“Amerikaans borstkankeronderzoek: minder vaak chemotherapie nodig”

Vorige week berichtte NOS over een Amerikaans onderzoek naar de behandeling van borstkanker: “Veel vrouwen met de meest voorkomende vorm van borstkanker hoeven geen chemotherapie meer te ondergaan nadat de tumor is verwijderd”. Het bericht volgt op publicatie van onderzoeksresultaten in een vooraanstaand wetenschappelijk tijdschrift.

Review door: redactie i.s.m. Gezondheid en Wetenschap
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Uit Amerikaans onderzoek zou blijken dat veel vrouwen met borstkanker geen chemotherapie hoeven te krijgen. Dit klinkt als groot nieuws voor patiënten met borstkanker.
Voor welke patiënten geldt dit precies? En wat betekent dit nu voor de praktijk?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Bij patiënten met borstkanker wordt de tumor in de borst vrijwel altijd verwijderd. Het verwijderde tumorweefsel wordt vervolgens nader onderzocht om de kenmerken van de kanker te achterhalen. Op basis van die kenmerken – zoals bijvoorbeeld hormoongevoeligheid en HER2-aanwezigheid – kan dan eventuele verdere behandeling worden ingesteld, zoals hormoontherapie en/of chemotherapie.
Daarnaast kan het tumorweefsel ook genetisch worden onderzocht: door het DNA van de kanker te analyseren kan het risico op terugkeer van de kanker worden ingeschat. Op basis van zo’n risicoschatting kan dan bijvoorbeeld worden besloten om wel of geen chemotherapie te geven: bij een laag risico op terugkeer van de kanker is chemotherapie niet nodig, bij een hoog risico op terugkeer wel. Eén van die genetische tests is de zogeheten MammaPrint, waar Dokter Media eerder al eens over schreef.
Een andere genetische test om het risico op terugkeer van borstkanker in te schatten is de Oncotype DX. Deze test geeft echter niet twee (laag-risico of hoog-risico) maar drie uitkomsten: laag – gemiddeld – hoog. En juist voor patiënten met die veelvoorkomende gemiddeld-risico score was nog niet goed bekend of behandeling met chemotherapie van toegevoegde waarde is. Amerikaanse onderzoekers hebben dit nu bestudeerd.

Voor het onderzoek werden bijna 10.000 vrouwen met niet-uitgezaaide, hormoongevoelige, HER2-negatieve borstkanker gevolgd. Bij alle vrouwen werd de verwijderde tumor ook genetisch onderzocht met behulp van de Oncotype DX. Vervolgens kregen vrouwen met een laag-risico score alleen hormoontherapie en géén chemotherapie. Vrouwen met een hoog-risico score kregen zowel hormoon- als chemotherapie. En vrouwen met een gemiddeld-risico score werden in twee groepen verdeeld: de ene helft kreeg alleen hormoontherapie, de andere helft zowel hormoon- als chemotherapie. De vrouwen werden in totaal 9 jaar gevolgd.
Uit het onderzoek bleek dat de vrouwen met een gemiddeld-risico score géén baat hadden bij toevoeging van de chemotherapie: na 9 jaar waren terugkeer van de tumor, uitzaaiing van de tumor en algehele overleving van de vrouwen vergelijkbaar met die van vrouwen behandeld met alleen hormoontherapie. De onderzoekers concluderen daarom dat vrouwen met een gemiddeld-risico score voortaan géén chemotherapie meer hoeven te krijgen.

Is dit echt iets nieuws?

De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor het zo precies mogelijk afstemmen van de behandeling van borstkanker voor iedere patiënt. Door rekening te houden met steeds meer kenmerken van zowel de tumor als de patiënt zelf, kunnen artsen steeds beter voorlichting geven over welke behandeling wel en niet van nut zou kunnen zijn. Het huidige onderzoek lijkt nu ook weer een belangrijke stap in die richting: een grote groep vrouwen zou voortaan weloverwogen en veilig behandeling met chemotherapie bespaard kunnen blijven. Het onderzoek bevestigt hiermee vergelijkbare resultaten uit een recent ander onderzoek, waarbij de vrouwen niet 9 maar 5 jaar werden gevolgd.

De onderzoeksresultaten zouden aanleiding kunnen zijn om als behandeladviezen te worden opgenomen in de landelijke behandelrichtlijnen. Of en wanneer dit eventueel gebeurt is nu nog niet duidelijk. Desondanks kunnen artsen de onderzoeksresultaten wel al gebruiken in hun gesprek met de patiënt. Daarbij zullen naast deze bevindingen echter ook factoren als kosten een rol kunnen spelen: gebruik van de Oncotype DX kost ruim 3.000 euro en wordt nog niet standaard vergoed door de zorgverzekeraar.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat vrouwen met niet-uitgezaaide, hormoongevoelige, HER2-negatieve borstkanker met een gemiddeld-risico score op terugkeer van de tumor zoals bepaald met de Oncotype DX, géén behandeling met chemotherapie hoeven ondergaan. Deze vrouwen kunnen na verwijdering van de tumor alleen worden behandeld met hormoontherapie: toevoeging van chemotherapie leidt bij hen niet tot betere uitkomsten. Het gaat hierbij dus om een specifieke, maar grote groep vrouwen die toekomstige behandeling met chemotherapie bespaard kan blijven.
Vrouwen met borstkanker die zich afvragen of zij in aanmerking komen voor gebruik van de Oncotype DX kunnen dit bespreken met hun oncoloog. Daarbij zal ook aandacht moeten zijn voor de kosten van deze test en de eventuele vergoeding daarvan door de zorgverzekeraar.