In het kort

“Deze test bewijst of je binnen 20 jaar Alzheimer krijgt”

De Telegraaf schrijft dat “Amerikaanse geleerden een bloedtest hebben ontwikkeld die Alzheimer kan vaststellen twintig jaar voor de ziekte zich openbaart”. Het bericht gaat geheel voorbij aan het feit dat de diagnose ziekte van Alzheimer nog helemaal niet is te stellen met een scan of bloedonderzoek. Daarnaast is de vraag, zoals De Telegraaf wel terecht opmerkt, wat mensen er nu aan zouden hebben om die diagnose al twintig jaar eerder te krijgen: de ziekte is namelijk nog niet te behandelen. De onderzoeksresultaten lijken daarom vooral van belang voor verder onderzoek naar de ziekte.

Geschreven door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

Lees meer

“Advies: ga liever niet ’s middags naar de huisarts”

Algemeen Dagblad kopt dat je beter niet ’s middags naar de huisarts kunt gaan. De krant schrijft over uitspraken van een Amerikaanse hoogleraar interne geneeskunde, die in de New York Times zou erkennen dat hij “na 15:00 niet meer zo scherp is”. De hoogleraar wijst daarbij op een recent onderzoek waaruit blijkt dat Amerikaanse huisartsen ’s middags minder vaak verwijzingen voor borst- en darmkankeronderzoek zouden uitschrijven. Volgens de hoogleraar komt dit doordat artsen gedurende de dag een toename van werkdruk en vermoeidheid ervaren.
Het is belangrijk om te benadrukken dat deze uitspraken en het onderzoek niet zomaar vertaald kunnen worden naar de zorg van Nederlandse huisartsen. De zorg is in Amerika bijvoorbeeld heel anders georganiseerd dan in Nederland. Desondanks benadrukt de hoogleraar wel een punt waar veel Nederlandse huisartsen zich ook over uitspreken, namelijk de steeds verder toenemende werkdruk. Die houdt echter nog niet in dat nu algemeen geadviseerd moet worden om “liever niet meer ’s middags naar de huisarts te gaan”.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Plastablet kan huidkanker bevorderen”

*Dokter Media schreef deze in het kort na een tip van internist Abel Thijs

Eind 2018 verschenen verschillende nieuwsberichten over het medicijn hydrochloorthiazide. Dit naar aanleiding van een melding van het het College ter Bevordering van Geneesmiddelen (CBG): uit onderzoek zou blijken dat het ‘plastablet’ het risico op het ontstaan van huidkanker verhoogt. Het gaat daarbij om twee vormen van huidkanker: het basaalcelcarcinoom en het plaveiselcelcarcinoom. Hydrochloorthiazide verhoogt waarschijnlijk de zonlichtgevoeligheid van de huid, waardoor het risico op huidkanker zou kunnen toenemen.

Alle berichten benadrukken echter dat dit niet direct een reden is om te stoppen met het gebruik van hydrochloorthiazide. Dit heeft verschillende redenen:

  • Ook zonder gebruik van hydrochloorthiazide lopen mensen het risico deze vormen van huidkanker te krijgen
  • Gebruik van hydrochloorthiazide doet dit risico maar een beetje toenemen
  • De genoemde vormen van huidkanker zijn doorgaans goed te behandelen

Het lijkt er daarom op dat voor de meeste patiënten de voordelen van het gebruik van hydrochloorthiazide zwaarder zullen wegen dan de nadelen ervan. Dit werd onlangs nog eens benadrukt in een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, waarin het verhoogde risico op huidkanker verder genuanceerd werd.

Alleen in bepaalde gevallen, zoals bij mensen die al vaker huidkanker hebben gehad, zou het stoppen met het medicijn mogelijk raadzaam zijn. Mensen die hydrochloorthiazide gebruiken worden daarom geadviseerd het medicijn gewoon te blijven gebruiken en alleen te stoppen na overleg met hun arts. Het blijft daarnaast onverminderd belangrijk te letten op goede bescherming tegen UV-straling van zonlicht.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Eerste succes in strijd tegen Huntington”

