In het kort

“Onderzoek: ‘gezonde’ probiotica-bacil verantwoordelijk voor veel darmkanker”

Vorige week schreef de Volkskrant dat “zo’n 10 procent van alle dikkedarmkanker (..) niet door pech of verkeerd eten, maar door darmbacteriën komt”. Eén bepaalde bacterie, die volgens de krant “op internet te koop is als gezonde ‘probiotica’ voor onder meer baby’s” zou daar een belangrijke rol bij spelen.

Het nieuws volgde na de publicatie van een onderzoek in een groot wetenschappelijk tijdschrift. Onderzoekers hebben de zogenaamde ‘E.Coli Nissle 1917’ bacterie in een laboratorium in contact gebracht met ‘gekweekte mini-ingewanden’, en daarbij opgemerkt dat de bacterie een kankerverwekkende stof aanmaakt. Die stof zou leiden tot dezelfde DNA-schade als bij ongeveer 10% van alle dikkedarmkanker wordt gezien.

De onderzoekers stellen daarom dat deze bacterie, die ook in de menselijke darm voorkomt maar dus ook als ‘gezond probioticum’ wordt verkocht, niet zo onschuldig is als hij misschien lijkt. Zij menen daarom dat probiotica kritischer onderzocht moeten worden vóórdat ze aan consumenten verkocht mogen worden. Daarnaast hopen ze met verder onderzoek te kunnen bepalen of bestrijding van de bacterie kan helpen om darmkanker te voorkómen.

Met het onderzoek is niet direct te zeggen dat de genoemde bacterie “verantwoordelijk is voor veel darmkanker”, zoals de Volkskrant schrijft. Bij het ontstaan van kanker zijn vaak vele verschillende factoren betrokken. Dat neemt echter niet weg dat het onderzoek wel aanleiding geeft om voorzichtiger om te gaan met probiotica, waarvan de gesuggereerde werking in veel gevallen overigens sowieso nog niet is bewezen.

Lees voor meer informatie bij dit nieuwsbericht dit uitgebreidere review van onze collega’s van Gezondheid en Wetenschap.

Geschreven door: de redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Hond kan misschien zelfs aanval voorspellen”

Algemeen Dagblad schrijft dat er “na de blindengeleidehond en de politiehond nu een epilepsiehond” is. De hond zou alarm kunnen slaan en mogelijk zelfs een epilepsieaanval aan voelen komen. Epilepsie is een hersenaandoening die verschillende soorten aanvallen kan geven, van kortdurende afwezigheid tot hevige spiertrekkingen en bewusteloosheid.
In het nieuwsbericht komt een patiënte met epilepsie aan het woord die sinds enkele maanden meedoet aan een onderzoek naar de mogelijke hulp van speciaal getrainde honden. Zij zou inmiddels al de voordelen van de ‘epilepsiehond’ ervaren. Hoe honden epileptische aanvallen zouden kunnen herkennen is nog niet bekend.
Onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam willen nu nagaan “wat een epilepsiehond betekent voor de gezondheid en het welzijn van personen met moeilijk behandelbare epilepsie, en of de inzet van een epilepsiehond kosteneffectief is”.
Het kleinschalige Nederlandse onderzoek is in 2019 van start gegaan en zal drie jaar duren. Patiënten kunnen zich niet meer opgeven om hier nog aan deel te nemen. Het is nog niet bekend wanneer de eerste officiële onderzoeksresultaten worden verwacht.

Geschreven door: de redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Expertisecentrum kreeg vorig jaar recordaantal euthanasieverzoeken”

Verschillende media schrijven dat het Expertisecentrum Euthanasie vorig jaar een stuk meer euthanasieverzoeken kreeg dan de jaren daarvoor. Het Expertisecentrum Euthanasie is een plek waar zowel artsen als patiënten terecht kunnen voor vragen over euthanasie. Het centrum heeft artsen en verpleegkundigen in dienst die euthanasieverzoeken beoordelen en eventueel ook euthanasie kunnen uitvoeren. Dat laatste gebeurt overigens nooit voordat een onafhankelijke arts (een zogeheten SCEN-arts) dat euthanasieverzoek ook heeft beoordeeld.
In de verschillende nieuwsberichten wordt nu gemeld dat het aantal euthanasieverzoeken vorig jaar zo’n 22% hoger uitviel dan de jaren daarvoor. Daar worden verschillende redenen voor gegeven:

