“Twee typen bacteriën beschermen mogelijk tegen borstkanker”

Vorige week verscheen op NU.nl een nieuwsbericht over de mogelijke rol van bacteriën bij het ontstaan van borstkanker. Aanleiding voor dit bericht was een artikel dat werd gepubliceerd door onderzoekers uit Canada en Ierland.

Review door: Marloes Derks arts-onderzoeker, Leids Universitair Medisch Centrum
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

In de titel van het nieuwsbericht wordt gesuggereerd dat specifieke bacteriën een beschermende werking kunnen hebben tegen borstkanker. Betekent dit dat als je deze bacteriën bij je draagt je geen borstkanker kunt krijgen? En geldt dit beschermende effect ook voor vrouwen die al borstkanker hebben?
In de inleiding van het bericht wordt vermeld dat de bacteriën zijn gevonden bij vrouwen die op dat moment géén borstkanker hebben en daarom “vrouwen mogelijk kunnen beschermen tegen borstkanker”.

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Onderzoekers van het Canadese Lawson Health Research Institute en het Ierse Cork Cancer Research Center onderzochten gezond borstweefsel van vrouwen met borstkanker en vrouwen zonder borstkanker, op aanwezigheid van bacteriën. Eerder toonden deze onderzoekers al aan dat borstweefsel bacteriën bevat, zonder dat er sprake is van een ontsteking.
Voor het onderzoek werd borstweefsel van vrouwen bestudeerd die waren geopereerd aan hun borsten. Zij werden onderverdeeld in de volgende groepen:

  • 45 vrouwen met borstkanker
  • 13 vrouwen met een goedaardige tumor
  • 23 vrouwen die een borstverkleining of borstvergroting ondergingen

Van de vele bacteriesoorten die werden onderzocht vonden de onderzoekers dat bij de 45 vrouwen met borstkanker drie soorten bacteriën vaker voorkwamen dan bij de vrouwen zonder borstkanker. Verder onderzoek liet zien dat twee van deze drie soorten bacteriën in staat waren om erfelijke informatie van cellen (het ‘DNA’) te beschadigen. Als DNA beschadigd raakt, kan celdeling verstoord worden en bestaat het risico op het krijgen van kanker.
Andersom werden in de groep vrouwen zonder borstkanker twee soorten bacteriën gevonden die vaker voorkwamen dan bij de vrouwen met borstkanker. Deze bacteriën werden niet verder onderzocht. De onderzoekers veronderstellen in hun artikel dat al uit eerder onderzoek zou blijken dat deze bacteriën “mogelijk een beschermend effect tegen borstkanker hebben”. Dit hebben zij zelf echter niet onderzocht.
De onderzoekers concluderen hieruit dat de bacteriën die vaker voorkwamen bij de vrouwen met borstkanker mogelijk een oorzaak zouden kunnen zijn voor het ontstaan van borstkanker.

Het onderzoek kent een aantal beperkingen. Allereerst is maar op één moment naar het borstweefsel gekeken. Hierdoor kan men niet zeggen of de bacteriën kanker veroorzaken, of dat juist door de aanwezigheid van kanker er andere soorten bacteriën zijn. Kortom, over oorzaak en gevolg kan in dit onderzoek geen uitsluitsel worden gegeven. De onderzoekers erkennen dit ook zelf in hun artikel.
Ook zijn er nog een aantal andere kanttekeningen te maken. Zo was de gemiddelde leeftijd van de vrouwen met borstkanker veel hoger (62 jaar) dan de vrouwen zonder borstkanker (49 jaar). De vrouwen zonder borstkanker hebben daarom nog altijd kans om alsnog borstkanker te ontwikkelen. Tot slot zijn de eigenschappen van de bacteriën alleen onderzocht in de groep vrouwen met borstkanker en is dit een laboratoriumonderzoek geweest. Het is daarom niet duidelijk hoe de bacteriën zich daadwerkelijk in het menselijk lichaam zullen gedragen.

Is dit echt iets nieuws?

Als twee bacteriën daadwerkelijk een bewezen beschermend effect tegen borstkanker zouden hebben, dan zou dit groot nieuws zijn. Dit is echter niet waar de onderzoekers onderzoek naar hebben gedaan. Dit betekent niet dat er helemaal geen nieuwswaarde is: het onderzoek biedt nieuwe inzichten voor verder onderzoek naar de mogelijke rol van bacteriën bij het ontstaan – en daarmee mogelijk ook de behandeling – van borstkanker.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Onderzoekers hebben verschillende soorten bacteriën gevonden in het borstweefsel van vrouwen met en vrouwen zonder borstkanker. De bacteriën die vaker voorkwamen bij de vrouwen met borstkanker zouden mogelijk in staat zijn DNA te beschadigen, waardoor dit misschien zou kunnen bijdragen aan het krijgen van borstkanker. Bij de vrouwen zonder borstkanker vonden de onderzoekers bacteriën waarvan in eerder onderzoek is gesuggereerd dat zij juist een beschermende werking zouden kunnen hebben.
Wat nu daadwerkelijk de invloed is van bacteriën op het krijgen van of het beschermen tegen borstkanker is nog niet duidelijk. Op dit moment lijkt er daarom op dit gebied voor vrouwen met of zonder borstkanker niets te veranderen.