De Volkskrant schrijft dat er “hoop voor Huntington-patiënten” is: onderzoekers zouden een medicijn hebben gevonden dat “de aanmaak van een giftig eiwit fors verminderde”. In het wetenschappelijke tijdschrift dat de onderzoeksresultaten publiceerde wordt zelfs gesproken van “een baanbrekend onderzoek”.
De ziekte van Huntington is een ernstige erfelijke ziekte waarbij schadelijke eiwitten ontstaan die verschillende delen van de hersenen aantasten. De ziekte is niet te genezen en er bestaan zelfs geen medicijnen die de ziekte kunnen afremmen. Onderzoekers hebben nu een medicijn gevonden dat de hoeveelheid schadelijke eiwitten bij patiënten met Huntington doet afnemen, zonder ernstige bijwerkingen.
Daarbij moeten twee belangrijke kanttekeningen gemaakt:

  1. Het betreft hier een kleinschalig, kortdurend ‘beginfase-onderzoek’
  2. Bij het onderzoek is niet gekeken of patiënten ook daadwerkelijk minder klachten en/of een langere overleving hebben door het medicijn

Vooral dit tweede punt is van groot belang. Zo bleek onlangs bijvoorbeeld dat een ander medicijn de ‘schadelijke eiwitten’ van de ziekte van Alzheimer kon verminderen, maar bleek uit vervolgonderzoek dat patiënten die het medicijn kregen toegediend gek genoeg niet minder maar juist méér klachten kregen.
De resultaten van het onderzoek naar de ziekte van Huntington mogen, zeker gezien het huidige gebrek aan behandelopties, desondanks zeker ‘hoopgevend’ worden genoemd. Maar er is eerst nog meer onderzoek nodig voor kan worden ingeschat of patiënten daadwerkelijk baat hebben bij het medicijn. In het bericht in de Volkskrant wordt beschreven dat de komende jaren een groot internationaal onderzoek wordt opgezet, waaraan ook het Groningse UMCG en Leidse LUMC zullen meedoen.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Geef kinderen onder de zes vooral géén rijstwafels”

*Dokter Media schreef deze in-het-kort na een tip van huisarts Sanne Aalbrechtse

Algemeen Dagblad schreef eind vorig jaar dat de Belgische gezondheidsraad een waarschuwing had afgegeven over rijstinname bij kinderen: de schadelijke stof arseen in rijst zou op lange termijn kanker kunnen veroorzaken. Eerder gaf de Zweedse gezondheidsraad al een vergelijkbare waarschuwing af. Dat rijst kleine hoeveelheden arseen kan bevatten is bekend: rijst mag daarom niet meer dan een wettelijk vastgestelde hoeveelheid arseen bevatten. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ziet er op toe dat producenten zich hier aan houden.
Het Nederlandse Voedingscentrum adviseert desondanks al langer om kinderen niet élke dag rijstproducten te geven. De conclusie van de Belgische Gezondheidsraad sluit daar dus goed bij aan: “Kinderen mogen op zijn tijd best rijst eten, maar vooral niet teveel.” De Nederlandse Gezondheidsraad laat in het nieuwsbericht weten geen reden te zien om iets te veranderen aan het advies over rijstinname. Het is ook wat hen betreft dus helemaal niet nodig om kinderen onder de zes helemaal géén rijstwafels te geven, zoals Algemeen Dagblad kopt.
Af en toe een rijstproduct hoort dus gewoon thuis in een gezond en gevarieerd dieet, zolang je maar niet overdrijft.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Aflikken speentje beschermt mogelijk tegen allergieën bij baby’s”

