“Te veel sporten verhoogt risico op hartaanval, met name bij blanke mannen”

Het Algemeen Dagblad schreef eind oktober over resultaten uit Amerikaans onderzoek: “Het is letterlijk mogelijk om jezelf dood te sporten, zo ontdekten wetenschappers uit Californië.” Uit het onderzoek zou blijken dat de kans op verkalking in de kransslagaders van het hart groter is bij mensen die veel sporten. De onderzoekers schrijven echter niet dat daarmee de kans op een hartaanval daadwerkelijk is verhoogd.

Review door: Ilse de Roode, huisarts in opleiding, AMC Amsterdam
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier


Wat is er op te maken uit de titel?

Volgens de titel van het nieuwsbericht zouden blanke mannen die veel sporten een verhoogde kans hebben op een hartaanval. Dit wordt nogmaals benadrukt in de inleiding van het bericht; daar wordt zelfs gesteld dat het mogelijk zou zijn ‘om jezelf dood te sporten’. Het gaat daarbij om blanke mannen die meer dan 7,5 uur per week sporten: zij zouden een bijna twee keer zo grote kans hebben op een hartaanval.
Betekent dit nu dat veel sporten ongezond is? Zouden alle professionele sporters dan ook eerder sterven aan hart- en vaatziekten dan mensen die minder actief zijn? Zou dit onderzoek voor sommige mensen reden moeten zijn om minder te gaan sporten?

Waar komt dit nieuwsbericht vandaan?

Amerikaanse onderzoekers wilden nagaan wat de risicofactoren zijn voor het ontwikkelen van hart- en vaatziekten bij ‘jonge volwassenen’. Daarbij hebben zij ook gekeken naar de effecten van lichaamsbeweging. Voor het onderzoek volgden zij ruim 5000 mensen gedurende 25 jaar. Tijdens deze periode werden de deelnemers op 8 verschillende momenten door de onderzoekers teruggezien. Hierbij werd steeds een vragenlijst ingevuld, waarbij de deelnemers onder meer moesten aangeven hoe lichamelijk actief zij waren. Daarnaast werd lichamelijk onderzoek gedaan en bloedonderzoek verricht. Na 25 jaar werd bij alle deelnemers een CT-scan gemaakt om te onderzoeken of er sprake was van verkalking van de kransslagaders van het hart. De onderzoekers stelden hierbij dat een hogere mate van aderverkalking overeenkomt met een hoger risico op hart- en vaatziekten.
Uiteindelijk waren van ruim 3000 deelnemers (slechts 62% van de oorspronkelijke groep) voldoende gegevens beschikbaar voor het onderzoek. Op basis van de gegevens uit de vragenlijsten onderscheidden de onderzoekers 3 verschillende groepen, waarbij ze 150 minuten actief bewegen per week gebruikten als ‘richtlijn’: mensen die minder dan 150 minuten per week actief bewogen (dus ‘minder dan de richtlijn’), mensen die ruim 150 minuten per week actief bewogen (‘voldoend aan de richtlijn’) en mensen die meer dan 450 minuten per week actief bewogen (‘3 keer zoveel als de richtlijn’).
Uit het onderzoek bleek dat de mensen die meer dan 450 minuten per week actief bewogen een grotere kans hadden op het ontwikkelen van verkalking in de kransslagaders. Dit gold specifiek voor blanke mannen: zij hadden bijna 2 keer zoveel kans op het ontwikkelen van aderverkalking ten opzichte van de mensen die minder dan 150 minuten actief bewogen.
De onderzoekers concluderen dat er een verband lijkt te bestaan tussen veel sporten en de ontwikkeling van verkalking van de kransslagaders bij blanke mannen. Hierbij trekken zij echter om twee belangrijke redenen géén conclusies over de kans op een hartaanval of andere hart- en vaatziekten:

  1. Zij noemen verschillende tekortkomingen aan hun onderzoek waardoor de resultaten toch een ‘toevalsbevinding’ zouden kunnen zijn.
  2. Zij geven aan dat er ook onderzoekers zijn die stellen dat de aderverkalking bij sportende mensen van een andere, minder gevaarlijke soort is dan de aderverkalking van weinig sportende mensen.

De onderzoekers besluiten dat hun resultaten aangeven dat er meer onderzoek nodig is naar het verband tussen lichamelijke beweging en aderverkalking in de kransslagaders.

Uit het onderzoek bleek overigens dat diabetes type 2 en een hoge bloeddruk – beide factoren waarvan bekend is dat ze het risico op hart- en vaatziekten verhogen – beduidend vaker voorkwamen in de groep mensen die minder dan 150 minuten per week actief bewogen. Opvallend genoeg besteden zowel de onderzoekers als het nieuwsbericht hier echter geen aandacht aan.

Is dit echt iets nieuws?

In het algemeen geldt dat bewegen gezond is: de Rijksoverheid heeft bijvoorbeeld de Nederlandse Norm Gezond Bewegen opgesteld waarin wordt geadviseerd ‘een half uur tenminste matig intensief te bewegen op minimaal 5 dagen per week’. Onvoldoende bewegen zou onder meer de kans op een beroerte of hartaanval verhogen. Uit verschillende onderzoeken blijkt echter dat té veel bewegen uiteindelijk ook kan leiden tot een hoger risico op hart- en vaatziekten en overlijden.
De onderzoekers van het huidige onderzoek geven aan dat zij nu voor het eerst hebben gekeken naar het verband tussen bewegen en de mate van aderverkalking in de kransslagaders. Daaruit blijkt dus dat veel sporten mogelijk leidt tot een hogere kans op aderverkalking, maar benadrukken zij dat hiermee niet vaststaat dat veel sporten ook leidt tot een hogere kans op een hartaanval. De titel van het nieuwsbericht in het Algemeen Dagblad is dus voorbarig, en de opmerking dat ‘het letterlijk mogelijk is om jezelf dood te sporten’ op zijn zachtst gezegd niet kloppend en overdreven.

Wat kunnen we hier nu concreet mee?

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de kans op verkalking in de kransslagaders van het hart vergroot is bij blanke mannen die meer dan 450 minuten per week sporten. Dit betekent echter niet direct dat de kans op een hartaanval bij hen is vergroot, zoals in het Algemeen Dagblad wordt geschreven. Of dit onderzoek daadwerkelijk aantoont dat “te veel sporten” schadelijk is, is om verschillende redenen maar de vraag. De Amerikaanse onderzoekers zijn daarom zelf al van mening dat er meer onderzoek nodig is naar dit onderwerp. Bovendien worden de gunstige effecten van de huidige beweegadviezen door het onderzoek bekrachtigd. In het algemeen geldt daarom nog steeds dat sporten gezond is en zeker niet hoeft worden ontraden.