  • Door de vergrijzing en toenemende vraag om zelf te kunnen beslissen over het levenseinde, kunnen er meer aanvragen komen
  • Er lijkt meer ruimte te komen voor (vragen over) ‘complexe’ gevallen van euthanasie zoals bij psychiatrische of demente patiënten, en die worden vaak voorgelegd aan het Expertisecentrum
  • Vorig jaar moest een arts die euthanasie uitvoerde voor de rechter verschijnen, waardoor andere artsen mogelijk voorzichtiger zijn geworden en extra hulp vragen van het Expertisecentrum (de arts werd overigens vrijgesproken)

Uit de verschillende berichten wordt niet duidelijk of ook het totaal aantal gevallen van euthanasie vorig jaar is gestegen. Wel blijkt dat het toenemend aantal vragen aan het Expertisecentrum leidt tot wachttijden, omdat er te weinig artsen zijn om alle vragen tijdig te kunnen beantwoorden.
Vroeger heette het Expertisecentrum Euthanasie overigens de Levenseindekliniek. Die naam deed echter ten onrechte vermoeden dat het een kliniek of ziekenhuis betreft: het gaat om een organisatie die, in de woonomgeving van de patiënt, gespecialiseerde hulp biedt bij vooral complexere euthanasieverzoeken. Gemiddeld wordt ongeveer 30% van die verzoeken ingewilligd.

Geschreven door: de redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Tot 55 procent minder kans op overlijden aan longkanker door screenings”

In Trouw stond een paar dagen terug dat rokers minder kans hebben om te overlijden aan longkanker als ze zich regelmatig laten ‘screenen’ door een CT-scan. Het bericht volgt op publicatie van resultaten uit Nederlands-Belgisch onderzoek van het Erasmus MC. Een persbericht van dit instituut stelt dat de onderzoeksresultaten “een sterk argument vóór de invoering van een landelijk bevolkingsonderzoek” zijn.
Zowel het nieuwsbericht als het persbericht schrijven echter geen woord over belangrijke kanttekeningen bij het onderzoek. De belangrijkste kanttekening is deze: de (ex-)rokers die gescreend werden op longkanker overleden dan wel minder vaak aan longkanker, hun totale overleving was niet beter dan die van de groep (ex-)rokers die niet werden gescreend. Met andere woorden: (ex-)rokers leven net zo lang mét screening op longkanker als zonder screening. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat zij in plaats van aan longkanker eerder overlijden aan bijvoorbeeld hart- en vaatziekten – vermoedelijk door datzelfde roken.
De nieuwe onderzoeksresultaten zijn een vervolg op eerdere voorlopige resultaten uit 2018. Dokter Media schreef toen ook al een vergelijkbaar nuancerend bericht bij vergelijkbare ongenuanceerde pers- en nieuwsberichten.
Concluderend zou screening van (ex-)rokers dus kunnen bijdragen aan minder ernstige gevallen van longkanker, maar staat nog steeds allerminst vast dat dit leidt tot een betere overleving. Daarmee lijkt de invoer van screening of een bevolkingsonderzoek naar longkanker ook nog niet aan de orde. De beste maatregel om sterfte te verminderen blijft stoppen – of nog beter: niet beginnen – met roken.

Voor meer informatie en uitleg over de verschillende kanttekeningen bij het onderzoek kun je ons oudere bericht teruglezen, of dit recente uitgebreide bericht uit de Volkskrant.

Geschreven door: de redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Britse onderzoekers vinden cel die kan helpen kanker te elimineren”

NU.nl schrijft over “een grote stap in het onderzoek naar de genezing van kanker”. Het bericht volgt op de publicatie van resultaten van Brits onderzoek, waarover de BBC zelfs schrijft dat ‘de ontdekking alle soorten kanker zou kunnen behandelen’.
De onderzoekers hebben ontdekt dat een afweercel in het bloed – een speciale soort T-cel – de mogelijkheid heeft om kankercellen te herkennen en te bestrijden, zonder gezonde cellen aan te vallen. Dat is op zich niet iets nieuws: behandeling met speciale T-cellen – een vorm van zogeheten immuuntherapie – wordt voor enkele vormen van kanker al enige tijd toegepast. Wat vooral nieuw is, is dat de onderzoekers een eigenschap van de T-cel hebben gevonden die het mogelijk maakt om niet één maar vele verschillende soorten kanker te bestrijden. Daarmee zou een behandeling voor verschillende vormen van kanker kunnen ontstaan.
In het bericht van NU.nl geeft een oncoloog echter aan dat “er nog ontzettend veel mitsen en maren” zijn. Zo is de beoogde behandeling alleen nog getest op muizen. Hij stelt zelfs “dat het nog jaren duurt voordat er getest kan worden of deze therapie ook voor mensen kan werken”.
Desondanks wordt de ontdekking door verschillende onafhankelijke deskundigen als een grote stap naar een mogelijke behandeling gezien. Het is dus echter nog afwachten of en wanneer er meer bekend wordt over de toepasbaarheid bij de mens.