“Wie z’n kinderen wil beschermen tegen allergieën, doet er mogelijk goed aan hun speentjes niet onder de kraan of in kokend water schoon te maken, maar met de eigen mond.” Dit schrijft de Volkskrant naar aanleiding van recent gepresenteerde resultaten uit Amerikaans onderzoek. De onderzoekers ondervroegen 128 moeders over de manier waarop ze een gevallen fopspeen reinigden. Zo werden er 3 methoden vergeleken: steriliseren in kokend water of in de vaatwasmachine, wassen met water en zeep of ‘reinigen’ met het eigen speeksel. 30 moeders steriliseerden de fopspeen, 53 moeders reinigden met water en zeep en 9 moeders gebruikten hun eigen speeksel. Bij de baby’s werd op 3 momenten naar waarden van de immuunstof IgE gekeken: bij de geboorte, op de leeftijd van 6 maanden en op 18 maanden. Er werden lagere IgE-waarden gevonden bij de baby’s die hun fopspeen terugkregen nadat de moeder die met de mond had gereinigd.
De vraag is wat deze lagere waarden van de IgE-antistoffen in de praktijk betekenen. Deze waarden zijn namelijk niet rechtstreeks te vertalen naar het wel of niet hebben van allergie. Ontwikkelen deze kinderen later bijvoorbeeld minder hooikoorts of astma? Dat werd niet nagegaan. De onderzoekers benadrukken daarbij dat zij ook geen oorzaak-gevolgrelatie aantonen, wat met dit type onderzoek niet mogelijk is. Verder is de grootte van de onderzochte groep veel te klein om algemene conclusies te trekken en zijn vragenlijsten die peilen naar gedrag in het verleden niet altijd betrouwbaar. Bovendien wordt niet duidelijk of baby’s misschien wel vaker infecties opliepen als hun speen alleen werd gereinigd met speeksel in plaats van de andere methodes.
De resultaten zijn wel in lijn met eerder Zweeds onderzoek en ondersteunen de ‘hygiënehypothese’ van allergie: door meer contact met bacteriën op zeer jonge leeftijd zou de kans op allergieën in het latere leven afnemen. Maar of het reinigen van een fopspeen met speeksel van de moeder daar inderdaad ook aan bijdraagt is met dit huidige onderzoek dus niet te zeggen.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

In samenwerking met Gezondheid en Wetenschap

“Arts helpt patiënt met lyme niet”

In NRC schrijft de voorzitter van de Nederlandse lymevereniging dat “de alarmerende situatie rond lyme Nederlandse artsen lijkt te ontgaan”. Hij stelt dat “duizenden chronische lymepatiënten doodziek zijn .. artsen de diagnose missen .. en geen effectieve behandeling hebben”. Nederlandse artsen en onderzoekers zouden daarom “net zoals de internationale wetenschappers moeten erkennen dat we veel te weinig weten over chronische lyme en dat veel meer moet worden geïnvesteerd in zorg voor lymepatiënten en onderzoek naar betere tests en behandelingen”. Een week eerder verscheen in dezelfde krant een bericht over patiënten met ‘chronische lyme’ die in het buitenland op zoek gaan naar alternatieve tests en behandelingen.
In beide berichten komt nadrukkelijk naar voren dat het stellen van de diagnose (chronische) ziekte van Lyme erg moeilijk is doordat er geen goede tests voor zijn. Dokter Media beschreef eerder al dat het juist daarom ook erg moeilijk is om vast te stellen of bepaalde chronische klachten van patiënten ook daadwerkelijk met de ziekte te maken hebben.
Een roep om betere tests en behandeling is daarom begrijpelijk, maar het lijkt niet terecht in het algemeen te stellen dat Nederlandse artsen “de diagnose missen” en “patiënten met lyme niet helpen”. Het probleem krijgt bovendien wel degelijk aandacht: er lopen verschillende onderzoeken naar tests en behandelingen voor de ziekte en de overheid heeft voor de periode 2017-2020 € 2,5 miljoen beschikbaar gesteld voor een Lymeziekte-expertisecentrum. Het is niet bekend wanneer resultaten van deze onderzoeken worden verwacht. Ondertussen blijft het vooral belangrijk besmetting met de ziekte te voorkómen door goed te letten op (het voorkómen van) tekenbeten.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Kankerpatiënten ten einde raad: nivolumab niet vergoed”

