Moeten mannen tussen de 55 en 69 jaar voortaan worden gescreend op prostaatkanker?

In de aflevering van het tv-programma Pauw van 12 november 2019 werd aandacht besteed aan de actie “For one night only”, een initiatief van Linda de Mol voor meer bewustwording van prostaatkanker en teelbalkanker. Te gast was onder andere uroloog Nader Naderi. In het item werd verteld dat het voor mannen tussen de 55 en 69 jaar belangrijk is om de prostaat te laten controleren door het bepalen van het prostaat-specifiek antigen (PSA), een eiwit in het bloed. Een inwendig onderzoek (onderzoek via de anus, rectaal onderzoek) zou hierbij volgens Jeroen Pauw niet nodig zijn. Naderi refereert in het item aan een groot onderzoek uit Rotterdam, waaruit zou blijken dat het regelmatig bepalen van de PSA-waarde leidt tot een afname van 21% in de sterfte aan prostaatkanker.

Naderi lijkt te verwijzen naar de ERSPC, een groot onderzoek uitgevoerd in zeven Europese landen waaronder Nederland, waarbij mannen tussen de 55 en 69 jaar werden verdeeld in een groep waarbij regelmatig het PSA werd bepaald en een groep waarbij dit niet gebeurde. Na 13 jaar bleek in de groep mannen met PSA bepalingen de sterfte aan prostaatkanker 21% lager ten opzichte van de groep zonder PSA controles. Echter, er was géén verschil in de totale sterftekans tussen de twee groepen. Mannen die regelmatig hun PSA laten bepalen worden dus net zo oud als mannen die dit niet doen.

PSA waarden kunnen verhoogd zijn door prostaatkanker, maar stijgen ook bij bijvoorbeeld een ontsteking of goedaardige vergroting van de prostaat. Wanneer het PSA verhoogd is volgt doorgaans verder onderzoek in het ziekenhuis. Bij acht op de tien mannen met een verhoogd PSA wordt vervolgens géén kanker aangetoond. Van de twee mannen die wel met prostaatkanker worden gediagnosticeerd, zou één daarvan nooit klachten hebben gekregen. Om één sterfgeval aan prostaatkanker te voorkomen, moeten 781 mannen gescreend worden en 27 mannen met prostaatkanker worden behandeld.

Er is dus wel een effect van screening, maar dit gaat gepaard met veel ‘overdiagnostiek’ (het diagnosticeren van een aandoening die niet tot klachten zou hebben geleid) en ‘overbehandeling’ (het behandelen van een aandoening die niet tot klachten zou hebben geleid, waardoor de schade van de behandeling doorgaans groter is dan het eventuele nut ervan). Als vervolgonderzoek wordt vaak een echo van de prostaat via de anus verricht en soms weefsel van de prostaat afgenomen middels biopsie, wat belastend kan zijn voor de patiënt. Behandelen van prostaatkanker kan gepaard gaan met bijwerkingen als erectiestoornissen en incontinentie. Om deze redenen hebben huisartsen en urologen besloten om juist géén algemene screening op prostaatkanker op te nemen in hun richtlijnen. De verschillende uitspraken in het tv-programma die suggereren dat “even testen” alle mannen een hoop leed zou besparen, zijn dan ook veel te kort door de bocht. Het is belangrijk dat de patiënt een goede afweging kan maken tussen de voor- en nadelen van prostaatkankeronderzoek.

Als een man toch onderzoek naar prostaatkanker wenst, dan kan dit via de huisarts. Het wordt dan geadviseerd de PSA-test te combineren met een inwendig onderzoek om ook het oppervlak en de grootte van de prostaat te beoordelen. Het is daarbij dus heel belangrijk om bovenstaande overwegingen in acht te nemen. Om de voor- en nadelen van het controleren op prostaatkanker beter te kunnen afwegen heeft de website Thuisarts.nl hier een keuzehulp voor gemaakt.

Geschreven door: Michel de Wit, huisarts in opleiding
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

  • Onlangs kwam ook in België prostaatkankerscreening in het nieuws. Onze collega’s van Gezondheid en Wetenschap plaatsten daar ook direct verschillende kanttekeningen bij: lees hier hun bericht terug.