Voor meer informatie en uitleg over het onderzoek kun je ook luisteren naar deze uitzending van NPO Radio1.

Geschreven door: de redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

Moeten mannen tussen de 55 en 69 jaar voortaan worden gescreend op prostaatkanker?

In de aflevering van het tv-programma Pauw van 12 november 2019 werd aandacht besteed aan de actie “For one night only”, een initiatief van Linda de Mol voor meer bewustwording van prostaatkanker en teelbalkanker. Te gast was onder andere uroloog Nader Naderi. In het item werd verteld dat het voor mannen tussen de 55 en 69 jaar belangrijk is om de prostaat te laten controleren door het bepalen van het prostaat-specifiek antigen (PSA), een eiwit in het bloed. Een inwendig onderzoek (onderzoek via de anus, rectaal onderzoek) zou hierbij volgens Jeroen Pauw niet nodig zijn. Naderi refereert in het item aan een groot onderzoek uit Rotterdam, waaruit zou blijken dat het regelmatig bepalen van de PSA-waarde leidt tot een afname van 21% in de sterfte aan prostaatkanker.

Naderi lijkt te verwijzen naar de ERSPC, een groot onderzoek uitgevoerd in zeven Europese landen waaronder Nederland, waarbij mannen tussen de 55 en 69 jaar werden verdeeld in een groep waarbij regelmatig het PSA werd bepaald en een groep waarbij dit niet gebeurde. Na 13 jaar bleek in de groep mannen met PSA bepalingen de sterfte aan prostaatkanker 21% lager ten opzichte van de groep zonder PSA controles. Echter, er was géén verschil in de totale sterftekans tussen de twee groepen. Mannen die regelmatig hun PSA laten bepalen worden dus net zo oud als mannen die dit niet doen.

PSA waarden kunnen verhoogd zijn door prostaatkanker, maar stijgen ook bij bijvoorbeeld een ontsteking of goedaardige vergroting van de prostaat. Wanneer het PSA verhoogd is volgt doorgaans verder onderzoek in het ziekenhuis. Bij acht op de tien mannen met een verhoogd PSA wordt vervolgens géén kanker aangetoond. Van de twee mannen die wel met prostaatkanker worden gediagnosticeerd, zou één daarvan nooit klachten hebben gekregen. Om één sterfgeval aan prostaatkanker te voorkomen, moeten 781 mannen gescreend worden en 27 mannen met prostaatkanker worden behandeld.

Er is dus wel een effect van screening, maar dit gaat gepaard met veel ‘overdiagnostiek’ (het diagnosticeren van een aandoening die niet tot klachten zou hebben geleid) en ‘overbehandeling’ (het behandelen van een aandoening die niet tot klachten zou hebben geleid, waardoor de schade van de behandeling doorgaans groter is dan het eventuele nut ervan). Als vervolgonderzoek wordt vaak een echo van de prostaat via de anus verricht en soms weefsel van de prostaat afgenomen middels biopsie, wat belastend kan zijn voor de patiënt. Behandelen van prostaatkanker kan gepaard gaan met bijwerkingen als erectiestoornissen en incontinentie. Om deze redenen hebben huisartsen en urologen besloten om juist géén algemene screening op prostaatkanker op te nemen in hun richtlijnen. De verschillende uitspraken in het tv-programma die suggereren dat “even testen” alle mannen een hoop leed zou besparen, zijn dan ook veel te kort door de bocht. Het is belangrijk dat de patiënt een goede afweging kan maken tussen de voor- en nadelen van prostaatkankeronderzoek.