Naar aanleiding van berichtgeving van De Telegraaf schrijven vrijwel alle media over het medicijn nivolumab. Volgens de berichten hebben “zorgverzekeraars besloten het middel niet te vergoeden”, nadat de commissie Beoordeling Oncologische Middelen (BOM) dit zou hebben geadviseerd. Met veel krachttermen wordt beschreven dat het medicijn plotseling niet meer beschikbaar zou zijn voor patiënten met kanker, die daar voor hun behandeling van afhankelijk zouden zijn.
Het is belangrijk allereerst te benadrukken dat het advies om nivolumab niet te vergoeden alleen geldt voor één specifieke patiëntengroep, namelijk die met een zogeheten vroeg-stadium melanoom. Dit omdat de commissie vindt dat er bij deze patiënten nog te weinig ervaring is met behandeling met (het zeer dure) nivolumab en daarmee nog niet duidelijk is of de behandeling effectief en veilig genoeg is. Voor alle andere patiënten die al worden behandeld met nivolumab, zoals patiënten met een laat-stadium melanoom of patiënten met longkanker, blijft het medicijn gewoon vergoed.
Het zou echter goed kunnen dat ook patiënten met een vroeg-stadium melanoom op termijn gebaat blijken bij het medicijn en dat hen dus nu een hoog nodige behandeling wordt onthouden. Het advies heeft daarom veel vragen opgeroepen, zowel in de politiek als bij sommige oncologen. Het lijkt daarmee waarschijnlijk dat er binnenkort een vervolg zal komen op de huidige berichtgeving, met mogelijk meer duidelijkheid voor patiënten met deze specifieke vorm van kanker.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: wij hebben de originele bron van dit nieuwsbericht niet kunnen vinden

Addendum: inmiddels heeft de commissie BOM de betreffende behandeling met nivolumab toch als positief beoordeeld. Het middel wordt daarom waarschijnlijk per 1 januari 2019 ook voor deze indicatie vergoed.

“Screening op longkanker redt duizenden levens”

Volgens Trouw zou screening op longkanker duizenden levens redden. RTL Nieuws meldt dat artsen daarom pleiten voor screening op longkanker bij (ex-)rokers. De berichten volgen op een persbericht van het Erasmus MC, waarin Nederlands onderzoek naar longkankerscreening wordt aangekondigd als “een resultaat van wereldklasse”. Uit dit onderzoek, uitgevoerd tussen 2003 en 2006, zou blijken dat bij mensen met ‘een verhoogd risico op longkanker’ regelmatige controle met een CT-scan zou leiden tot 26% minder sterfte aan longkanker. Een longarts stelt daarom: “De sterftereductie bij screening is aangetoond, invoering is dus nodig.”
Er is echter ook kritiek op het onderzoek. Andere artsen wijzen er op dat er door screening misschien minder mensen overlijden aan longkanker, maar dat diezelfde mensen uiteindelijk nauwelijks langer overleven omdat ze – vermoedelijk door datzelfde roken – eerder overlijden aan bijvoorbeeld hart- en vaatziekten. Het staat dus zeker niet onomstotelijk vast dat “screening op longkanker duizenden levens redt”. Bovendien kunnen CT-scans ‘uit voorzorg’ ook juist tot onrust en zelfs onnodige operaties zorgen als ze ten onrechte aangeven dat er longkanker zou zijn. Ook in medische vakliteratuur was uitgebreid aandacht voor deze en andere kanttekeningen bij het onderzoek.
Zoals ook in een ander bericht in Trouw wordt aangegeven zal de Nederlandse Gezondheidsraad uiteindelijk advies moeten uitbrengen of longkankerscreening moet worden ingevoerd. Het lijkt waarschijnlijk dat daar gezien de vele kanten aan het onderwerp nog meer tijd en onderzoek voor nodig is.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Beter antibiotica dan het mes bij acute blindedarm”

“Een ontstoken blindedarm hoeft niet meteen te worden geopereerd”, aldus NRC deze week op basis van recent Fins onderzoek. In dit onderzoek werden ruim 500 patiënten met een eerste blindedarmontsteking (appendicitis) vervolgd. De helft onderging direct een operatie waarbij de blindedarm verwijderd werd. De overige patiënten werden alleen met antibiotica behandeld. De behandeling met antibiotica bleek in veel gevallen voldoende effectief: ruim de helft van de patiënten kon zo een operatie worden bespaard. In de eerste vijf jaar na deze eerste blindedarmontsteking hadden 100 van de 250 patiënten die met antibiotica waren behandeld alsnog een operatie aan de blindedarm nodig. De onderzoekers concluderen dat de behandeling van een blindedarmontsteking met antibiotica een geschikt alternatief is voor een operatie (ze stellen niet dat behandeling met antibiotica beter is dan een operatie, zoals NRC wel suggereert). Eerder concludeerden Engelse onderzoekers hetzelfde voor kinderen met een blindedarmontsteking.
Overigens dient wel opgemerkt te worden dat het hier een zogeheten ongecompliceerde blindedarmontsteking betreft. Bij een blindedarmontsteking kunnen namelijk vaak complicaties ontstaan, zoals een gesprongen blindedarm, waarbij een operatie noodzakelijk blijft.
Op dit moment staan antibiotica (nog) niet als behandeling voor een blindedarmontsteking in de – overigens verouderde – Nederlandse richtlijnen. Patiënten die bij een blindedarmontsteking behandeling met antibiotica zouden willen overwegen, kunnen dit bespreken met hun behandelend arts.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Geen pil, maar een paprika helpt tegen diabetes”

