“Ingrijpen bij hartritmestoornis lang niet altijd nodig”

Vorige week schreef De Volkskrant dat “afwachten in plaats van direct ingrijpen bij boezemfibrilleren net zo veilig en effectief is”. Is dit daadwerkelijk iets nieuws?

Review door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

“‘Even wachten’ is het nieuwe devies voor veel patiënten bij wie de pompfunctie van het hart niet goed werkt door boezemfibrilleren”, aldus De Volkskrant.
Wat is op dit moment eigenlijk de behandeling van deze hartritmestoornis?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Boezemfibrilleren (ook wel atriumfibrilleren) is een hartritmestoornis, waarbij elektrische prikkels niet meer op één vaste plek in de zogeheten boezems ontstaan, maar op verschillende plekken door elkaar. Hierdoor trekt het hart sneller en onregelmatig samen, wat tot klachten kan leiden zoals hartkloppingen en kortademigheid. Boezemfibrilleren komt vrij veel voor, vooral bij oudere mensen. Het is niet levensbedreigend, maar kan op lange termijn onder meer leiden tot hartfalen. Vaak stopt boezemfibrilleren spontaan, maar in veel gevallen komt het later weer terug. Boezemfibrilleren wordt meestal behandeld met medicijnen die het hartritme rustiger en regelmatiger maken. Vaak krijgen patiënten ook bloedverdunners, omdat boezemfibrilleren het ontstaan van een bloedstolsel bevordert. Of en hoe boezemfibrilleren wordt behandeld, hangt af van vele verschillende factoren.

Wanneer mensen pas heel kort last hebben van boezemfibrilleren, kan het hartritme ook ‘gereset’ worden. Dit ‘resetten’ van het hartritme wordt cardioversie genoemd. Een cardioversie kan worden gedaan met medicijnen (chemische cardioversie) of door een elektrische schok (elektrische cardioversie). Omdat boezemfibrilleren echter ook vaak na een tijdje vanzelf weer verdwijnt, is niet helemaal duidelijk of en wanneer zo’n cardioversie nu precies nodig is.

Onderzoekers van de Universiteit van Maastricht wilden graag meer inzage krijgen in het nut van wel of geen directe cardioversie bij boezemfibrilleren. Hiertoe verdeelden zij ruim 400 patiënten met sinds kort bestaand boezemfibrilleren willekeurig over twee groepen. De eerste groep (‘uitstelgroep’) kreeg alleen medicijnen om het hartritme wat rustiger te krijgen (maar geen daadwerkelijke ‘reset’ van het hartritme) om zo de klachten van het boezemfibrilleren te verlichten. De tweede groep (‘cardioversiegroep’) kreeg direct een medicijn (flecaïnide) of een elektrische schok om de hartritmestoornis te verhelpen. Voor beide groepen gold dat als na 48 uur nog steeds sprake was van boezemfibrilleren, (opnieuw) een cardioversie werd verricht. Vervolgens keken de onderzoekers of er na vier weken (nog steeds) een normaal hartritme aanwezig was.

In de cardioversiegroep had 94% van de patiënten na vier weken een normaal hartritme. In de uitstelgroep gold dit voor 91% van de patiënten. Binnen deze uitstelgroep had 69% geen cardioversie nodig gehad (omdat binnen 48 uur het hartritme al spontaan normaal was geworden). Van de patiënten die alsnog na 48 uur een cardioversie nodig hadden, had 90% na vier weken een normaal ritme. Gedurende deze vier weken was in allebei de groepen bij ongeveer 30% van de patiënten het boezemfibrilleren weer tijdelijk teruggekomen. Het aantal complicaties was in beide groepen vrijwel gelijk.
Op basis hiervan concluderen de onderzoekers dat bij net ontstaan boezemfibrilleren 48 uur afwachten niet slechter en niet minder veilig is dan het direct geven van medicatie: na vier weken heeft een even groot aantal patiënten een normaal hartritme.

Is dit echt iets nieuws?

Al in  2000 en 2001 verschenen er onderzoeken waaruit bleek dat bij boezemfibrilleren het hartritme binnen 48 uur spontaan kan herstellen. De huidige Nederlandse huisartsrichtlijn vermeldt dan ook dat het hartritme “in meer dan de helft van de gevallen spontaan herstelt wanneer het boezemfibrilleren niet langer dan 48 uur bestaat” en dat men “als de patiënt weinig klachten heeft, vanaf het begin van de klachten 48 uur kan afwachten”. Het huidige onderzoek voegt hier nu aan toe dat ook bij patiënten die met klachten van boezemfibrilleren naar het ziekenhuis komen, een ‘afwachtend beleid’ niet slechter lijkt dan directe cardioversie. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit afwachtende beleid dus wel bestond uit het voorschrijven van medicijnen om klachten van boezemfibrilleren te verlichten en wanneer nodig ook een bloedverdunner.
De onderzoekers geven aan dat hun conclusies er toe kunnen leiden dat minder patiënten een cardioversie hoeven ondergaan, wat vooral veel tijd en mogelijke complicaties van cardioversies kan schelen.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

De Volkskrant meldt dat tot 48 uur afwachten met een zogenaamde cardioversie bij patiënten met recent ontstaan boezemfibrilleren niet onder doet voor een directe cardioversie. Al bijna twintig jaar is bekend dat het zinvol kan zijn om die eerste 48 uur af te wachten: veelal herstelt het hartritme vanzelf. Nieuw aan het beschreven onderzoek is dat ook bij patiënten die met klachten het ziekenhuis bezoeken, er na vier weken geen verschil in uitkomst is tussen alleen symptoombehandeling of het direct uitvoeren van een cardioversie. Dit meer afwachtende beleid zou de kostbare tijd die het uitvoeren van (mogelijk onnodige) cardioversies inneemt kunnen schelen, wat bovendien de patiënt een ingreep bespaart.
Omdat de behandeling van boezemfibrilleren van vele verschillende (patiënt)factoren afhangt, zijn de resultaten van het onderzoek niet direct van toepassing op alle patiënten met boezemfibrilleren. Patiënten met boezemfibrilleren die hier vragen over hebben, kunnen dit het beste bespreken met hun huisarts of cardioloog.