“Studie trekt nut borstkankeroperatie in twijfel”

Kort geleden verscheen een bericht op NU.nl waarin werd gesteld dat er twijfel bestaat over het nut van borstkankeroperaties “bij beginnende tumoren”. Dit bericht kwam voort uit een Deens onderzoek naar het effect van ‘screening’ op het ontdekken en behandelen van verschillende vormen van borstkanker.

Review door: Marloes Derks, arts-onderzoeker, Leids Universitair Medisch Centrum
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

De titel van het nieuwsbericht suggereert dat uit onderzoek zou blijken dat het nut van een borstkankeroperatie twijfelachtig is. Wat betekent dit voor patiënten met borstkanker? En geldt dit twijfelachtige nut voor alle soorten borstkankeroperaties?
De inleiding geeft hier iets meer inzicht in: het zou alleen gaan om patiënten met “beginnende tumoren” die “in wezen onschuldig” zouden zijn.

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Het nieuwsbericht baseert zich op recent Deens onderzoek waarin bepaalde effecten van borstkankerscreening werden onderzocht. Het achterliggende idee van borstkankerscreening is dat door middel van een mammografie (een röntgenfoto van de borst) een tumor tijdig wordt ontdekt en dat deze tijdige diagnose bijdraagt aan een betere behandeling en overlevingskans. Het invoeren van borstkankerscreening zou om deze reden moeten leiden tot een toename van het aantal ontdekte (vaak kleinere) ‘vroeg-stadium tumoren’ en een afname van het aantal (vaak grotere) ‘laat-stadium tumoren’: de tumoren worden immers eerder ontdekt. Ook kan bij borstkankerscreening een ‘voorstadium’ van borstkanker gevonden worden: dit zijn plekjes met onrustige cellen die later mogelijk kwaadaardig kunnen worden. Sommige van deze voor- en vroeg-stadium tumoren hebben echter maar een zeer klein risico om uit te groeien tot een gevaarlijkere laat-stadium tumor. Het zou daarom kunnen dat sommige vrouwen een behandeling voor een voor- of vroeg-stadium tumor krijgen terwijl die tumor zonder ontdekking en behandeling nooit tot gezondheidsproblemen zou hebben geleid. Dit door screening ontdekken van een tumor “die in wezen onschuldig is” zoals het nieuwsbericht het verwoordt, wordt ‘overdiagnostiek’ genoemd.

Deense onderzoekers wilden daarom nagaan wat het verband is tussen de invoering van borstkankerscreening en de grootte van ontdekte borsttumoren. Zij wilden daarmee schatten in welke mate borstkankerscreening leidt tot deze zogenoemde overdiagnostiek.
De onderzoekers maakten gebruik van gegevens uit de Deense borstkankerregistratie verzameld tussen 1980 en 2010. Hierbij keken zij naar het vóórkomen van kleine borstkankertumoren en grote borstkankertumoren, voor én na de introductie van borstkankerscreening. Het Deense bevolkingsonderzoek is vergelijkbaar met het bevolkingsonderzoek naar borstkanker in Nederland. Zij zagen dat introductie van screening leidde tot een flinke toename van het aantal kleine tumoren, maar niet tot een afname van grote tumoren.
De onderzoekers berekenden dat bij ongeveer een derde van de tumoren die werden gevonden door borstkankerscreening, waarschijnlijk sprake is van overdiagnostiek.

Het onderzoek kent enkele beperkingen, die ook door de onderzoekers worden beschreven. Zo kunnen er andere factoren zijn die een toename in het aantal kleine tumoren kunnen verklaren, zoals verbeterde diagnostische middelen of meer zelfonderzoek en alertheid door vrouwen. Ook kan op basis van dit onderzoek niet precies worden gesteld welke tumoren nu wel of geen behandeling nodig hebben.
Op dit moment wordt er in andere onderzoeken gekeken of patiënten met een voorstadium van borstkanker bijvoorbeeld alleen ‘goed in de gaten gehouden’ hoeven te worden. In deze onderzoeken worden patiënten gedurende tien jaar vervolgd, het gaat daarom nog lang duren voordat daar een uitspraak over gedaan kan worden.

Is dit echt iets nieuws?

Als het onderzoek daadwerkelijk een uitspraak zou kunnen doen over het nut van borstkankeroperaties, dan zou dit iets nieuws zijn. Dit is alleen niet het geval. Het Deense onderzoek probeert in te schatten hoe groot de mate van overdiagnostiek door borstkankerscreening is. Dit levert wel een bijdrage aan de discussie over borstkankerscreening, maar zegt niets over het algemene nut van borstkankeroperaties.
Binnen de medische wetenschap is al jaren discussie over het nut van borstkankerscreening. Voorstanders van borstkankerscreening zeggen dat grote onderzoeken uit de jaren tachtig hebben aangetoond dat borstkankerscreening leidt tot een kleinere kans op overlijden aan borstkanker. Maar later onderzoek heeft laten zien dat er aan de opzet en resultaten van deze grote onderzoeken wel wat haken en ogen kleven. Tegenstanders twijfelen daarom of borstkankerscreening leidt tot minder overlijden. Daarnaast vinden zij dat er ook andere belangrijke nadelen zitten aan borstkankerscreening: het kan ten onrechte leiden tot ongerustheid en het kan leiden tot overdiagnostiek en onnodige behandeling.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Deense onderzoekers hebben aangetoond dat borstkankerscreening leidt tot een toename van het aantal ontdekte kleine tumoren maar niet tot een afname van het aantal grote tumoren. Ook berekenden zij dat bij ongeveer een derde van de tumoren sprake zou kunnen zijn van overdiagnostiek. Bij deze vrouwen werd een zogeheten voorstadium of vroeg-stadium tumor ontdekt, die wellicht nooit tot klachten zou hebben geleid. Deze vrouwen ondergaan daarom mogelijk onnodige behandeling, zoals bijvoorbeeld een borstkankeroperatie. Maar bij welke vrouwen een borstkankeroperatie inderdaad niet nuttig is blijft nog onduidelijk. Op dit moment wordt daarom verder onderzocht of een voorstadium van borstkanker wel of niet behandeld hoeft te worden.