Verschillende media schrijven deze week over leefstijladviezen voor patiënten met diabetes type 2, na het recente uitbrengen van een handleiding door de Vereniging Arts en Leefstijl “die huisartsen uitlegt hoe zij diabetespatiënten van de medicatie af kunnen krijgen”. “Een huisarts die geen pillen voorschrijft, maar de patiënt eropuit stuurt om groente en fruit te kopen. Dat gaat diabetespatiënten vaker overkomen.” aldus Trouw. RTL Nieuws schrijft “De standaard ‘oplossing’ voor mensen die diagnose diabetes type 2 kregen was tot voor kort: pillen slikken. Een nieuwe handleiding voor huisartsen brengt daar nu verandering in.” In een interview met NRC vertelt één van de initiatiefnemers van de handleiding dat ze denkt dat “50 tot 70 procent kan stoppen met pillen slikken”.
Er zijn inderdaad aanwijzingen dat een gezonde leefstijl bij patiënten met diabetes type 2 kan leiden tot het kunnen minderen of zelfs stoppen van medicatie. Maar of dat echt bij “meer dan de helft van de patiënten” het geval is, staat zeker niet vast. RTL Nieuws schrijft bijvoorbeeld zelf al over een praktijkvoorbeeld met veel aandacht voor leefstijl waarna uiteindelijk “bijna één op de vier patiënten zonder medicatie door het leven kon”. Dit is heel iets anders dan de “50 tot 70 procent” die de huisarts in NRC aanhaalt vanuit een schatting uit haar eigen praktijk. Die optimistische getallen berusten dus niet op wetenschappelijk onderzoek.
De media brengen het nieuws alsof het nut van een gezonde leefstijl een heel nieuw inzicht is. In de huisartsenrichtlijn diabetes type 2 staat dit echter al duidelijk beschreven: “Het nastreven van een betere leefstijl vormt de basis van de behandeling en blijft belangrijk gedurende het hele ziektebeloop”. De besproken handleiding zal dit nu weer extra benadrukken en kan huisartsen en praktijkondersteuners er zo nodig bij helpen.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Een wc-bril vies? In een vliegtuig kun je pas echt ziek worden”

Algemeen Dagblad schrijft over verschillende onderzoeken naar het vóórkomen van bacteriën en virussen in vliegtuigen en vliegvelden: “Mensen met smetvrees weten het al lang: je moet uitkijken voor dingen die anderen aangeraakt hebben”.
Directe aanleiding voor het bericht is een onderzoek naar de verspreiding van griep- en verkoudheidsvirussen op een Fins vliegveld. De krant schrijft hier echter maar kort over en herhaalt daarna vooral uitkomsten uit een ouder, niet-wetenschappelijk onderzoek – dit onderzoek werd in 2015 uitgevoerd door een online reisbureau en werd onder meer in de Britse Daily Mail beschreven. Algemeen Dagblad beschrijft nu opnieuw alle plekjes die destijds werden onderzocht en noemt of er veel of weinig bacteriën werden gevonden.
Uiteindelijk komt er in het nieuwsbericht toch nog enige nuance: ook op andere oppervlakken – zoals toetsenborden, mobiele telefoontjes of je eigen huid – komen veel bacteriën voor. Daar word je echter niet zomaar ziek van, zeker niet als je op hygiëne let en bijvoorbeeld je handen wast. Bovendien zijn de meeste bacteriën onschuldig.
Belangrijk is verder dat de verschillende onderzoekers alleen maar naar de aanwezigheid van bacteriën en virussen hebben gekeken, ze hebben helemaal niet onderzocht of mensen er ook echt ziek van werden. Dat je “in een vliegtuig pas echt ziek kunt worden” zoals de krant kopt, is dus een veel te overdreven stelling die bovendien niet wordt bevestigd door de beschreven onderzoeken.

Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier