Berichten van Dokter Media

Dokter Media brengt nuance en duiding bij medisch nieuws.

dr. Media: Meer zorg is niet altijd beter

01 juni 2021

Onze rubriek dr. Media geeft promovendi een podium waar zij hun promotieonderzoek met een breed, ook niet-medisch publiek kunnen delen. De naam dr. Media (“doctor Media”) komt van de titel doctor – afgekort dr. – die een onderzoeker behaalt na een succesvolle promotie.
Dit promotie-review is geschreven door dr. E.W. Verkerk, onderzoekster bij de afdeling IQ healthcare van het Radboudumc.

Op 17 mei 2021 promoveerde Eva Verkerk aan de Radboud Universiteit Nijmegen op onderzoek naar het verminderen van niet-gepaste zorg. Het verminderen van zorg zonder toegevoegde waarde voor de patiënt is namelijk belangrijk, maar niet altijd makkelijk in de praktijk.
In dit promotie-review worden de belangrijkste bevindingen van het onderzoek beschreven, gevolgd door een uitleg wat dit nu voor de dagelijkse praktijk betekent.


Wat was de aanleiding voor het onderzoek?

Zorgverleners in Nederland hadden al een tijdje de wens uitgesproken om niet-gepaste zorg te verminderen. In 2014 kwam dat streven in het hoofdlijnenakkoord voor medisch specialistische zorg te staan. Het verminderen van zorg zonder toegevoegde waarde voor de patiënt maakt de zorg namelijk veiliger, en er komt ruimte vrij voor zorg die wel waardevol is. Maar het stoppen met deze niet-gepaste zorg gaat niet vanzelf. Daarom hebben wij onderzocht welke niet-gepaste zorg er is in Nederland en hoe dit verminderd kan worden. Dat deden we in het programma Doen of laten? (www.doenoflaten.nl).

Hoe is het onderzoek uitgevoerd?

Eerst bekeken we van een paar vormen van niet-gepaste zorg of ze voorkomen in Nederland. Een paar jaar geleden zijn bijvoorbeeld de vijf Verstandige Keuzes bij een acute wond vastgesteld. Twee daarvan zijn: ‘reinig een wond niet met (steriel) fysiologisch zout’ en ‘gebruik geen wondbedekker voor een primair gesloten wond’. Schoonmaken met kraanwater is meestal voldoende, en op een wond die gehecht is hoeft niet altijd een pleister. Met een vragenlijst onderzochten we of verpleegkundigen en artsen van de afdeling heelkunde, de chirurgische dagbehandeling en de eerste hulp dat wisten en er ook naar handelden. Vervolgens interviewden we deze verpleegkundigen en artsen om erachter te komen welke factoren hen belemmerden en bevorderden in het opvolgen van de Verstandige Keuzes.

We onderzochten ook met een vragenlijst of huisartsen twee andere vormen van niet-gepaste zorg leveren: onnodige vitamine B12 bepalingen en röntgenfoto’s bij rugpijn zonder dat er aanwijzingen zijn voor een ernstige ziekte. We vroegen ze ook waarom ze deze zorg leveren en wat ze nodig hebben om het te verminderen.

Ten slotte evalueerden we acht grote projecten in Nederland die al eerder waren opgezet om niet-gepaste zorg te verminderen, zoals urinekatheters die te lang blijven zitten, vitamine D en B12 testen in het bloed zonder aanwijzingen voor een tekort, en kijkonderzoeken van de maag bij mensen zonder alarmerende klachten. Elk project had zijn eigen aanpak, zoals het bijscholen van zorgverleners, feedback geven over de hoeveelheid niet-gepaste zorg die geleverd wordt, informatiemateriaal voor patiënten, of een combinatie daarvan. Door deze projecten te monitoren en evalueren, hebben we lessen geformuleerd voor toekomstige projecten die niet-gepaste zorg willen verminderen.

Wat zijn de resultaten?

De meerderheid van de verpleegkundigen en artsen (62%-89%) was op de hoogte van de Verstandige Keuzes bij een acute wond. Toch koos een deel daarvan ervoor om hiervan af te wijken in de praktijk, tot 15% van de verpleegkundigen en 28% van de artsen. Ze lieten weten dat ze barrières ervaren in hun werkomgeving, een gebrek aan kennis hebben over wondverzorging, en aannemen dat de patiënt juist graag een pleister wil. Aandacht voor wondzorg en kostenbewustheid hielpen juist met het naleven van de Verstandige Keuzes.

