“Stamceltransplantatie krijgt onverwacht hulpmiddel: poep van gezonde donor”

Onlangs schreef de Volkskrant over een potentieel ‘levensreddende ontdekking’ voor patiënten met bloed- of lymfeklierkanker die een stamceltransplantatie hebben ondergaan. Aanleiding voor dit nieuws is een recent gepubliceerd onderzoek naar het effect van poeptransplantatie op graft-versus-host ziekte van de darm bij patiënten die een zogeheten allogene stamceltransplantatie hebben ondergaan. Hieruit bleek dat bij een deel van de patiënten klachten verbeterden en afweeronderdrukkende medicatie kon worden afgebouwd. Het onderzoek is uitgevoerd onder een kleine groep patiënten en de resultaten zijn niet vergeleken met patiënten die géén poeptransplantatie ondergingen. Momenteel wordt het onderzoek herhaald onder een grotere groep patiënten. Hieruit zal moeten blijken of poeptransplantatie daadwerkelijk effectief is en welke patiënten er precies baat bij kunnen hebben. Vooralsnog is poeptransplantatie alleen in onderzoeksverband beschikbaar voor een selecte groep patiënten.

Een review door: de redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Volgens het nieuwsbericht hebben patiënten die een stamceltransplantatie moeten ondergaan, mogelijk baat bij de ontlasting van gezonde donoren. Hiermee zou de darmflora herstellen waardoor afstotingsverschijnselen behandeld kunnen worden en ‘fatale complicaties’ kunnen worden afgewend. Het zou zelfs zo goed werken dat ‘zware medicijnen’ achterwege kunnen blijven.
Betekent dit dat afstotingsverschijnselen na stamceltransplantaties nu behandeld kunnen worden met een poeptransplantatie?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Stamceltransplantaties worden soms gebruikt bij de behandeling van patiënten met bloed- of lymfeklierkanker. Stamcellen zijn cellen die kunnen uitgroeien tot verschillende soorten (bloed)cellen. Met een stamceltransplantatie worden de stamcellen – van de patiënt zelf (‘autoloog) of van een donor (‘allogeen’) – toegediend na chemotherapie en/of bestraling. Zo wordt geprobeerd de kankercellen te vervangen door gezonde cellen. Een ernstige complicatie van stamceltransplantatie is afstoting. Graft-versus-host ziekte is een vorm van afstoting waarbij het nieuwe afweersysteem, gevormd door donor stamcellen, de organen van de patiënt aanvalt. Dit kan zich op vele manieren uiten en bijvoorbeeld (ernstige) geelzucht, huid- of darmklachten veroorzaken. Patiënten krijgen preventief medicijnen om dit soort afweerreacties te onderdrukken, maar desondanks komt graft-versus-host ziekte toch regelmatig voor en is aanvullende behandeling met weer andere medicijnen nodig. Al die afweeronderdrukkende medicijnen kunnen op hun beurt weer veel bijwerkingen geven.

Recent is een verband aangetoond tussen bacteriële diversiteit in de darm en overlevingskans bij patiënten die een allogene stamceltransplantatie hebben ondergaan. Onderzoekers van het Amsterdam UMC hebben daarom onderzoek gedaan naar donorpoep ter behandeling van graft-versus-host ziekte van de darm. 17 patiënten die minder dan een jaar geleden een allogene stamceltransplantatie hadden ondergaan, kregen ontlasting van een donor toegediend in de darm. 2 van deze 17 patiënten werden niet in het onderzoek opgenomen omdat ze extra medicatie nodig hadden in de eerste dagen na de poeptransplantatie. De 15 overige patiënten werden 24 weken gevolgd. Eén van deze 15 patiënten had ernstige graft-versus-host ziekte en overleed een week na behandeling met donor ontlasting. Bij 10 van de 15 patiënten waren na een maand de klachten (diarree) verdwenen en was de diversiteit aan bacteriën in de darm toegenomen. Van de 10 patiënten met wie het beter ging, kon bij  6 van hen  de afweeronderdrukkende medicatie worden afgebouwd. Afgezien van kortdurende misselijkheid, werden er geen bijwerkingen gevonden.
De onderzoekers concluderen dat poeptransplantatie mogelijk een goede behandeling zou kunnen zijn voor patiënten die graft-versus-host ziekte van de darm hebben na een allogene stamceltransplantatie. Zij benadrukken dat het onderzoek herhaald moet worden met grotere groepen patiënten.

Naast de kleine groep patiënten, moeten er bij dit onderzoek een aantal kanttekeningen worden geplaatst. Zo was er bijvoorbeeld geen controlegroep (een groep vergelijkbare patiënten die géén poeptransplantatie kreeg), waardoor het niet zeker is dat de gevonden resultaten echt het gevolg zijn van de poeptransplantatie. Bovendien bleven de meeste patiënten afhankelijk van gebruikelijke doseringen van afweeronderdrukkende medicatie. Bij 6 van de 17 patiënten kon de medicatie weliswaar worden verminderd – géén van hen kon er geheel mee stoppen – maar het is dus niet zo dat ‘zware medicijnen achterwege kunnen blijven’ zoals de Volkskrant stelt.

Is dit echt iets nieuws?

Het is al jaren bekend dat poeptransplantaties de diversiteit aan darmbacteriën kunnen verbeteren. Poeptransplantatie is onder andere effectief gebleken bij de behandeling van bepaalde darminfecties, met name die door Clostridium difficile. Onderzoekers hebben nu geprobeerd met behulp van poeptransplantatie de diversiteit aan bacteriën in de darm te herstellen, in de hoop afstotingsverschijnselen te verminderen en de kans op ernstige ziekte en overlijden te verminderen. De resultaten geven aanleiding tot verder onderzoek onder een grotere groep patiënten. Dit onderzoek is al gestart in meerdere Europese landen.
Hoewel de huidige onderzoeksresultaten met voorzichtigheid geïnterpreteerd moeten worden, zou het groot nieuws zijn als graft-versus-host ziekte van de darm behandeld kan worden met behulp van poeptransplantatie.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Het huidige onderzoek toont aan dat poeptransplantatie – ook bij patiënten die een allogene stamceltransplantatie hebben ondergaan – kan helpen om de diversiteit aan bacteriën in de darm te verhogen. Bij een klein gedeelte van de onderzochte patiënten kon afweeronderdrukkende medicatie ter preventie en behandeling van graft-versus-host ziekte in de darm worden afgebouwd. Verder onderzoek moet aantonen of dit het gevolg was van poeptransplantatie en of poeptransplantatie een rol kan spelen in de preventie dan wel behandeling van graft-versus-host ziekte onder patiënten die een allogene stamceltransplantatie ondergaan. Vooralsnog is poeptransplantatie een experimentele behandeling die alleen in onderzoeksverband wordt toegepast bij een selecte groep patiënten.