten gaschromotograaf-detector, een apparaat waarmee je verschillende deeltjes in een bepaald gas van elkaar kunt onderscheiden. Op deze wijze kan in het gas van urine (de ‘reuk’) naar deeltjes worden gezocht die mogelijkerwijs duiden op kanker.
Voor het onderzoek werden 155 mannen geselecteerd, waarvan 58 mannen prostaatkanker hadden. Verder hadden 24 mannen blaaskanker. De overige 73 mannen hadden wel urologische klachten zoals bloed in de urine of een vergrote prostaat, maar geen kanker.
Bij 95 procent van de mannen met prostaatkanker was de nieuwe test inderdaad positief (sensitiviteit). Dit betekent ook dat bij 5 procent van de mannen (1 op de 20) met prostaatkanker de test ten onrechte negatief was (vals-negatief). Andersom, bij 96 procent van de mannen die géén prostaatkanker hadden, was de test ook daadwerkelijk negatief (specificiteit). Dit betekent dat bij 4 procent van de mannen de test onterecht de diagnose prostaatkanker voorspelde (‘vals-positief’). Voor blaaskanker waren deze percentages vergelijkbaar.
Belangrijk om te noemen is dat de diagnoses van de deelnemers al bekend waren voordat de test werd uitgevoerd. Omdat de onderzoekers hier dus niet ‘geblindeerd’ voor waren, zou dat de uitkomsten van het onderzoek kunnen vertekenen. Ze wisten immers al van tevoren wat het ‘juiste’ antwoord van de test zou moeten zijn.
De onderzoekers geven aan dat de resultaten van deze eerste studie een indicatie zijn dat deze test in de toekomst een bijdrage kan leveren bij het stellen van de diagnose prostaatkanker. Ze melden echter ook dat er “vervolgonderzoeken nodig zijn onder een groter aantal mannen” en dat deze vervolgens “in de toekomst mogelijkerwijs leiden tot testen om urologische vormen van kanker te diagnosticeren”.

Is dit echt iets nieuws?

Op dit moment wordt onderzoek naar prostaatkanker in Nederland in eerste instantie gedaan door de huisarts. Dit gaat middels lichamelijk onderzoek en een test waarbij het gehalte van de door de prostaat aangemaakte stof PSA (Prostaat Specifiek Antigeen) in bloed gemeten wordt. Wanneer één van deze twee onderzoeken afwijkend is, wordt in het ziekenhuis door een uroloog vervolgonderzoek gedaan. Daarbij is het soms ook nodig om een stukje weefsel uit de prostaat te verkrijgen (een biopsie).
Als de nieuwe urinegeurtest het lichamelijk onderzoek, het gebruik van de PSA-test en/of het doen van een biopsie onnodig maakt, zou dit inderdaad iets nieuws zijn. Zoals de Britse onderzoekers aangeven is dit op dit moment nog niet het geval en zal er eerst meer onderzoek verricht moeten worden.
De test ‘ruikt’ bovendien wel de aanwezigheid van kanker, maar bijvoorbeeld niet de vorm (er zijn verschillende vormen van prostaatkanker) of de uitgebreidheid van de ziekte. De waarde van de test lijkt daarom vooral te liggen in het vroeg opsporen van kanker.

Het idee dat gassen (en het ruiken hier aan) een bijdrage kunnen leveren bij het stellen van een diagnose is niet nieuw. Zo verscheen vorig jaar een Italiaans onderzoek waarbij honden werden gebruikt om prostaatkanker op te sporen. Hierover berichtte onder andere ook NU.nl. Overigens gebruikten artsen lang geleden al hun reuk als instrument: bij patiënten met suikerziekte bijvoorbeeld ruiken adem en urine soms naar aceton.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Als een huisarts of uroloog de diagnose prostaatkanker overweegt, zal deze voorlopig nog niet de ‘urinegeurtest’ tot zijn beschikking hebben. De diagnostiek blijft dus vooralsnog gebaseerd op lichamelijk onderzoek, de PSA-test en een biopsie. Maar net zoals de urinegeurtest op dit moment niet 100% precies is, is de PSA-test dit zeker ook niet. Van de 100 mannen met een verhoogd PSA hebben er slechts 20 daadwerkelijk prostaatkanker. Oftewel, in 80% van de gevallen is het ‘vals alarm’ (de test heeft een lage specificiteit). In dat opzicht lijkt de urinegeurtest dus wel potentie te hebben een behoorlijke winst op te leveren.
Mocht de urinegeurtest in de toekomst daadwerkelijk op de markt komen en de andere onderzoeken onnodig maken, dan brengt deze misschien wel de door de professor gestelde “revolutie” teweeg. Maar voorlopig is het nog niet zover.