Als een man toch onderzoek naar prostaatkanker wenst, dan kan dit via de huisarts. Het wordt dan geadviseerd de PSA-test te combineren met een inwendig onderzoek om ook het oppervlak en de grootte van de prostaat te beoordelen. Het is daarbij dus heel belangrijk om bovenstaande overwegingen in acht te nemen. Om de voor- en nadelen van het controleren op prostaatkanker beter te kunnen afwegen heeft de website Thuisarts.nl hier een keuzehulp voor gemaakt.

Geschreven door: Michel de Wit, huisarts in opleiding
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

  • Onlangs kwam ook in België prostaatkankerscreening in het nieuws. Onze collega’s van Gezondheid en Wetenschap plaatsten daar ook direct verschillende kanttekeningen bij: lees hier hun bericht terug.

“Onderzoek: hartoperatie niet per se nodig, medicatie werkt vaak net zo goed”

Verschillende media waaronder de NOS melden dat hartpatiënten die nu standaard een operatie ondergaan vaak net zo goed af zijn met alleen medicijnen. De berichten zijn gebaseerd op een Amerikaans onderzoek dat recent is gepresenteerd tijdens een groot internationaal cardiologie congres (American Heart Association 2019).

In de basis gaat het om de volgende discussie:
Als een patiënt pijn op de borst heeft op basis van zuurstof gebrek in het hart, kan dat veroorzaakt worden door vernauwingen in de grote kransslagaderen (op basis van aderverkalking). Hiervoor zijn er twee behandelstrategieën: met medicijnen of door een ingreep. Een ingreep kan een dotter (ook wel: PCI) zijn of omleidingen middels een open hart operatie (bypass of CABG). Het werk van een dokter is erop gericht de patiënt langer te laten leven, en/of zich beter te laten voelen. Een veel voorkomende gedachte bij zowel artsen als patiënten is dat een ingreep voor een betere overleving zorgt in vergelijking met de behandeling met enkel medicijnen. Echter diverse onderzoeken in het verleden laten hierover tegenstrijdige resultaten zien.

Voor het onderzoek werden beide behandelstrategieën met elkaar vergeleken bij ruim 5000 patiënten. Deze patiënten hadden stabiele klachten van pijn op de borst door zuurstof tekort. Patiënten mochten niet meedoen aan het onderzoek als ze op dat moment een hartinfarct hadden of er recent een hadden gehad, als ze een verminderde pompfunctie van het hart hadden, of als ze een vernauwing in een zeer belangrijk eerste deel van de linker kransslagader hadden.

De resultaten van het onderzoek laten zien dat bij deze specifieke groep patiënten, een ingreep (dotter of bypass) niet zorgt voor een betere overleving of minder hartinfarcten na 4 jaar, dan de behandeling met enkel medicijnen. Wel heeft de groep die een ingreep krijgt hierna een grotere kans op minder klachten van pijn op de borst dan de met medicijnen behandelde groep.

Enkele punten van aandacht hierbij:

  • Het onderzoek is vooralsnog enkel gepresenteerd op het congres. De daadwerkelijke publicatie moet nog volgen, waardoor de volledige resultaten nog niet openbaar zijn en gecontroleerd kunnen worden door onafhankelijke artsen en onderzoekers.
  • De follow-up van het onderzoek is vooralsnog slechts 4 jaar. Het is hopen op een langere follow-up, zeker gezien het feit dat de 2 groepen richting het einde van het onderzoek wel langzaam lijken te gaan verschillen. Het is interessant te zien wat er gebeurt na 4 jaar.
  • Er volgt nog een interessante ‘substudie’ (genaamd CIAO-ISCHEMIA) waarbij specifiek wordt gekeken naar patiënten die wel pijn op de borst hadden, maar geen vernauwingen in de grote kransslagaderen.
  • In de Amerikaanse media wordt veel gesproken over een mogelijk financiële voordeel bij behandeling met medicijnen. Cijfers hierover zijn nog niet gepubliceerd, maar zullen waarschijnlijk binnenkort volgen.

Samengevat toont dit onderzoek aan dat bij patiënten met pijn op de borst een medicamenteuze behandeling net zo veilig is als een interventionele behandeling. Wel is er een grotere kans op vermindering van klachten na een interventie. De volledige onderzoeksresultaten zullen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan ‘shared decision making’, waarbij arts en patiënt samen de voor deze patiënt meest geschikte behandeling kiezen.

Geschreven door: Tamara Aipassa, interventiecardioloog
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

  • Verklaring belangenverstrengeling: Dr Aipassa is interventiecardioloog en behandelt in die functie patiënten met hartklachten, ook door het uitvoeren van dotters. Zij is niet betrokken bij het onderzoek en heeft geen andere financiële belangen bij bovenstaand bericht.

