“Terugdringen antibioticagebruik onder pasgeborenen mogelijk door nieuwe test”

Afgelopen week verscheen op NU.nl een nieuwsbericht over een nieuwe test, waarmee antibioticagebruik onder pasgeborenen met een mogelijke bloedvergiftiging op een veilige manier zou kunnen worden teruggedrongen. Het bericht verscheen naar aanleiding van onderzoek door het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis in samenwerking met ziekenhuizen in Zwitserland, Tsjechië en Canada.

Review door: Lois Daamen, arts-onderzoeker, UMC Utrecht
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

De titel en inleiding van het nieuwsbericht suggereren dat er een nieuwe test is ontwikkeld die ervoor zorgt dat pasgeborenen niet onnodig, of onnodig lang, antibiotica krijgen toegediend. Hoe is deze nieuwe test ontwikkeld? En maakt de test het daadwerkelijk mogelijk om minder vaak en lang antibiotica toe te dienen zonder dat dit gevaarlijk is voor de gezondheid van de pasgeborene?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Bloedvergiftiging (‘sepsis’) vormt de belangrijkste doodsoorzaak onder pasgeborenen. Om het risico op overlijden te verminderen, starten (kinder)artsen daarom bij verdenking op bloedvergiftiging met antibiotica. “Naar schatting 4 tot 7% van de pasgeborenen krijgt antibiotica, onder het motto van ‘better safe than sorry”, aldus een van de Nederlandse onderzoekers. Echter blijkt er slechts bij 0,1% van de pasgeborenen daadwerkelijk sprake te zijn van bloedvergiftiging. Dit betekent dat bij een groot deel van de pasgeborenen mogelijk onnodig antibiotica wordt toegediend.

Het definitief vaststellen of uitsluiten van bloedvergiftiging in een vroeg stadium is bij pasgeborenen niet gemakkelijk. Dit bemoeilijkt het veilig terugdringen van antibioticagebruik. Een arts bekijkt verschillende aspecten om te besluiten of antibiotica kunnen worden gestaakt of niet: behalve de mate van ziek-zijn van de pasgeborene, wordt in het bloed gezocht naar bacteriën en tekenen van ontsteking. De onderzoekers spreken van de ‘standaardbehandeling’, wanneer de duur van de antibioticabehandeling door de arts bepaald wordt op basis van deze factoren. Er wordt echter gezocht naar aanvullende (bloed)testen om een betere uitspraak te kunnen doen over de minimale behandelduur, waardoor het antibioticagebruik onder pasgeborenen veilig kan worden teruggedrongen.

In 2009-2015 volgenden onderzoekers 1710 pasgeborenen die verdacht werden van bloedvergiftiging. De onderzoekers wilden kijken of middels bepaling van de stof procalcitonine in het bloed de antibioticabehandeling op een veilige manier vervroegd kon worden gestaakt. Procalcitonine is een stof waarvan bekend is dat de concentratie in bloed stijgt tijdens bloedvergiftiging. Met het meten van procalcitonine in bloed kan niet worden vastgesteld “of er werkelijk sprake is van sepsis”, zoals in het nieuwsbericht wordt gesuggereerd, maar bloedvergiftiging wordt bij normale bloedwaarden wel minder waarschijnlijk geacht.
De onderzoekers deelden de pasgeborenen in in verschillende categoriën. Pasgeborenen met een hoge kans op bloedvergiftiging kregen allemaal de ‘standaardbehandeling’. Bij hen werd de duur van de antibioticabehandeling dus vastgesteld op basis van de gebruikelijke factoren en werd niet gekeken naar de procalcitoninewaarden. Het nut van de procalcitoninebepaling werd alléén onderzocht onder pasgeborenen met een ‘lage’ of ‘matige’ kans op bloedvergiftiging. Deze pasgeborenen werden hiertoe verdeeld over twee groepen:

  1. Bij de eerste groep, de ‘procalcitonine-groep’, werd regelmatig procalcitonine bepaald. Als de procalcitoninewaarde tweemaal normaal was, werd de arts geadviseerd de antibiotica te staken.
  2. In de tweede groep, de ‘standaardgroep’, werd de behandelduur vastgesteld aan de hand van het gangbare beleid in het ziekenhuis, dus op basis van de standaarbehandeling.

In de procalcitonine-groep bleek uiteindelijk gemiddeld 10 uur eerder gestopt te worden met antibiotica. Er leken in deze groep niet meer complicaties op te treden. Bovendien was de duur van de ziekenhuisopname in deze groep 3,5 uur korter.
De onderzoekers concluderen hieruit dat meten van procalcitonine bijdraagt aan afname van de behandelduur en een kortere ziekenhuisopname bij pasgeborenen met een mogelijke bloedvergiftiging, zonder dat dit leidt tot een toename van complicaties.

Een beperking aan het onderzoek is dat de procalcitoninemetingen enkel zijn uitgevoerd onder pasgeborenen die voorafgaand een reeds lage tot matige kans op bloedvergiftiging hadden. Zodoende zijn er geen gegevens bekend over de aanvullende waarde van procalcitonine op de behandelduur bij pasgeborenen met een hoog risico op bloedvergiftiging. Verder is opvallend dat in bijna 26% van de gevallen het advies om – aan de hand van twee opeenvolgende normale procalcitoninewaarden – de antibioticabehandeling te staken door de behandelend arts niet werd opgevolgd, omdat voortzetten van de antibioticabehandeling nodig werd geacht. In deze gevallen werd dus alsnog de standaardbehandeling gevolgd.

Is dit echt iets nieuws?

De resultaten van dit onderzoek ondersteunen de gedachte dat de duur van de antibioticabehandeling bij pasgeborenen met behulp van een bloedtest kan worden verkort. Het nut van deze bloedtest is in eerder onderzoek reeds aangetoond en is dus niet nieuw; echter is de groep pasgeborenen in het huidige onderzoek veel groter en zijn meerdere ziekenhuizen bij het onderzoek betrokken. Dit vergroot de betrouwbaarheid van de resultaten.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

NU.nl meldt dat met behulp van een nieuwe test antibioticagebruik onder pasgeborenen met een mogelijke bloedvergiftiging kan worden teruggedrongen.
Naast bestaande (bloed)onderzoeken hebben onderzoekers hiertoe de stof procalcitonine in het bloed bepaald bij pasgeborenen die behandeld werden met antibiotica vanwege een mogelijke bloedvergiftiging. Wanneer het staken van de behandeling werd gebaseerd op de procalcitoninewaarde bleek de behandeling zo’n 10 uur eerder veilig te kunnen worden gestaakt dan wanneer de behandelduur enkel werd vastgesteld op basis van de gebruikelijke (bloed)onderzoeken. De toegevoegde waarde van procalcitonine is echter enkel onderzocht bij pasgeborenen met een ‘laag’ tot ‘matig’ risico op bloedvergiftiging. Bovendien werd bij 26% van de pasgeborenen in de procalcitoninegroep alsnog de standaardbehandeling toegepast omdat de arts het staken van de antibiotica niet verantwoord achtte.

De test lijkt daarom voorlopig vooral een extra hulpmiddel naast de gebruikelijke overwegingen van artsen om te besluiten wel of niet met antibiotica te stoppen. Dit zou in bepaalde situaties inderdaad kunnen leiden tot het terugdringen van antibioticagebruik onder pasgeborenen.