Ook huisartsen zetten regelmatig zorg in die niet wordt aanbevolen. 74% van de ondervraagde huisartsen gaf aan in de 2 weken voor het invullen van de vragenlijst een onnodige bepaling van het vitamine B12-gehalte in het bloed te hebben verricht, en 44% een onnodige röntgenfoto van de lage rug. De belangrijkste redenen hiervoor waren het geruststellen van de patiënt, het behouden van een goede relatie met de patiënt en een gebrek aan tijd voor een goed gesprek.

Vijf van de acht al bestaande projecten leidden tot een vermindering van niet-gepaste zorg. Zo kregen mensen met maagpijn die een kijkonderzoek van hun maag wilden – terwijl daar medisch gezien geen reden voor was – een e-learning waarmee ze leerden om beter met hun klachten om te gaan. 61% van deze mensen had vervolgens geen behoefte meer aan zo’n kijkonderzoek. Er was ook een vergelijkbare groep die géén e-learning kreeg maar alleen de gebruikelijke intake voor het kijkonderzoek; van hen had 18% geen behoefte meer aan het kijkonderzoek. De e-learning zorgde dus voor een daling van 53% in het aantal kijkonderzoeken bij mensen die aan het onderzoek mee wilden doen.

Bij deze vijf projecten zagen we dat herhaalde scholing en feedback voor zorgverleners, informatiemateriaal voor patiënten en organisatorische veranderingen goed werkten. Bij de overige drie projecten werd geen effect van de aanpak gezien. Bij twee hiervan was er al een landelijke daling in niet-gepaste zorg zichtbaar, ook bij zorgverleners die niet aan het project meededen. We vermoeden dat bij deze projecten de landelijke daling al was gestart door de aandacht voor het onderwerp onder zorgverleners. De belangrijkste belemmeringen waren een gebrek aan tijd, een onvermogen om de patiënt gerust te stellen, en financiële overwegingen. De belangrijkste bevorderende factoren waren steun door zorgverleners, kennis van de nadelen van niet-gepaste zorg, en de groeiende aandacht in het land voor het feit dat meer zorg niet altijd beter is.

Wat betekent dit voor de dagelijkse praktijk?

Uit deze onderzoeken kunnen we concluderen dat er nog ruimte voor verbetering is op het gebied van niet-gepaste zorg in Nederland, en dat het mogelijk is om niet-gepaste zorg terug te dringen. Over het algemeen zijn zorgverleners bereid en gemotiveerd om niet-gepaste zorg te verminderen, maar worden ze hierin belemmerd door factoren gerelateerd aan de patiënt, de organisatie en financiën.

Mijn promotie-onderzoek geeft een aantal concrete aangrijpingspunten om niet-gepaste wondzorg en niet-gepaste huisartsenzorg te verminderen. Ook geeft het een aantal adviezen voor toekomstige projecten die niet-gepaste zorg willen verminderen, zoals om per vorm van niet-gepaste zorg te kijken naar de redenen waarom het nog geleverd wordt, en vervolgens op maat te kijken naar wat zorgverleners en patiënten nodig hebben om goede keuzes te maken. Met het onderzoek hopen we zorgverleners te inspireren en te ondersteunen in het succesvol verminderen van niet-gepaste zorg in hun eigen werkveld, waardoor patiënten meer gepaste zorg ontvangen.

Hoe gaat het nu verder?

Ons onderzoek wordt met veel enthousiasme van zorgverleners, patiënten, en zorgverzekeraars ontvangen. De groep mensen die het gepast gebruik van zorg belangrijk vindt en zich daarvoor wil inzetten, groeit. Om niet-gepaste zorg in Nederland verder terug te dringen, gaan we ons in het programma Doen of laten? richten op het behouden van de behaalde resultaten, het verspreiden van projecten door heel Nederland, en het ondersteunen van nieuwe initiatieven. Zorgverleners die enthousiast zijn geworden kunnen meer lezen op www.doenoflaten.nl. Daar staan onze projecten waar ze eventueel bij zouden kunnen aansluiten.

Nieuwsbrief

Over Dokter Media

Dokter Media is een platform ter nuancering en duiding van medisch nieuws.

Dokter Media is een initiatief van artsen Tijs Stehmann en Lester du Perron.

Betrouwbare website

Onze website is gecertificeerd door Health On the Net, dat staat voor betrouwbare informatie over gezondheid.