“Honderden kankerpatiënten onder het mes in ziekenhuizen die te weinig opereren”

Algemeen Dagblad schrijft dat bijna een kwart van alle ziekenhuizen te weinig kankeroperaties uitvoert. De krant baseert dit op landelijke gegevens over operaties bij acht verschillende soorten kanker. Hieruit zou blijken dat vorig jaar “419 kankerpatiënten zijn geopereerd in ziekenhuizen die te weinig ervaring hadden met de operaties”. De patiënten zouden daardoor “nodeloze bloedingen, restweefsel en zelfs overlijden” riskeren.

Medische verenigingen hebben voor verschillende operaties afgesproken wat het minimum aantal operaties is dat een ziekenhuis jaarlijks moet uitvoeren, om zo de kwaliteit van die operaties te garanderen. Van een aantal operaties is bekend dat het risico op complicaties toeneemt naarmate die operatie minder vaak wordt uitgevoerd.

Uit het onderzoek van Algemeen Dagblad zou nu blijken dat bijna een kwart van de Nederlandse ziekenhuizen één of meer van die afspraken niet haalt. Daar kunnen overigens verschillende redenen voor zijn, die niet altijd hoeven te betekenen dat de kwaliteit van de operaties slechter wordt. Met het onderzoek van Algemeen Dagblad is bovendien niet gekeken naar het daadwerkelijke aantal complicaties. Daarom is nu niet direct te stellen dat alle patiënten zijn blootgesteld aan een verhoogd risico op complicaties of overlijden.

Dat neemt echter niet weg dat de krant een belangrijk punt aanstipt: de operatie-afspraken zijn gemaakt om de kwaliteit van zorg te waarborgen; een essentieel belang voor de patiënt die geopereerd moet gaan worden. In de Tweede Kamer wordt daarom aangestuurd op betere samenwerking tussen ziekenhuizen, zodat patiënten altijd worden geopereerd in een ziekenhuis dat voldoet aan de gestelde operatienorm.

Geschreven door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Al jong ongezond leven? Dan meer kans op dementie”

NRC schrijft dat uit onderzoek blijkt dat mensen die al jong ongezond leven, meer kans hebben op dementie. Britse onderzoekers gebruikten de gegevens van bijna 500 70-plussers die al vele jaren meedoen aan een groot onderzoek naar gezondheid. De 70-plussers, die overigens géén dementie hadden, ondergingen onlangs verschillende hersenscans. De uitkomsten van die scans werden vergeleken met hun gezondheidsgegevens – bekende risicofactoren zoals roken, overgewicht, hoge bloeddruk en diabetes – die waren opgeslagen op de leeftijden van 36, 53 en 69 jaar. Hieruit bleek dat bij deelnemers die één of meer van deze risicofactoren hadden, vaker een afwijkende hersenscan werd gezien. Dit verband was het sterkst wanneer de risicofactoren al op 36-jarige leeftijd aanwezig waren. De onderzoekers concluderen daarom dat “een hoger risico op hart- en vaatziekten verband houdt met een afwijkende hersenscan op 70-jarige leeftijd, zeker als het hogere risico al op jonge leeftijd aanwezig is”.

Omdat de onderzoekers dus géén patiënten met dementie hebben onderzocht – ook een afwijkende hersenscan wijst niet direct op dementie – is met dit specifieke onderzoek eigenlijk helemaal niet te concluderen dat ‘op jonge leeftijd ongezond leven leidt tot meer kans op dementie’, zoals NRC schrijft. Van de genoemde risicofactoren is echter al veel langer bekend dat ze leiden tot een grotere kans op het ontstaan van dementie. Het zal daarbij niet verbazen dat dit risico verder toeneemt naarmate de risicofactoren langer bestaan. Het onderzoek bevestigt daarom vooral het algemene advies voor een gezonde leefstijl.

Geschreven door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“Hartstichting: zout stimuleert ontstekingen”

Vrijwel alle media schrijven over onderzoekresultaten van het Amsterdam UMC. Voor het onderzoek kregen 11 gezonde jonge mannen gedurende 2 weken een dieet met veel zout (gemiddeld 19 gram zout per dag) en 2 weken een dieet met weinig zout (gemiddeld 2 gram zout per dag). Ten tijde van de hoge zoutinname bleken in het bloed van de mannen verschillende ontstekingsreacties te worden gestimuleerd. De onderzoekers concluderen daarom dat hoge zoutinname leidt tot toename van ontsteking, wat “ons een stapje dichterbij het begrip van de schadelijke effecten van hoge zoutinname brengt”.

