“Goed nieuws voor borstkankerpatiënte”

Op 1 juli 2017 schreef De Telegraaf over behandeling van borstkanker: uit onderzoek zou blijken dat “hormoontherapie niet altijd nodig” is. Dit nieuwsbericht kwam voort uit een artikel gepubliceerd in een wetenschappelijk Amerikaans tijdschrift.

Review door: Chantal du Perron, arts in opleiding tot internist, Spaarne Gasthuis
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Het nieuwsbericht suggereert dat er borstkankerpatiënten zijn die ten onrechte met hormoontherapie worden behandeld: “Eén op de zes vrouwen bij wie in een heel vroeg stadium borstkanker wordt vastgesteld, heeft mogelijk geen jarenlange hormoonbehandelingen nodig”. Volgens het nieuwsbericht gaat het hierbij “om patiënten met tumoren tot drie centimeter en ‘kankervrije’ okselklieren”. Kunnen deze vrouwen nu stoppen met hun hormoontherapie?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

De originele bron van het nieuwsbericht is een wetenschappelijk artikel van Amerikaanse en Europese onderzoekers. Deze onderzoekers proberen vast te stellen of bepaalde vrouwen met borstkanker minder behandeling nodig hebben dan nu gebruikelijk is. Zij denken dat bij bepaalde patiënten het beloop van de ziekte, na een operatie, dusdanig gunstig is dat ‘aanvullende therapie’ (met chemotherapie of hormoontherapie) geen voordeel oplevert. In een eerder onderzoek hebben zij bekeken of met een nieuwe techniek (MammaPrint) kan worden voorspeld welke patiënten borstkanker hebben met een zogenaamd ‘zeer laag risico’. Bij deze vrouwen is de kans dat zij uiteindelijk komen te overlijden aan de ziekte zeer klein.

De onderzoekers wilden nu controleren of MammaPrint inderdaad goed kan voorspellen welke patiënten ook zonder aanvullende therapie een ‘zeer laag risico’ hebben om te overlijden aan de ziekte. Zij hebben hiervoor gebruik gemaakt van gegevens uit een groot Zweeds onderzoek uit de periode 1979-1990, met patiënten met borstkanker zonder lymfklieruitzaaiingen (in totaal 1780 patiënten). Het betrof alléén vrouwen na de overgang, met een tumor kleiner dan 3 cm. De patiënten werden eerst geopereerd, soms ook bestraald en kregen vervolgens óf 2 jaar lang hormoontherapie óf geen aanvullende behandeling. Alle patiënten uit de groep die hormoontherapie kreeg die na 2 jaar ziektevrij waren, kregen óf nog eens drie jaar hormoontherapie óf mochten stoppen met hormoontherapie. Vervolgens werd gekeken hoeveel patiënten er na 20 jaar nog in leven waren.

Bij 652 van de 1780 patiënten is het gelukt om het genetische profiel te bepalen met de MammaPrint. Vervolgens vergeleken de onderzoekers het risico zoals voorspeld door MammaPrint, met de gegevens uit het oudere Zweedse onderzoek. In de groep patiënten met een voorspelling van ‘zeer laag risico’ (15% van de patiënten) bleek na 20 jaar bijna iedereen nog in leven. Het maakte daarbij nauwelijks uit of deze vrouwen wel of geen hormoontherapie kregen (respectievelijk 97% en 94% overleving). In groepen met een ‘laag’ en een ‘hoog risico’ was het risico op overlijden ongeveer 4,5 keer zo hoog. Hieruit trekken de onderzoekers de conclusie dat MammaPrint goed kan voorspellen bij welke patiënten met borstkanker de ziekte een gunstig beloop zal hebben.

Het is belangrijk te benadrukken dat het hier dus gaat om een vooraf geselecteerde, zeer specifieke patiëntengroep: vrouwen na de overgang met een tumor kleiner dan 3cm zonder lymfklieruitzaaiingen. Ook kregen alle vrouwen in het onderzoek eerst een operatie en soms ook bestraling. Dit maakt dat de resultaten niet gelden voor alle patiënten met borstkanker.

Is dit echt iets nieuws?

De laatste tijd verschenen meer onderzoeken waarbij MammaPrint is gebruikt om te bepalen bij welke patiënten met borstkanker het beloop van de ziekte gunstiger zal zijn, waardoor vooraf overwogen kan worden geen hormoontherapie te starten. Met het huidige onderzoek lijkt dit voor een zeer specifieke groep patiënten met borstkanker ook gelukt. Omdat het onderzoek echter vooral bedoeld was om alleen de ‘zeer laag risico’-score van MammaPrint controleren, is het (nog) niet mogelijk om nu al concrete aanbevelingen voor de praktijk te doen.

Om daadwerkelijk het effect van het niet geven van hormoontherapie bij patiënten met een ‘zeer laag risico’ te bestuderen is een zeer groot, langdurig onderzoek nodig. Zo’n onderzoek bestaat op dit moment nog niet. De onderzoekers blijven daarom bij de suggestie dat MammaPrint in de toekomst zou kunnen worden ingezet om vooraf te bepalen welke borstkankerpatiënten niet behandeld hoeven worden met hormoontherapie.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Amerikaanse en Europese onderzoekers hebben bevestigd dat MammaPrint gebruikt kan worden om borstkankerpatiënten te identificeren bij wie het beloop van de ziekte na operatie en/of bestraling ook zonder hormoontherapie zeer gunstig is. Vrouwen na de overgang, met een tumor kleiner dan 3 cm zonder lymfklieruitzaaiingen, bleken na operatie en soms ook bestraling geen hormoontherapie nodig te hebben als hun tumor een ‘zeer laag risico’ had. Van deze geselecteerde groep bleek 15% (“Eén op de zes”) dit zeer lage risico te hebben.
Omdat het onderzoek is gedaan met gegevens uit een periode vóórdat er borstkankerscreening werd toegepast, suggereren de onderzoekers dat in de huidige tijd het percentage zelfs iets hoger zou kunnen liggen: rond de 25%. Door MammaPrint in te zetten zou dan overwogen kunnen worden om deze patiënten geen aanvullende hormoontherapie te geven.

Tussen vrouwen met borstkanker bestaan grote verschillen. Deze verschillen zitten onder andere in de grootte van de tumor, bepaalde karakteristieken van de tumorcellen en of er uitzaaiingen zijn. Het blijft daarom erg belangrijk om per individu te kijken welke behandeling wel of niet nodig is. Vrouwen die op dit moment hormoontherapie gebruiken en zich afvragen of zij hiermee kunnen stoppen, kunnen dit overleggen met hun behandelaar.