“Controle na darmkanker hoeft maar een keer per jaar”

Vlak voor het weekend schreef NRC dat “vaker dan eens in de twaalf maanden controleren op terugkerende darmtumoren niet de moeite waard is”. Dit nieuwsbericht is gebaseerd op internationaal onderzoek dat vorige week werd gepubliceerd.

Review door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Volgens NRC hoeven patiënten die darmkanker hebben gehad zich maar één keer per jaar te laten controleren. Het woord ‘maar’ suggereert dat dit nu vaker gebeurt. Betekent dit dat alle patiënten die darmkanker hebben gehad nu minder vaak op controle hoeven te komen?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Scandinavische onderzoekers wilden weten of de kans op overlijden na genezing van darmkanker afhankelijk is van hoe vaak de patiënt na de behandeling wordt gecontroleerd. Daarom volgden zij gedurende vijf jaar een groep van ruim 2500 patiënten die door een operatie en eventueel aanvullende behandeling waren genezen van darmkanker. Het betrof patiënten die waren behandeld voor darmkanker die al door de darmwand was gegroeid (‘stadium II’) of voor darmkanker met beperkte uitzaaiingen naar lymfeklieren (‘stadium III’). De patiënten werden willekeurig verdeeld over twee groepen:

  • De eerste groep kwam bij 6, 12, 18, 24 en 36 maanden op controle (‘veel controles-groep’)
  • De tweede groep kwam alleen bij 12 en 36 maanden op controle (‘weinig controles-groep’)

Tijdens elke controle kregen de patiënten in beide groepen dezelfde onderzoeken: een CT-scan van de buik en longen, en de bepaling van een stofje dat kan wijzen op darmkanker (de tumormarker ‘CEA’) in het bloed.

Vijf jaar na de behandeling bleek er geen duidelijk verschil tussen het aantal patiënten dat overleden was in de veel controles-groep of de weinig controles-groep: 13,0 tegen 14,1%. NRC merkt hierbij op dat “vaak controleren wel meer teruggekeerde darmkanker opspoort: 21,6 tegen 19,4 procent”, maar hierbij dient benoemd te worden dat ook dit verschil niet ‘significant’ was – als het onderzoek herhaald zou worden zou het goed kunnen zijn dat dit verschil niet wordt gevonden.
De onderzoekers concluderen dat halfjaarlijkse controle van patiënten die behandeld zijn voor stadium II of stadium III darmkanker niet leidt tot een betere overleving dan wanneer de patiënten maar één keer per jaar worden gecontroleerd. Zij suggereren daarom dat enkele internationale richtlijnen moeten worden aangepast.

Is dit echt iets nieuws?

Op basis van het huidige onderzoek lijkt het controleren op teruggekeerde darmkanker niet vaker te hoeven dan eenmaal per jaar. De conclusie van dit onderzoek sluit aan bij andere recente onderzoeken waaruit blijkt dat intensiever controleren niet leidt tot een kleinere kans op overlijden. Ruim 15 jaar terug werd nog beschreven dat vaker controleren juist wél beter is. De onderzoekers geven hier als mogelijke verklaring voor dat er de afgelopen jaren betere diagnostiek en betere behandelingen zijn gekomen.

De Nederlandse richtlijn verschilt een beetje met die van de opzet in het onderzoek, Nederlandse patiënten mochten daarom niet aan het onderzoek meedoen. De Nederlandse richtlijn adviseert wel de eerste jaren na operatie elk halfjaar een spreekuurcontrole, maar daarbij wordt naast bepaling van CEA geadviseerd de eerste 1-2 jaar echografie van alleen de buik (en dus niet een CT-scan van buik en longen) te verrichten. Daarnaast wordt 1 jaar na de operatie een kijkonderzoek van de darm (colonoscopie) geadviseerd, wat in het Scandinavische onderzoek niet werd gedaan. De uitkomsten van het onderzoek zijn daarom niet direct op de Nederlandse situatie van toepassing.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Scandinavisch onderzoek laat zien dat veelvuldig controleren op terugkeer van darmkanker de kans op overlijden gedurende de eerste vijf jaar na behandeling niet vermindert. Deze resultaten komen overeen met uitkomsten van recente onderzoeken, waardoor controle na behandeling voor darmkanker mogelijk “maar een keer per jaar” hoeft plaats te vinden. Omdat de manier van controleren in het onderzoek niet geheel aansluit bij de Nederlandse situatie, is nog onduidelijk of dit nu ook betekent dat de Nederlandse richtlijnen zullen worden aangepast.