Bij het onderzoek kunnen een paar belangrijke kanttekeningen geplaatst:

  • het onderzoek is uitgevoerd bij slechts 11 gezonde proefpersonen, wat de resultaten niet direct toepasbaar maakt op de algemene bevolking
  • de zoutinname was gedurende het onderzoek ofwel zeer hoog ofwel zeer laag, wat niet overeenkomt met gebruikelijke dagelijkse zoutinname
  • het is nog niet bekend of de gestimuleerde ontstekingsreacties ook daadwerkelijk leiden tot meer ziekteverschijnselen
  • met het onderzoek is niet te bepalen vanaf welke zoutinname de mogelijke schadelijke effecten optreden

Ondanks bovenstaande kanttekeningen geven de resultaten wel aanleiding tot verder onderzoek naar zoutinname en ontstekingsreacties. Omdat ontstekingsreacties een belangrijke rol lijken te spelen bij hart- en vaatziekten, nemen de onderzoekers hier alvast een voorschot op door te stellen dat “zout op die manier slagaderverkalking zou kunnen verergeren”. Of dit daadwerkelijk het geval is en welke zoutinname in dat opzicht nog ‘veilig’ is, zal nog moeten blijken.

Het is overigens al langer bekend dat een hoge zoutinname ongezond is. Om die reden adviseert het Voedingscentrum een maximale zoutinname van 6 gram per dag.

Geschreven door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“‘Een tia wordt te vaak onderschat'”

De Telegraaf schrijft over promotieonderzoek van huisarts-onderzoeker Faas Dolmans, waaruit blijkt dat “mensen die klachten hebben die duiden op een tia veel te lang wachten met het zoeken van medische hulp, terwijl het vaak de voorbode is van het ernstigere herseninfarct”. Dolmans wijst op de verschillende verschijnselen die kunnen duiden op een tia, die ook anders kunnen zijn dan de ‘klassieke’ kenmerken zoals een scheve mond, verwarde spraak of lamme arm. Hij benadrukt daarbij het belang van vroege herkenning, om schade door een beroerte te voorkómen. Daarnaast adviseert hij huisartsen bij het vermoeden van een tia direct bloedverdunners voor te schrijven, wat in de huidige richtlijn onvoldoende zou worden aangemoedigd.
Mensen die mogelijk een tia doormaken of dat bij een ander herkennen, worden geadviseerd direct contact op te nemen met hun huisarts, huisartsenpost of 112 te bellen.

Morgen 29 oktober is het ‘Wereld Beroerte Dag’. De berichtgeving over het promotieonderzoek sluit daarmee aan bij de extra aandacht voor het onderwerp.

Geschreven door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier

“‘Ex-voetbalprofs 3,5 keer zoveel kans op dementie'”

Verschillende media schreven onlangs over onderzoek naar het verband tussen voetballen en dementie. Schotse onderzoekers vergeleken de gezondheidsgegevens van bijna 8.000 ex-voetballers met die van zo’n 23.000 niet-voetballers. Hieruit bleek dat de ex-voetballers bijna 3,5 keer vaker overleden aan dementie dan de niet-voetballers.
Met het onderzoek is niet vast te stellen dat het (koppen tijdens het) voetballen de oorzaak is van de dementie. Opmerkelijk was bijvoorbeeld dat er geen verschil was tussen keepers – die doorgaans weinig ballen koppen – en veldspelers. Ook werden de ex-voetballers gemiddeld ouder dan de niet-voetballers, wat een andere verklaring kan zijn voor het vaker voorkomen van dementie.

Het onderzoek zal niet direct aanleiding geven om het koppen te verbieden, al sluit het wel aan bij de langer bestaande vermoedens dat koppen schadelijk kan zijn voor de hersenen. De Nederlandse voetbalbond is vorig jaar een onderzoek gestart naar de impact van koppen bij jonge voetballers.

Lees voor meer informatie ook dit uitgebreidere bericht van onze collega’s van Gezondheid en Wetenschap.

Geschreven door: redactie
Link naar nieuwsbericht: klik hier
Link naar originele bron: klik hier